Convectorput dichtmaken zonder dat de vloer koud wordt
Een convectorput dichtmaken is voor de helft verwarmingswerk en voor de helft vloerwerk. Je haalt warmteafgifte weg die ergens anders in de kamer terug moet komen, en je sluit een gat in de vloer dat bij veel woningen rechtstreeks in verbinding staat met de kruipruimte. Kijk daarom eerst wat er onder het rooster zit voordat je iets bestelt. Dicht je de put alleen af met een plaat over het rooster, dan houd je de kou en het vocht, en klinkt de vloer op die plek hol.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Zaklamp en een spiegeltje om onder in de put te kijken
- Spanningszoeker of multimeter als er een kabel in de put ligt
- Steeksleutel 30 mm en een waterpomptang voor de wartels
- Pijpsnijder voor 15 en 22 mm koper
- Accuboormachine met steenboor 6 mm en een bitset
- Lange rei of kruislijnlaser om de hoogte uit te zetten
- Handzaag of decoupeerzaag voor de dekplaat
- Kitspuit en een scherp tapemes
- Tuinslang en een emmer om af te tappen
Materiaal
- Vurenhouten klossen van 45 bij 45 mm, of stalen hoeklijn bij een brede put
- Multiplex of onderlaagplaat van 18 mm, op maat gezaagd
- Minerale wol of PIR-plaat in de diepte van de put
- Dampremmende folie en luchtdichte tape
- Nylon pluggen 8 mm met bijpassende schroeven
- Messing afdopstoppen of knelkoppelingen met dop, passend bij de leidingmaat
- Leidingschelpen voor de buizen die blijven liggen
- Acrylaatkit voor de naad tegen de bestaande vloer
Wat er in een convectorput zit en waarom hij dichtgaat
Een convectorput is een sleuf in de vloer langs de gevel met daarin een convector: een koperen buis met aluminium lamellen, afgedekt met een oprolbaar rooster. De warmte komt vrijwel volledig uit lucht die tussen de lamellen omhoog trekt, niet uit straling. Zet er een bank of een lang gordijn overheen en die luchtstroom valt stil, waarna het element nog maar een fractie levert.
Dat is een van de redenen dat de put dichtgaat. De andere redenen komen meestal in combinatie: koude lucht en stof die uit het rooster omhoogkomen, een vloer die je niet vrij kunt indelen, en een nieuwe vloerafwerking die niet netjes rond het rooster te leggen is. Vervang je de put door een paneelradiator, dan geldt daarvoor hetzelfde als bij het plaatsen en afstellen van radiatoren: hij moet passen bij de warmtevraag van de kamer en bij de temperatuur waarmee je stookt.
Het dichtmaken zelf is geen sloopwerk. In de meeste woningen is de put een bak of een uitsparing die niets draagt, dus je legt er een deksel over dat op klossen tegen de putwanden rust. De vraag die het karwei bepaalt is niet hoe je het gat dichtlegt, maar wat er onder dat gat zit.
Kijk eerst wat er onder het rooster zit
Rol het rooster op en schijn met een zaklamp langs de bodem. Houd er een spiegeltje bij, want de bodem loopt vaak schuin weg onder de gevel. Wat je daar ziet bepaalt of je de put mag vullen of juist moet overdekken.
Voel ook of er lucht beweegt. Staat de put in verbinding met de kruipruimte, dan merk je dat op een winderige dag meteen: er trekt koude lucht omhoog en de bodem voelt klam. Zo'n put is een tochtweg en een vochtweg tegelijk, en die twee moet je afsluiten voordat er isolatie in gaat. Isolatie in een luchtstroom werkt namelijk niet, de lucht loopt er gewoon omheen.
Let bij woningen van voor 1994 op grijs, vezelig plaatmateriaal tegen de gevelzijde van de put. Dat kan asbesthoudend board zijn dat destijds werd toegepast om de koudebrug af te schermen. Zaag en boor daar niet in.
| Wat je in de put aantreft | Wat dat betekent | Wat je dan doet |
|---|---|---|
| Los zand of grond, en voelbare luchtbeweging | De put staat open naar de kruipruimte | Eerst luchtdicht afsluiten met folie, pas daarna isoleren en dichtleggen |
| Een gladde betonnen bodem zonder naden of gaten | De put is een gesloten uitsparing in de vloerplaat | Vullen met korrels of schuimbeton mag, mits de bodem droog is |
| Putwanden die doorlopen tot onder de vloerconstructie | De bak hangt in de vloer en draagt zelf niets | Het deksel op klossen tegen de wanden leggen, niet stellen vanaf de bodem |
| Vochtplekken of witte uitslag tegen de gevelzijde | Doorslaand of optrekkend vocht vanuit de gevel | Eerst de oorzaak aanpakken, anders sluit je het vocht in |
| Grijs vezelig board, woning van voor 1994 | Mogelijk asbesthoudend plaatmateriaal | Niet zagen of boren, laten inventariseren door een gecertificeerd bureau |
| Een kabel en een ventilator naast de lamellen | Er zit een ventilatorconvector in de put | Groep uitschakelen, spanningsloosheid meten en de kabel netjes laten afmonteren |
| Piepschuim of doorgezakte glaswol tegen de wanden | Oude isolatie die geen dikte meer heeft | Weghalen en vervangen, ingezakte wol isoleert vrijwel niet meer |
| Water op de bodem na regen | Lekkage vanuit de gevel of een lekkende koppeling | Niet dichtleggen voordat je weet waar het water vandaan komt |
Grijs plaatmateriaal in een put uit de jaren zeventig of tachtig is een stopmoment. Asbestvezels komen vrij zodra je zaagt, boort of breekt. Laat het bemonsteren voordat je verder werkt, en werk in de tussentijd niet in die put.
De warmte die je weghaalt moet ergens terugkomen
Een convector die vier meter lang is levert meer dan mensen denken, ook al voelt hij lauw aan. Reken bij een gewone putconvector op enkele honderden watts per strekkende meter bij een aanvoer van 75 graden, en op ruim de helft minder zodra je op 55 graden stookt. Haal je die afgifte weg zonder er iets voor terug te zetten, dan is de kamer in januari niet meer op temperatuur te krijgen en gaat de rest van het huis harder stoken om het te compenseren.
De vervanger is meestal een paneelradiator tegen de gevelwand of tegen een zijmuur. Kies het type op basis van de afgifte die je nodig hebt, niet op basis van wat er past. De tabel hieronder geeft de orde van grootte per strekkende meter bij 75/65/20, de conditie waarmee fabrikanten hun opgave publiceren. Loopt jouw installatie op lagere temperaturen, reken dan om met de tweede tabel.
Blijft de nieuwe radiator lauw terwijl de rest van het huis warm wordt, dan zit er meestal lucht in of staat de voetklep te ver dicht. De oorzaken en de volgorde waarin je die uitsluit staan bij een radiator die niet warm wordt.
| Radiatortype en hoogte | Afgifte per meter bij 75/65/20 | Afgifte per meter bij 55/45/20 | Waar hij past |
|---|---|---|---|
| Type 11, hoogte 600 mm | ongeveer 800 watt | ongeveer 415 watt | Ondiep, 60 mm dik, voor een smalle doorloop |
| Type 21, hoogte 600 mm | ongeveer 1290 watt | ongeveer 665 watt | Standaardkeuze onder een raam |
| Type 22, hoogte 300 mm | ongeveer 1000 watt | ongeveer 515 watt | Lage variant voor onder een raam dat tot vlak boven de vloer doorloopt |
| Type 22, hoogte 600 mm | ongeveer 1750 watt | ongeveer 900 watt | De gebruikelijke vervanger van een lange convectorput |
| Type 22, hoogte 900 mm | ongeveer 2500 watt | ongeveer 1290 watt | Als je in de breedte weinig muur hebt |
| Type 33, hoogte 600 mm | ongeveer 2400 watt | ongeveer 1240 watt | Veel afgifte op weinig lengte, wel 155 mm diep |
Meet de lengte van de convector die eruit gaat en noteer die voordat je hem loskoppelt. Die maat is je vertrekpunt: een put van vier meter vervang je zelden goed door een radiator van tachtig centimeter, ook niet als de watts op papier kloppen. Een lange, lage radiator verdeelt de warmte langs de gevel en houdt de koudeval bij het raam tegen.
Omrekenen naar de temperatuur waarmee jij stookt
De opgave van een fabrikant geldt bij 75 graden aanvoer, 65 graden retour en 20 graden in de kamer. Dat is een verschil van 50 graden tussen radiator en ruimte. Stook je lager, bijvoorbeeld omdat je de ketel op weersafhankelijke regeling hebt gezet of omdat er een warmtepomp komt, dan zakt de afgifte hard. Dat komt doordat de afgifte niet recht evenredig meeloopt met het temperatuurverschil maar met een macht daarvan, ongeveer 1,3.
Praktisch betekent het dit: een radiator die op papier 1750 watt levert, geeft bij 55/45 nog ongeveer 900 watt en bij 45/35 nog maar iets meer dan 500 watt. Wie de convectorput dichtmaakt met het oog op een latere warmtepomp, doet er goed aan meteen op die lagere conditie te rekenen. Anders staat er over vijf jaar een radiator die te klein is en moet de muur opnieuw open.
Neem de factor uit de tabel, deel de benodigde afgifte erdoor en zoek daar het type bij. Een kamer die 1200 watt nodig heeft en die op 55/45 gaat draaien, vraagt dus om ongeveer 2300 watt op papier.
| Aanvoer, retour en ruimte | Temperatuurverschil | Factor ten opzichte van de opgave |
|---|---|---|
| 75 / 65 / 20 | 50 graden | 1,00 |
| 70 / 55 / 20 | 42,5 graden | 0,81 |
| 60 / 50 / 20 | 35 graden | 0,63 |
| 55 / 45 / 20 | 30 graden | 0,52 |
| 45 / 35 / 20 | 20 graden | 0,30 |
| 40 / 30 / 20 | 15 graden | 0,21 |
Een radiator in de convectorput of ervoor
De vraag komt vaak terug: kan er niet gewoon een radiator in de convectorput, in plaats van de bestaande convector? Technisch past dat soms, praktisch valt het bijna altijd tegen. Een paneelradiator ontleent een deel van zijn afgifte aan straling naar de kamer, en die straling loopt in een put tegen de betonnen wanden aan. Wat overblijft moet als convectie door een rooster naar boven, en dat rooster remt de luchtstroom die je juist nodig hebt.
Er zijn nog twee bezwaren die je pas later voelt. De ontluchter en de koppelingen zitten onder vloerniveau, dus onderhoud betekent het rooster eruit en op je knieën werken. En een lekkage van een druppel per minuut zie je niet: die zakt de put in en komt pas boven water als het parket bol staat. Een radiator voor de convectorput, dus zichtbaar tegen de wand ervoor of ernaast, is bijna altijd de betere keuze.
Wil je toch in de put blijven verwarmen, kies dan geen paneelradiator maar een vervangende putconvector, eventueel met ventilator. Die zijn gemaakt voor de beperkte hoogte en halen bij lage aanvoertemperaturen aanzienlijk meer uit dezelfde sleuf. Zet in dat geval een thermostaatkraan met afstandsvoeler, want een knop in de put meet de temperatuur van de put en niet die van de kamer. Hoe zo'n voeler wordt gemonteerd staat bij de thermostaatkraan van Danfoss.
Een radiator in een put zonder ventilatie onder het rooster levert vaak minder dan de helft van zijn catalogusafgifte. Ga daar niet vanuit op basis van de watts op de doos, maar reken met een flinke aftrek of laat de put verwarmingsvrij en zet er een radiator voor.
De leidingen: afdoppen, doorlussen of laten liggen
Voordat je iets over de put legt, moeten de leidingen kloppen. Alles wat je nu laat liggen, zit straks onder een dichte vloer. Bepaal daarom eerst of de convector de enige afnemer op deze twee buizen was, of dat er verderop nog radiatoren aan hangen.
Volg de leidingen met een zaklamp tot ze de put verlaten. Lopen ze door naar de volgende kamer, dan is afdoppen midden in de put geen optie: je legt de rest van de kring stil. Dan lus je de aanvoer en de retour aan elkaar met een koppeling en isoleer je dat stuk. Was de convector de enige afnemer, dan dop je af zo dicht mogelijk bij de aftakking, zodat er geen lange dode tak achterblijft. De werkwijze en de juiste doppen staan bij leidingen afdoppen aan een cv-installatie, en het losnemen zelf bij een radiator afkoppelen zonder de installatie leeg te laten lopen.
| Situatie in de put | Wat je met de leidingen doet | Waar het misgaat |
|---|---|---|
| De convector was de enige afnemer op deze twee buizen | Afdoppen bij de aftakking, niet halverwege de put | Een lange dode tak in een put naar de kruipruimte kan bij vorst bevriezen |
| De leidingen lopen door naar een radiator verderop | Aanvoer en retour doorlussen met een koppeling | Afdoppen legt alle radiatoren achter dit punt stil |
| Er komt een radiator op vrijwel dezelfde plek | Horizontaal doortrekken tot onder de aansluiting en met een bocht door het deksel | Een doorvoer zonder speling klemt de buis en geeft tikken bij opwarmen |
| De buizen blijven liggen en voeren warm water door | Isoleren met leidingschelpen over de volle lengte | Onder een dicht deksel verlies je warmte die je niet meer voelt en niet meer regelt |
| Oude stalen buis met schroefdraad | Afdoppen met een messing stop op vlas of teflonband | Een knelkoppeling op geput staal houdt de druk niet |
| Koperen buis van 15 mm, hard geoxideerd | Een stuk afsnijden tot schoon koper en daar de koppeling zetten | Een knelring op een ruwe buis lekt pas na de eerste opwarmcyclus |
Maak een foto van de put met een rolmaat erin voordat het deksel erop gaat, en meet vanaf twee vaste punten in de kamer waar de afgedopte einden liggen. Over vijf jaar weet niemand meer waar de leidingen zitten, en dan boor je bij het monteren van een plint precies in de aanvoer.
Vullen of overdekken: twee manieren om de put te sluiten
Er zijn twee families van oplossingen. Vullen betekent dat de sleuf massief wordt: korrels, schuimbeton of een gebonden vulling met daarop een dekvloer. Overdekken betekent dat de sleuf hol blijft en dat er een deksel op klossen komt, met isolatie in de holte. Welke van de twee past, hangt af van wat je in de put hebt gevonden.
Bij een gesloten, droge betonnen put is vullen prima en levert het de stevigste vloer op. Staat de put in verbinding met de kruipruimte, dan is vullen zelden verstandig: de vulling zakt weg, er blijft een luchtweg over, en je hebt de leidingen definitief onbereikbaar gemaakt. Dan werk je met een deksel. Het principe daarvan lijkt op het dichtleggen van een gat in een verdiepingsvloer, zoals bij het dichtmaken van een open trapgat: een dragende rand, een deksel dat vlak eindigt, en isolatie die de holte helemaal vult.
De klossen schroef je met nylon pluggen tegen de putwanden, ongeveer twintig millimeter onder vloerniveau bij een plaat van achttien millimeter. Meet die diepte op meerdere punten, want oude betonvloeren liggen zelden waterpas.
| Manier van dichtmaken | Wanneer die past | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Vullen met geëxpandeerde kleikorrels en een cementdekvloer erop | Gesloten droge bodem, put tot ongeveer 20 cm diep | De dekvloer moet uitharden voordat de vloerafwerking erop mag |
| Vullen met schuimbeton | Diepe put in een gesloten betonvloer, veel strekkende meters | Wordt gestort, dus je hebt een slang tot in de kamer nodig |
| Deksel van 18 mm multiplex op klossen, minerale wol eronder | Put die in verbinding staat met de kruipruimte | Eerst luchtdicht folie aanbrengen, anders krijg je condens tegen de onderkant |
| Stalen hoeklijn met cementgebonden platen erop | Brede put waar tegels of een gietvloer overheen komen | De plaat moet stijf genoeg zijn, anders scheurt de tegelvoeg boven de naad |
| PIR-plaat op maat met een dunne dekplaat erop | Ondiepe put onder een zwevende vloer | PIR draagt niet, het deksel moet op klossen rusten |
| Alleen een dichte plaat over het rooster leggen | Tijdelijke oplossing tot je het echt aanpakt | Levert een koude, hol klinkende plek en stopt het tochten niet |
Luchtdicht maken en isoleren, in die volgorde
Dit is het onderdeel waar het bij een convectorput dichtmaken meestal misgaat. De put ligt langs de gevel, op de koudste plek van de kamer, en loopt bij veel woningen door tot in de vloerconstructie. Leg je daar isolatie in zonder de luchtstroom af te sluiten, dan spoelt koude lucht langs en onder die isolatie door en houd je een koude strook langs het raam.
De volgorde die wel werkt: eerst de bodem en de gevelzijde luchtdicht maken, dan isoleren, dan pas het deksel. Bij een put die open staat naar de kruipruimte leg je dampremmende folie over de isolatie aan de warme kant, dus vlak onder het deksel, en tape je die door op de bestaande vloer. Zo kan warme, vochtige kamerlucht niet meer bij het koude beton komen. Vergelijkbaar werk kom je tegen bij het dichtzetten van een bovenlicht, waar dezelfde regel geldt: de dampremmende laag hoort aan de warme kant en moet aan alle randen doorlopen.
Vul de holte helemaal. Een spleet van twee centimeter tussen isolatie en deksel is genoeg voor een luchtstroom die de isolatie grotendeels nutteloos maakt. Snijd minerale wol daarom twee centimeter breder dan de put en druk hem klem.
Sluit een vochtige put niet af zonder de oorzaak weg te nemen. Water dat door de gevel komt of dat uit de kruipruimte verdampt, blijft onder een dicht deksel staan. Hout gaat dan rotten en de schimmel zie je pas als de vloerafwerking eraf gaat.
Afwerken op vloerhoogte en aansluiten op de bestaande vloer
Het deksel moet exact op de hoogte van de bestaande ondervloer eindigen, niet op de hoogte van de afwerking. Meet met een lange rei over de put heen op minstens drie plekken en pas de klossen aan, in plaats van later met vulplaatjes te schuiven. Een verschil van drie millimeter zie je terug als een naad in een gietvloer en als een klik in laminaat.
Bevestig de dekplaat met schroeven in de klossen, om de twintig centimeter, en verzink de koppen. Vul de naad tussen plaat en bestaande vloer met acrylaatkit of met een flexibele reparatiemortel, zodat er geen lucht meer langs kan. Bij tegelwerk gaat er beter een cementgebonden plaat op, want tegellijm hecht slecht op multiplex en de naad boven de putrand is de plek waar een voeg als eerste scheurt.
Komt er parket of laminaat overheen, laat de vloer dan gewoon doorlopen zonder profiel. Wel eerst controleren of de rest van de vloer vlak genoeg is; de dichte put is dan meestal het vlakste stuk van de kamer. Wie het hele systeem daarna opnieuw wil inregelen, vindt de rest van de aanpak bij verwarming en de cv-installatie.
Zo maak je een convectorput dicht
Deze volgorde gaat uit van een put die je dichtlegt en een radiator die de warmte overneemt.
-
Rol het rooster op en inspecteer de hele put
Schijn met een zaklamp over de volle lengte en houd een spiegeltje bij de gevelzijde. Noteer of de bodem dicht is, of er lucht beweegt en waar de leidingen de put verlaten. Deze inspectie bepaalt of je gaat vullen of overdekken, dus sla hem niet over.
-
Bepaal de vervangende warmteafgifte
Meet de lengte van de convector en bepaal hoeveel watt de kamer nodig heeft bij de temperatuur waarmee je stookt. Kies daar het radiatortype bij met de omrekenfactor uit de tabel. Doe dit voordat je iets loskoppelt, want de maat van de nieuwe radiator bepaalt waar de leidingen straks uit het deksel komen.
-
Zet de ketel uit en maak de installatie drukloos
Schakel de ketel uit en laat het water afkoelen tot handwarm. Sluit de aftapkraan op het laagste punt aan op een tuinslang, open een ontluchter boven in het huis en tap af tot de manometer op nul staat. Werken aan warme leidingen onder druk levert brandwonden op en een kamer vol water.
-
Neem de convector los en haal hem eruit
Draai de wartels los met een steeksleutel van 30 mm en houd de buis tegen met een tweede sleutel, zodat je geen kracht op de leiding zet. Til het element eruit en laat het restwater in een bak lopen. Bij een element dat vastzit in de put helpt dezelfde aanpak als bij een radiator van de muur halen.
-
Dop de leidingen af of lus ze door
Was de convector de enige afnemer, dop dan af bij de aftakking. Lopen de buizen door naar een andere radiator, verbind aanvoer en retour dan met een koppeling. Snijd het koper schoon af tot glad materiaal voordat je een knelkoppeling zet, anders lekt de ring na de eerste opwarming.
-
Sluit de put luchtdicht af en breng de isolatie aan
Dicht eerst de opening naar de kruipruimte en de naden langs de gevel. Druk daarna de minerale wol klem over de volle diepte en leg de dampremmende folie aan de warme kant, doorgetaped op de bestaande vloer. Een spleet tussen isolatie en deksel maakt de hele isolatielaag grotendeels waardeloos.
-
Schroef de klossen en leg het deksel
Zet de klossen met nylon pluggen tegen de putwanden, zo diep onder vloerniveau dat het deksel precies vlak komt. Schroef de plaat om de twintig centimeter vast en verzink de koppen. Laat waar nodig een ruime doorvoer voor de leidingen die naar de radiator gaan, met speling zodat de buis kan werken.
-
Vul bij, ontlucht en controleer de druk
Hang de nieuwe radiator, sluit hem aan en vul de installatie langzaam bij. Ontlucht van beneden naar boven en van dichtbij naar ver weg. Welke koude druk bij jouw huis hoort, reken je uit met onze hulp voor de cv-waterdruk. Controleer de dag erna alle koppelingen nog een keer droog na.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat het deksel er definitief op gaat
Uit de praktijk
Een koude strook langs het raam nadat de put dicht is
Een vloer die op de plek van de oude put kouder aanvoelt dan de rest, wijst vrijwel altijd op lucht die onder of langs de isolatie doorstroomt. De put ligt op de koudste plek van de kamer en staat bij veel woningen in open verbinding met de kruipruimte. Isolatie houdt warmte tegen, maar tegen stromende lucht doet ze niets.
Wat helpt is de volgorde omdraaien. Sluit de bodem en de naden langs de gevel eerst luchtdicht af, druk de wol daarna klem over de volle diepte, en laat geen spleet tussen isolatie en deksel. Blijft de strook koud terwijl alles dicht is, dan zit de kou in de gevelaansluiting zelf en niet in de put.
Condens en schimmel aan de onderkant van het deksel
Warme kamerlucht die via kieren in het deksel de koude put in trekt, koelt daar af onder het dauwpunt. Het vocht slaat neer op het beton en op de onderkant van het plaatmateriaal, en dat wisselt per seizoen. Multiplex dat maanden nat blijft, verliest zijn lijmverbinding en gaat schimmelen. Je merkt het pas als de vloerafwerking bol staat of als er een muffe lucht uit de plint komt.
De oorzaak is een ontbrekende of onderbroken dampremmende laag. Die hoort aan de warme kant, dus direct onder het deksel, en moet aan alle randen doorlopen en op de bestaande vloer worden getaped. Een folie die halverwege stopt of die je alleen losjes hebt ingelegd, verplaatst het probleem alleen naar de plek waar de folie ophoudt.
Een dichtgemaakte put die hol klinkt onder de vloer
Een dof gebonk bij elke stap komt van een holle ruimte tussen deksel en vulling, en van een plaat die te dun is voor de overspanning. Een sleuf van dertig centimeter breed overbrug je met achttien millimeter multiplex zonder probleem, maar een put van veertig centimeter of meer gaat veren, en dan werkt de vloer als een trommelvel.
Twee dingen halen het geluid weg. Vul de holte volledig met minerale wol, want die dempt de lucht in de kist. En leg bij een brede put een extra klos of een stalen hoeklijn in het midden, zodat de overspanning halveert. Losse vulling zoals kleikorrels dempt ook, maar alleen als hij tot tegen het deksel aan komt.
Veelgemaakte fouten
Een plaat over het rooster leggen en het daarbij laten
Het ziet er meteen netjes uit, maar de put blijft open naar de kruipruimte en de koude lucht blijft komen. Je hebt de tochtweg alleen onzichtbaar gemaakt. Het stof en de kou komen er nu langs de plint uit in plaats van door het rooster.
De convector eruit halen zonder vervangende afgifte
Een convectorput van vier meter levert meer warmte dan hij voelt. Haal je hem weg en zet je er niets voor terug, dan haalt de kamer op een koude dag de gewenste temperatuur niet en gaat de thermostaat de rest van het huis overstoken. Reken de afgifte uit voordat je loskoppelt.
Isoleren voordat de put luchtdicht is
Minerale wol houdt geen luchtstroom tegen. Ligt de wol in een put waar lucht doorheen trekt, dan wordt hij koud doorgeblazen en isoleert hij vrijwel niet meer. De luchtdichte laag komt eerst, de isolatie daarna.
De leidingen midden in de put afdoppen terwijl er meer aan hangt
Bij een doorlopende kring zit de convector tussen twee radiatoren in. Dop je die twee einden af, dan valt alles achter dat punt uit en zoek je daarna in het hele huis naar de oorzaak. Volg de buizen eerst tot buiten de put voordat je de pijpsnijder pakt.
Het deksel op de vulling stellen in plaats van op klossen
Zand, korrels en losse isolatie zakken in de eerste maanden na. Een plaat die daarop rust, zakt mee en trekt de vloerafwerking scheef. De dragende rand hoort aan de putwanden te zitten, met de vulling er los onder.
Een paneelradiator in de put hangen omdat hij net past
Een radiator die is doorgerekend op straling en vrije convectie levert in een afgedekte sleuf een fractie van zijn opgave. Bovendien zitten de ontluchter en de koppelingen onbereikbaar onder vloerniveau, dus een druppellek merk je pas als de vloer bol staat.
Boren in plaatmateriaal in een oude put
In woningen van voor 1994 is grijs, vezelig board in een convectorput een reëel asbestrisico. Boren en zagen brengt vezels in de kamerlucht, en die krijg je er met stofzuigen niet meer uit. Laat het eerst bemonsteren.
Veelgestelde vragen
Kun je een convectorput zomaar dichtmaken?
In de meeste woningen is de put een uitsparing die niets draagt, dus bouwkundig mag je hem dichtleggen zonder dat er een constructeur aan te pas komt. De twee dingen die je wel moet regelen zijn de warmteafgifte die verdwijnt en de verbinding met de kruipruimte. Zolang je die twee oplost, is het gewoon vloerwerk. Wil je de putwanden weghalen of de sleuf verbreden, dan wordt het een ander verhaal en is advies vooraf op zijn plaats.
Welke radiator voor een convectorput kies je als vervanging?
Kies op afgifte, niet op wat er toevallig past. Reken uit hoeveel watt de kamer nodig heeft, reken dat om naar de temperatuur waarmee je stookt en zoek daar het type bij. Voor een lange put is een type 22 op 600 mm hoogte de gebruikelijke vervanger, en bij een raam dat tot vlak boven de vloer doorloopt kom je uit op een lage variant op 300 mm. Houd de radiator liever lang en laag dan kort en hoog, want dan houd je de koudeval bij het glas beter tegen.
Kan er een radiator in de convectorput in plaats van de convector?
Passen doet het soms, werken meestal niet goed. Een paneelradiator geeft een deel van zijn warmte af als straling, en die straling verdwijnt in een put tegen de wanden. De rest moet als convectie langs een rooster omhoog, wat de luchtstroom remt. Daar komt bij dat de ontluchter en de koppelingen onder vloerniveau komen te zitten. Wil je in de sleuf blijven verwarmen, neem dan een vervangende putconvector, eventueel met ventilator.
Moet ik de convectorput isoleren voordat ik hem dichtmaak?
Ja, en de volgorde bepaalt of het werkt. Sluit eerst de luchtweg naar de kruipruimte af, want isolatie waar lucht doorheen trekt doet vrijwel niets. Breng daarna minerale wol of PIR aan over de volle diepte, klemmend zodat er geen spleet overblijft. Leg de dampremmende folie aan de warme kant, dus direct onder het deksel, en tape hem door op de bestaande vloer.
Wordt de vloer koud als ik de convectorput dichtmaak?
Dat gebeurt alleen als de luchtdichting of de isolatie tekortschiet. De put ligt langs de gevel, op de koudste plek van de kamer, dus een slecht afgesloten put geeft een koude strook langs het raam. Met een luchtdichte afsluiting en een volledig gevulde holte wordt de vloer daar juist warmer dan hij met een open rooster ooit was. Blijft de strook koud, controleer dan of de isolatie tot tegen het deksel aan komt.
Wat kost het om een convectorput dicht te maken?
Het materiaal voor het dichtleggen is de kleinste post: klossen, een plaat, isolatie, folie en tape. De prijs wordt bepaald door drie andere dingen. Hoeveel meter put je hebt, of er een vervangende radiator met kranen bij moet, en of je de vloerafwerking over het hele oppervlak vervangt of alleen op de strook. Een put waar asbestverdacht materiaal in zit, is de uitzondering: dan komt er onderzoek en eventueel gecertificeerde sanering bij.
Moet de cv-installatie leeg voordat ik de convector eruit haal?
Drukloos wel, helemaal leeg meestal niet. Zet de ketel uit, laat het water afkoelen, sluit de aftapkraan op het laagste punt aan op een slang en tap af tot de manometer nul aanwijst. In een woning met meerdere verdiepingen kun je vaak volstaan met aftappen tot onder het niveau van de put. Sluit daarna de radiatorkranen op die etage, dan houd je het water dat er nog in staat op zijn plek.
Wat doe ik met de leidingen die in de convectorput liggen?
Dat hangt af van wat er verderop nog aan hangt. Was de convector de enige afnemer, dop de buizen dan af zo dicht mogelijk bij de aftakking, zodat er geen lange dode tak achterblijft die bij vorst kan bevriezen. Lopen ze door naar een andere radiator, lus aanvoer en retour dan aan elkaar en isoleer dat stuk met leidingschelpen. Meet de ligging van de einden op vanaf twee vaste punten voordat het deksel erop gaat.
Kan ik tegels of een houten vloer over de dichtgemaakte put leggen?
Allebei kan, met een verschil in de dekplaat. Voor parket, laminaat of een pvc-vloer volstaat 18 mm multiplex of onderlaagplaat, mits die vlak eindigt met de bestaande ondervloer. Voor tegelwerk of een gietvloer neem je een cementgebonden plaat op een stijvere onderconstructie, want tegellijm hecht slecht op multiplex en de voeg boven de putrand is de eerste die scheurt. Bij een put breder dan dertig centimeter leg je een extra draagklos of hoeklijn in het midden.
Hoe voorkom ik dat het dichtgemaakte deel hol klinkt?
Hol geluid komt van lucht in de kist en van een deksel dat veert. Vul de holte volledig, zodat er geen luchtlaag onder de plaat overblijft, en beperk de overspanning met een extra klos of een stalen hoeklijn in het midden. Schroef de plaat om de twintig centimeter vast en niet alleen aan de uiteinden. Een deksel dat op vier punten rust, gaat altijd bonken.
Kan ik de nieuwe radiator op de oude leidingen aansluiten?
Meestal wel, mits de buismaat past bij de afgifte. Convectoren zitten vaak op 15 mm koper, en dat is voor een radiator tot ongeveer twee kilowatt in de regel voldoende. Zet er een nette aansluiting op met een thermostaatkraan en een voetventiel, zodat je later kunt inregelen zonder te tappen. Hoe je die onderkant afstelt staat bij het voetventiel van een radiator, en het vervangen van de kraan zelf bij een radiatorkraan vervangen.
Moet ik de radiatorknop meenemen bij deze verbouwing?
Als de oude convector met een handbediende knop werd geregeld, is dit het moment om er een thermostatische op te zetten. De kamer krijgt daarmee een echte regeling in plaats van een kraan die open of dicht staat, en dat scheelt merkbaar op een tussenseizoendag. Zit de knop straks laag bij de vloer achter een meubel, kies dan een uitvoering met afstandsvoeler. Het wisselen zelf staat bij het vervangen van een radiatorknop.
Wanneer je beter een vakman belt
Het dichtleggen van de put is werk dat je met normaal gereedschap zelf doet. Er zijn vier momenten waarop je beter stopt en belt.
Het eerste is asbestverdacht plaatmateriaal in een put in een woning van voor 1994. Laat dat bemonsteren door een gecertificeerd bureau en werk er tot die tijd niet in. Blijkt het asbesthoudend, dan is verwijderen werk voor een gecertificeerd saneerder.
Het tweede is een ventilatorconvector met een vaste elektrische aansluiting. Het uitschakelen van de groep en het meten van spanningsloosheid kun je zelf, maar het definitief verwijderen van de kabel tot in de groepenkast hoort bij een installateur. Werk achter de hoofdzekering laat je altijd doen.
Het derde is een put waarin water staat of waarvan de wanden nat zijn zonder duidelijke oorzaak. Sluit die niet af voordat een specialist heeft vastgesteld of het om doorslaand gevelvocht, optrekkend vocht of een lekkage gaat.
Het vierde is het weghalen of verbreden van de putwanden zelf. Zodra je in de vloerplaat gaat zagen of breken, kom je mogelijk bij wapening en bij een oplegging, en dan hoort er een constructeur naar te kijken voordat er een slijptol in gaat.