Waterleiding ontluchten via de kranen, in de juiste volgorde
Een waterleiding ontlucht je niet met een sleuteltje aan de leiding, maar met de kranen zelf. De installatie staat onder druk en de tappunten zijn de enige uitgang die de lucht heeft. Haal de perlators eraf en laat de kranen één voor één lopen, van het tappunt vlak bij de watermeter naar het verste en hoogste punt in huis. Blijft de kraan daarna spetteren, dan zit het probleem meestal niet in de lucht maar in een dichtgeslibd zeefje of in waterslag.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Waterpomptang met een doek om de bek, of een perlatorsleutel
- Emmer en een paar oude handdoeken
- Zaklamp voor de meterkast en de kruipruimte
- Klein schroevendraaiertje voor zeefjes en keerkleppen
- Glas of maatbeker voor de proef met melkwit water
Materiaal
- Reserveperlator in de maat van je kraan
- Setje rubberringen voor doucheslang en perlator
- Schoonmaakazijn of ontkalker voor dichtgeslibde zeefjes
- Eventueel extra leidingbeugels met rubber inlage
Zo herken je lucht in de waterleiding
Lucht in de leiding hoor je meestal eerder dan je hem ziet. De straal komt met horten en stoten uit de kraan, er zit een ploffend of sissend geluid bij, en de eerste seconden ziet het water er melkwit uit. Dat wit is geen vuil, het zijn miljoenen kleine belletjes die zich onder druk in het water hebben gemengd.
De snelste proef doe je met een glas. Vul het onder de kraan en zet het op het aanrecht. Wordt het water binnen een halve minuut van onderaf helder, met een grens die naar boven kruipt, dan was het lucht en is er niets aan de hand. Blijft het troebel, of klaart het juist van boven naar beneden op, dan gaat het om deeltjes of kalk en helpt ontluchten je niet.
Waar de lucht in je installatie blijft hangen, hangt af van hoe de leidingen lopen en waar de hoge punten zitten. De opbouw van zo'n installatie leggen we uit in het overzicht over de waterleiding in huis. Lucht stijgt, dus verzamelt hij zich in het hoogste stuk leiding en in elke bocht die omhoog en weer omlaag gaat.
| Wat je merkt | Waar het meestal vandaan komt | Wat je als eerste doet |
|---|---|---|
| De kraan spuit met horten en stoten | Lucht in de leiding naar dat tappunt | Kraan een tot twee minuten helemaal open laten lopen |
| Water is melkwit en wordt van onderaf helder | Micro-belletjes, verder onschuldig | Even laten staan, dat trekt vanzelf weg |
| Water blijft troebel of klaart van boven op | Geen lucht maar deeltjes, kalk of losgetrild roest | Doorspoelen zonder perlator, daarna het zeefje bekijken |
| Alleen de warme kraan spettert | Lucht in de boiler of in de warmwaterleiding | Warme kraan open tot de straal stil is |
| Sissen dat aanhoudt zolang de kraan loopt | Vernauwing, meestal een dichtgeslibde perlator | Perlator eraf, schoonmaken of vervangen |
| Een klap op het moment dat een kraan of ventiel dichtgaat | Waterslag, dus geen lucht | Leiding beugelen of een waterslagdemper laten plaatsen |
| Ratelen bij een kraan die halfopen staat | Losliggende leiding in een sleuf of een versleten binnenwerk | Beugels bijzetten en het binnenwerk nakijken |
| De straal wordt zwakker en er komt steeds lucht mee | Er wordt ergens lucht aangezogen, bijvoorbeeld door een pomp | Eerst de druk beoordelen, pas daarna ontluchten |
Doe de glasproef bij een koude kraan en niet bij de warme. Warm water laat vanzelf opgeloste lucht los zodra het afkoelt, dus daar zie je bijna altijd belletjes en zegt de proef niets.
Waar de lucht vandaan komt
Een drinkwaterinstallatie is een gesloten systeem dat aan één kant onder druk staat en aan de andere kant openbreekt bij elke kraan. Zolang er water in staat, kan er geen lucht bij. Er komt dus altijd lucht in doordat het water ergens is weggeweest of doordat een leiding open is geweest.
De vier gewone oorzaken zijn: het waterbedrijf heeft aan de straat gewerkt en de aansluitleiding heeft leeggestaan, de hoofdkraan in de meterkast is dicht geweest voor een klus, er is een leiding of kraan vervangen, of een leiding heeft bevroren gestaan en is later ontdooid. In alle vier de gevallen is de lucht eenmalig en spoel je hem er gewoon uit.
Bij eigen werk aan de leiding is lucht geen fout maar een gegeven. Wie een stuk buis vervangt, laat dat stuk per definitie leeglopen, en bij het aanleggen van nieuwe waterleiding loopt de hele nieuwe tak vol lucht. Datzelfde speelt bij een tak die je tijdelijk hebt afgedopt met een blindkap en later weer in gebruik neemt.
Blijft de lucht na het ontluchten terugkomen, dan is er iets anders aan de hand. Een installatie die zichzelf steeds opnieuw met lucht vult, zuigt ergens lucht aan. Dat gebeurt aan de zuigzijde van een pomp, bij een hydrofoor met te weinig voordruk, of bij een aansluiting die onder druk dicht is maar bij drukval lucht doorlaat.
De kranen zijn de ontluchting
Dit is het punt waarop de meeste mensen op het verkeerde been staan. Een cv-installatie is een gesloten kringloop met ontluchtingsnippels op elke radiator, maar een drinkwaterinstallatie heeft die nippels niet en heeft ze ook niet nodig. Het water gaat er aan één kant in en bij de kranen weer uit, dus de lucht kan alleen via een geopend tappunt naar buiten.
Waterleidingen ontluchten betekent daarom: doorspoelen in een volgorde die de lucht voor het water uit duwt, naar het hoogste en verste punt van de installatie. Begin bij het tappunt dat het dichtst bij de watermeter zit en werk van daaruit naar buiten en naar boven. Doe je het andersom, dan trek je de luchtbel uit de hoofdleiding juist alle zijtakken in en heb je er vier problemen bij in plaats van één.
Zet de kraan daarbij helemaal open, niet op een klein straaltje. Lucht laat zich alleen meesleuren als het water hard genoeg stroomt. Een kraan die zachtjes loopt, laat het water onder de luchtbel door lopen en de bel blijft gewoon liggen.
Is de hoofdkraan dicht geweest, dan is er nog een stap vooraf. Open eerst een aantal tappunten en draai de hoofdkraan pas daarna open, kwartslag voor kwartslag, over een minuut of twee. Vult de installatie zich met volle druk in één keer, dan ramt het water de lucht als een propje in elke zijtak.
| Tappunt | Plaats in de volgorde | Hoe lang laten lopen | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Buitenkraan of tappunt vlak bij de watermeter | Als eerste, koud water | Twee minuten | Perlator eraf, hier komt het meeste zand en roest uit |
| Keukenkraan, koud | Daarna | Tot de straal stil en helder is | Zeefje eraf, anders slibt hij in één keer dicht |
| Wastafel en fonteintje op de begane grond | Na de keuken | Een tot twee minuten | Toiletreservoir twee keer laten vullen en doorspoelen |
| Wasmachine- en vaatwasserkraan | Voordat je het apparaat weer aansluit | Een halve emmer | Slang in een emmer en de kraan langzaam opendraaien |
| Douche of bad | Na de begane grond | Twee minuten | Handdouche en slang eraf schroeven, de straalgaatjes knijpen de lucht af |
| Wastafel op de eerste verdieping | Daarna | Een tot twee minuten | Eerst koud volledig open, daarna pas warm |
| Hoogste tappunt, zolder of dakterras | Als laatste en het langst open | Tot er geen bel meer meekomt | Hier verzamelt de lucht zich, dus dit punt sluit je ook als laatste |
| Warmwaterkant van alle kranen | Na de hele koude ronde | Een tot twee minuten per kraan | Bij een gesloten boiler eerst vullen, daarna pas de stroom erop |
Blijf van de afsluiter voor de watermeter af. De kraan aan de straatzijde van de meter is van het waterbedrijf. De hoofdkraan die jij mag bedienen zit er direct achter, aan de huiszijde. Zit die vast of lekt hij langs de spindel, forceer hem dan niet maar bel het waterbedrijf.
Perlators, zeefjes en de doucheslang
Van alle klachten die na het ontluchten blijven bestaan, komt het merendeel uit de perlator. Dat is het schroefbusje in de uitloop van de kraan met een fijn zeefje erin, meestal met een schroefdraad van M22 of M24. Zodra er lucht door de leiding is getrokken, komt er ook los gruis mee: kalkschilfers, roestdeeltjes en zand uit de aansluitleiding. Dat gruis blijft in het zeefje hangen en dan blijft de straal onrustig, ook als de lucht er allang uit is.
Schroef de perlator er dus af vóór je gaat spoelen, niet erna. Draai hem los met een doek om de bek van je waterpomptang, zodat je de verchroomde ring niet beschadigt. Leg de onderdelen in dezelfde volgorde op een handdoek: busje, zeef, verdeelplaatje, rubberring. Verkeerd terugzetten geeft precies dezelfde onrustige straal als lucht.
Bij de douche geldt hetzelfde principe, maar sterker. Een handdouche heeft honderden gaatjes van nog geen millimeter en die remmen de doorstroming zo veel af dat een luchtbel er niet doorheen komt. Schroef de handdouche van de slang, houd de slang in de doucheput en laat het water zo lopen. Bij een thermostaatkraan haal je bij twijfel ook de twee zeefjes achter de aansluitbochten eruit: die zitten in de s-koppelingen waarmee de kraan aan de muur zit en lopen bij vuil water als eerste dicht.
Zit de kraan van je douche op een onhandige hoogte om bij die koppelingen te komen, dan is dat het moment om er meteen iets aan te doen. In onze tabel met standaardmaten voor sanitair staat op welke hoogte een thermostaatkraan en een glijstang normaal gesproken horen te zitten.
Een perlator die na het spoelen nog steeds knijpt, hoef je niet meteen te vervangen. Leg het zeefje een nacht in schoonmaakazijn en spoel hem daarna van binnen naar buiten door, dus in de tegenovergestelde richting van het water. Dan komt het gruis eruit in plaats van dat je het dieper duwt.
Warm water, boiler en combiketel
De warmwaterkant hangt achter de koude kant, dus daar ontlucht je pas als de koude leidingen stil lopen. De volgorde is verder gelijk: dichtbij beginnen, ver en hoog eindigen, kraan helemaal open.
Bij een combiketel zit er tussen de koude toevoer en de warme kraan een warmtewisselaar met dunne kanaaltjes. Lucht daarin geeft een bonkend of borrelend geluid zodra de brander aanslaat, en de temperatuur schommelt. Laat de warme kraan in de keuken dan twee tot drie minuten volop lopen, want de doorstroming van die kraan is groter dan die van een wastafelkraan en trekt de bel eerder mee.
Een gesloten elektrische boiler is het enige onderdeel waar je echt kunt beschadigen door verkeerd te ontluchten. Zo'n boiler moet volledig met water gevuld zijn voordat het verwarmingselement stroom krijgt. Vul hem daarom altijd met de stroom eraf: koudwatertoevoer open, en een warme kraan open laten staan tot er een stille, ononderbroken straal uitkomt. Pas op dat moment is de ketel vol en mag de stroom erop.
Hoor je bij de warme kraan een fluitend geluid dat niet weggaat, kijk dan naar de inlaatcombinatie of de keerklep in de koudwatertoevoer van de boiler. Een keerklep die half open blijft staan, laat het water er met een vernauwing langs en dat klinkt bedrieglijk veel op lucht.
Zet de stroom van een elektrische boiler uit voordat je gaat ontluchten. Een element dat aanslaat in een halfvolle ketel brandt binnen enkele minuten droog en is daarna niet meer te redden. Bij een gasgestookte boiler of een geiser laat je het ontluchten van het toestel zelf over aan een installateur, want daar hoort werk aan de gaskant bij en dat doe je niet zelf.
Klappende en tikkende leidingen zijn meestal geen lucht
Klappende waterleidingen ontluchten is een van de vaakst gegeven adviezen die net zo vaak niet werkt. Een harde klap in de leiding is in de meeste gevallen waterslag, en waterslag is het tegenovergestelde van lucht: het is water dat te abrupt tot stilstand komt en zijn snelheid als een drukgolf tegen de leiding aan zet.
Het verschil hoor je aan het moment. Komt de klap precies op het moment dat de wasmachine of de vaatwasser klaar is met vullen, of als je een eenhendelmengkraan met een ruk dichtslaat, dan is het waterslag. De magneetventielen in die apparaten sluiten in een fractie van een seconde en dat is precies wat de drukgolf veroorzaakt. Ontluchten haalt dat niet weg.
Wat wel helpt: de leiding vastzetten, zodat de drukgolf zich niet als beweging kan uiten. Een koperen leiding van 15 millimeter beugel je horizontaal ongeveer elke meter tot anderhalve meter, met beugels met een rubber inlage. Ligt de leiding los in een sleuf of hangt hij aan lange stukken door een kruipruimte, dan versterkt die vrije lengte het geluid. Blijft de klap bestaan, dan is een waterslagdemper vlak bij het apparaat de volgende stap.
Tikken dat juist optreedt terwijl het water loopt en niet bij het sluiten, komt bijna altijd van beweging door uitzetting. Warm water laat een leiding uitzetten en die schuift dan met kleine sprongetjes door een beugel of langs een doorvoer. Een stukje isolatieschuim in de doorvoer haalt dat geluid weg. Bij een leiding die zonder beugels los ligt, kun je met flexibele waterleiding en de manier waarop je die vastlegt ook veel geluid voorkomen.
Bestaat er een ontluchter voor een waterleiding?
Er wordt veel gezocht naar een ontluchter voor de waterleiding, en dat is te begrijpen: op de cv zit er een op elke radiator. In een gewone woninginstallatie voor drinkwater zit zo'n ontluchter er niet, en dat is geen omissie. De tappunten doen dat werk al, en elk extra onderdeel in een drinkwaterleiding is een plek waar water kan stilstaan.
Automatische ontluchters kom je in het drinkwatercircuit wel tegen op plekken waar het water niet vanzelf naar een tappunt stroomt: bij een hydrofoor, bij een bronpomp en soms boven in een lange stijgleiding van een groter gebouw. Ze horen daar door een installateur geplaatst te worden op een hoog punt, met een afsluiter eronder zodat je hem kunt vervangen.
Wat je nooit doet, is een ontluchtingsnippel of een automatische ontluchter uit de cv-hoek op een drinkwaterleiding zetten. Materiaal dat in contact komt met drinkwater moet daarvoor goedgekeurd zijn, en cv-materiaal is dat niet. Kijk op de verpakking of de fabrikant het onderdeel expliciet voor drinkwater vrijgeeft.
Verwar de term ook niet met de beluchter in een afvoer. Die zit op de rioolzijde en doet het omgekeerde: hij laat lucht naar binnen zodat een sifon niet leeggezogen wordt. Een beluchter heeft niets met lucht in je drinkwater te maken. Ga je zelf leidingwerk aanpassen om een hoog punt te ontlasten, dan werk je met een perstang en persfittingen of met knelkoppelingen waarbij je de teflontape in de goede draairichting aanbrengt.
Lucht in de cv is een ander verhaal
Zodra iemand thuis over ontluchten begint, gaat het vaak binnen twee zinnen over radiatoren. Dat zijn twee gescheiden systemen die niets van elkaar merken. Het cv-water zit in een gesloten kringloop met een vaste hoeveelheid water, een expansievat en een vulkraan. Het drinkwater loopt door je huis heen en verlaat het weer bij elke kraan.
Het verschil zit ook in de gevolgen. Lucht in de waterleiding is hinderlijk, maar het water zelf blijft gewoon drinkbaar en de druk komt van het net. Lucht in de cv geeft koude radiatoren en een dalende druk, en daar moet je bijvullen. Heb je vloerverwarming, dan is het ontluchten daarvan een aparte handeling met de verdeler en de afsluiters, en dat staat bij het ontluchten van vloerverwarming.
Zakt de cv-druk telkens terug nadat je hebt bijgevuld, dan gaat het meestal niet om lucht maar om het expansievat. Hoe je de voordruk daarvan controleert, lees je bij het controleren en ontluchten van het expansievat.
En is de klacht dat het water overal traag komt en niet dat het spettert, dan is de vraag niet hoeveel lucht erin zit maar hoeveel druk. De manieren om dat te meten en te verbeteren staan bij het verhogen van de waterdruk in huis. Meet de druk voordat je iets aanpast: onder ongeveer twee bar aan de meter merk je aan elk tappunt tegelijk iets, terwijl lucht meestal maar bij één of twee kranen speelt.
Zelf waterleiding ontluchten of iemand laten komen
Zelf een waterleiding ontluchten is een van de weinige loodgietersklussen waar geen gereedschap en geen risico bij komt kijken. Je draait kranen open in de goede volgorde en je wacht. De kosten van waterleiding ontluchten bestaan daarmee uit het water dat je doorspoelt, en verder niets.
Er zijn twee redenen om toch iemand te laten komen. De eerste is dat de lucht blijft terugkomen: dan is de vraag niet hoe je hem eruit krijgt maar waar hij binnenkomt, en dat zoekwerk zit vaak bij een pomp of aan de aansluitleiding. De tweede is dat er meer aan de hand is dan lucht, bijvoorbeeld bruin water dat na tien minuten spoelen niet helder wordt.
Vraag bij het bellen van een loodgieter vooraf naar de voorrijkosten en het uurtarief, en zeg erbij wat je zelf al gedaan hebt. Een monteur die weet dat alle tappunten al doorgespoeld zijn en dat de perlators schoon zijn, hoeft die ronde niet nog eens over te doen.
| Situatie | Wat het meestal is | Zelf doen of laten komen |
|---|---|---|
| Lucht nadat het waterbedrijf aan de straat heeft gewerkt | Eenmalige lucht met wat losgetrild roest | Zelf doorspoelen, kost alleen wat water |
| Lucht na het vervangen van een kraan of een stuk leiding | Lucht in dat ene leidingdeel | Zelf, tappunt voor tappunt |
| De kraan spettert nog steeds na het ontluchten | Dichtgeslibde perlator of zeef in de koppeling | Zelf, schoonmaken of vervangen |
| De lucht is binnen een dag terug | Er wordt lucht aangezogen, vaak bij een pomp of hydrofoor | Laten nakijken, dit is zoekwerk |
| Klap zodra de wasmachine klaar is met vullen | Waterslag, geen lucht | Zelf beugelen, blijft het, dan een demper laten plaatsen |
| Bruin water dat na tien minuten spoelen niet helder wordt | Roest of iets in de aansluitleiding | Eerst zelf spoelen, daarna het waterbedrijf bellen |
| Geluid en spetteren alleen bij warm water | Lucht in de boiler of de warmtewisselaar | Warme kranen zelf doorspoelen, ketelwerk door een installateur |
| Nauwelijks water uit alle kranen tegelijk | Een half dichte afsluiter of iets in de meteropstelling | Hoofdkraan controleren, verder het waterbedrijf |
Zo ontlucht je de waterleiding in huis
Deze volgorde werkt voor een eengezinswoning met een watermeter op de begane grond of in de meterkast.
-
Stel eerst vast dat het lucht is
Vang een glas water op bij een koude kraan en zet het stil op tafel. Wordt het van onderaf helder, dan is het lucht en heeft de rest van dit plan zin. Blijft het troebel of klaart het van boven op, dan zit je in een ander probleem en spoel je alleen water weg.
-
Haal de perlators en de handdouche eraf
Schroef de perlator van elke kraan die je gaat doorspoelen, met een doek om de bek van je tang. Draai ook de handdouche van de slang. De fijne gaatjes in een straalregelaar en een douchekop houden zowel de lucht als het losgekomen gruis tegen, en dat gruis wil je niet in je kraan hebben.
-
Vul gecontroleerd als de hoofdkraan dicht is geweest
Zet eerst twee of drie tappunten open en draai de hoofdkraan daarna in kwartslagen open, over ongeveer twee minuten. Zo schuift het water de lucht rustig voor zich uit. Vol opendraaien perst de luchtbellen juist de zijtakken in, en dan ben je een half uur langer bezig.
-
Begin bij het tappunt dichtst bij de watermeter
Dat is meestal de buitenkraan of de keukenkraan. Zet hem helemaal open en laat hem twee minuten lopen, tot de straal stil, helder en ononderbroken is. Een kraan die je maar half opendraait, laat het water onder de luchtbel door lopen zonder hem mee te nemen.
-
Werk naar buiten en naar boven
Loop daarna de koude tappunten af in volgorde van afstand en hoogte: begane grond, dan de verdieping, dan de zolder. Laat elke kraan een tot twee minuten lopen. Neem de wasmachinekraan mee met de slang los in een emmer en de vulkraan van het toilet door het reservoir twee keer te legen.
-
Doe daarna pas de warmwaterkant
Ga nu dezelfde ronde langs met de warme kranen, opnieuw van dichtbij naar ver. Heb je een gesloten elektrische boiler, haal daar dan eerst de stroom af en laat een warme kraan openstaan tot er een stille straal uit komt. Pas als de boiler helemaal vol is, mag de stroom er weer op.
-
Sluit de kranen in dezelfde volgorde
Draai eerst de kraan dicht waarmee je begon en eindig bij het hoogste tappunt. Dat hoogste punt blijft dus het langst openstaan, zodat de laatste lucht daar naar buiten kan in plaats van dat je hem opsluit in het bovenste stuk leiding.
-
Zet de perlators terug en controleer
Spoel elk zeefje eerst om onder de kraan en zet het busje in de goede volgorde terug: zeef, verdeelplaatje, rubberring. Draai handvast aan en test elke kraan een halve minuut. Een straal die nu nog rommelt, komt van het zeefje en niet meer van lucht.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Nalopen voordat je klaar bent
Uit de praktijk
Spetteren dat na het ontluchten gewoon blijft
Een kraan die na een volledige spoelronde nog steeds onrustig sputtert, heeft in de meeste gevallen geen lucht meer maar een verstopte perlator. Zodra er lucht door een leiding trekt, komen er kalkschilfers en roestdeeltjes mee die in het fijne zeefje blijven hangen.
Het patroon is herkenbaar: de straal waaiert uit naar één kant, of hij is smal en hard in plaats van breed en zacht. Schroef het busje eraf en laat de kraan zonder perlator lopen. Is de straal dan wel rustig, dan zit het probleem in het zeefje. Een nacht in schoonmaakazijn en doorspoelen in de tegenovergestelde richting van het water lost dat meestal op.
Lucht die na elke ronde terugkomt
Lucht die binnen een dag terug is, komt niet uit de oorspronkelijke bel maar wordt ergens aangezogen. Een drinkwaterinstallatie op het net staat continu onder druk en kan uit zichzelf geen lucht binnenlaten, dus is er een plek waar de druk periodiek wegvalt.
De twee plaatsen waar dat gebeurt zijn de zuigzijde van een pomp en een hydrofoor waarvan de voordruk is weggelopen. Bij een pomp die lucht meezuigt, hoor je de pomp bovendien anders klinken dan normaal. Ontluchten helpt dan telkens een paar uur en daarna begint het opnieuw. Het zoeken naar de plek waar de lucht binnenkomt, is werk voor een installateur met een drukmeter.
Een klap in de leiding die niets met lucht te maken heeft
Een korte, harde klap op het moment dat een apparaat klaar is met vullen, is waterslag. Het magneetventiel van een wasmachine of vaatwasser sluit in een fractie van een seconde, en de waterkolom die dan nog met snelheid onderweg is, komt met een drukgolf tot stilstand.
Die golf wordt hoorbaar doordat de leiding zelf beweegt. Hoe langer een stuk leiding onbeugeld ligt, hoe harder de klap. Ontluchten verandert daar niets aan, want er zit geen lucht in. Wat wel werkt is de leiding vastzetten met beugels met rubber inlage, ongeveer elke meter tot anderhalve meter bij 15 millimeter koper, en bij hardnekkig geval een waterslagdemper vlak bij het apparaat.
Veelgemaakte fouten
Beginnen bij het verste of hoogste tappunt
Dat voelt logisch, want daar zit de lucht. Alleen trek je zo de bel uit de hoofdleiding mee door elke zijtak die je passeert. Werk van de watermeter naar buiten en naar boven, zodat het water de lucht steeds één kant op duwt.
De hoofdkraan in één keer helemaal opendraaien
Na een klus staat de installatie leeg. Vol opendraaien laat het water met volle druk naar binnen schieten en perst de lucht als propjes de zijtakken in. Open in kwartslagen over een paar minuten, met een paar kranen al open.
De perlator laten zitten
Het zeefje houdt precies het gruis tegen dat door het spoelen loskomt. Je zit dan na afloop met een kraan die knijpt en met een straal die uitwaaiert, en je denkt dat er nog lucht in zit. Er af halen kost dertig seconden.
Spoelen met de handdouche erop
De honderden gaatjes van een douchekop remmen de doorstroming zo sterk af dat er geen luchtbel doorheen komt. De slang los in de doucheput houden geeft de volle doorstroming die je nodig hebt, en het scheelt dat het gruis in de kop achterblijft.
Een elektrische boiler onder stroom vullen
Slaat het element aan terwijl de ketel nog half met lucht staat, dan brandt het binnen enkele minuten droog. Haal de stroom eraf, vul de ketel met een warme kraan open, en schakel pas in als er een stille straal uit die kraan komt.
Een cv-ontluchter op een drinkwaterleiding zetten
Materiaal dat in contact komt met drinkwater hoort daarvoor goedgekeurd te zijn, en onderdelen uit de cv-hoek zijn dat niet. Bovendien lost het niets op: de kranen ontluchten de installatie al, en een extra aftakking is een plek waar water stil komt te staan.
Klappende leidingen willen ontluchten
Een klap bij het sluiten van een kraan of een ventiel is waterslag en dus juist een drukgolf in water zonder lucht. Spoelen helpt daar niets tegen. De oplossing zit in het vastzetten van de leiding en zo nodig in een waterslagdemper.
Veelgestelde vragen
Hoe waterleiding ontluchten in een gewone woning?
Haal de perlators van de kranen, zet het tappunt dat het dichtst bij de watermeter zit helemaal open en laat het twee minuten lopen. Werk daarna naar buiten en naar boven: begane grond, verdieping, zolder, en pas als laatste de warmwaterkant. Sluit de kranen in dezelfde volgorde als waarin je ze opende, zodat het hoogste punt het langst openstaat en de laatste lucht daar naar buiten kan.
Kun je zelf waterleiding ontluchten?
Ja, en er komt geen gereedschap aan te pas behalve een tang voor de perlators. Je hoeft de installatie niet af te tappen en niets te demonteren. De enige twee punten waar je moet opletten zijn een elektrische boiler, die je zonder stroom vult, en een gasgestookt toestel, waar je van afblijft. Verder is het een kwestie van kranen openzetten in de goede volgorde en geduld hebben.
Wat zijn de kosten van waterleiding ontluchten?
Doe je het zelf, dan kost het alleen het water dat je doorspoelt en een half uur van je tijd. Laat je er een loodgieter voor komen, dan betaal je voorrijkosten plus arbeidstijd, en dat is voor deze handeling zelden de moeite waard. Bellen wordt pas logisch als de lucht steeds terugkomt of als er meer speelt, zoals bruin water dat niet helder wordt of druk die overal wegvalt.
Is er een video van waterleiding ontluchten te vinden?
Wij hebben er geen video bij, en wat je op YouTube vindt onder waterleiding ontluchten gaat in de praktijk vaak over radiatoren of over een cv-installatie. Dat is een ander systeem met ontluchtingsnippels en een vulkraan. Een drinkwaterinstallatie heeft die nippels niet, dus een filmpje waarin iemand met een sleuteltje aan een radiator staat, brengt je bij dit probleem geen stap verder.
Helpt het ontluchten van klappende waterleidingen tegen het geluid?
Meestal niet, want een klap bij het dichtgaan van een kraan of een apparaat is waterslag en niet lucht. De drukgolf ontstaat doordat stromend water abrupt tot stilstand komt, bijvoorbeeld bij het magneetventiel van een wasmachine. Wat wel helpt is de leiding stevig beugelen met rubber inlage, en als dat niet genoeg is een waterslagdemper vlak bij het apparaat dat de klap veroorzaakt.
Bestaat er een ontluchter voor de waterleiding?
Voor een normale woninginstallatie niet, en die heb je ook niet nodig: elke kraan is een ontluchtingspunt. Automatische ontluchters kom je wel tegen bij een hydrofoor, een bronpomp of een lange stijgleiding, en die horen door een installateur op een hoog punt geplaatst te worden. Gebruik daar nooit een onderdeel uit de cv-hoek voor, want materiaal in drinkwater moet daarvoor zijn goedgekeurd.
Hoe lang moet ik de kraan laten lopen om de lucht eruit te krijgen?
Reken op een tot twee minuten per tappunt, en twee minuten bij de eerste kraan na de watermeter. Je stopt niet op de klok maar op het beeld: de straal moet stil zijn, ononderbroken en zonder ploffen. Hoor je nog steeds een onderbreking, laat hem dan gewoon doorlopen. Bij een lange leiding naar de zolder duurt het merkbaar langer dan bij de keukenkraan.
Waarom is mijn water melkwit na het ontluchten van de waterleidingen?
Dat zijn micro-belletjes die onder druk in het water zijn gemengd en die bij de kraan vrijkomen. Vang een glas op en zet het stil: wordt het binnen een halve minuut van onderaf helder, dan gaat het puur om lucht en verdwijnt het vanzelf. Klaart het van boven naar beneden op of blijft het troebel, dan gaat het om deeltjes en heeft doorspoelen een ander doel.
Waarom spettert alleen de warme kraan en de koude niet?
De warmwaterkant heeft een boiler of een warmtewisselaar in de leiding zitten, en dat zijn de plekken waar lucht blijft hangen. Bovendien laat opgewarmd water opgeloste lucht los, dus daar komt altijd wat bij. Laat de warme kraan met de grootste doorstroming, meestal die in de keuken, twee tot drie minuten volop lopen. Blijft het bonken bij het aanslaan van de brander, dan is het toestel zelf aan de beurt.
Kan lucht in de waterleiding kwaad?
Voor het water zelf niet: melkwit water is gewoon drinkbaar. Wat wel schade geeft, is lucht in een elektrische boiler die onder stroom staat, want dan kan het element droog branden. En lucht die steeds terugkomt is een signaal dat er ergens lucht wordt aangezogen, en dat is de moeite van uitzoeken waard voordat je een pomp beschadigt.
Moet ik de hoofdkraan dichtdraaien om te ontluchten?
Nee, bij gewoon ontluchten laat je de hoofdkraan juist helemaal open staan, want de netdruk is precies wat de lucht eruit duwt. Dichtdraaien doe je alleen als je aan de leiding werkt. Draai hem daarna wel gecontroleerd weer open, in kwartslagen over een paar minuten en met een paar kranen al open, anders schiet de lucht de zijtakken in.
Wanneer je beter een vakman belt
Het doorspoelen zelf is werk dat je zonder zorgen zelf doet. Er zijn drie situaties waarin je beter iemand laat komen.
De eerste is lucht die na elke ronde terugkeert. Dan is de vraag niet hoe je hem eruit krijgt maar waar hij binnenkomt, en dat vraagt om meten aan de zuigzijde van een pomp of aan de aansluitleiding. Blijven ontluchten lost dat niet op en kan een pomp beschadigen.
De tweede is alles wat met gas te maken heeft. Een geiser of een gasgestookte boiler die na het ontluchten anders klinkt of niet meer goed ontsteekt, laat je door een erkend installateur nakijken. Aan de gaszijde werk je niet zelf, ook niet even.
De derde is de meteropstelling. De afsluiter aan de straatzijde van de watermeter is van het waterbedrijf en die bedien je niet. Zit de hoofdkraan aan de huiszijde vast, lekt hij langs de spindel of blijft het water na alle spoelwerk bruin, bel dan het waterbedrijf voordat je zelf iets losdraait.