Mastiek dak: herkennen, overlagen of helemaal vervangen
Een mastiek dak is een dakvlak dat waterdicht is gemaakt met bitumen: vroeger ter plaatse uitgegoten en met leislag afgestrooid, tegenwoordig met voorgefabriceerde banen. Zolang de laag heel is en nergens water blijft staan, kun je hem met kleefstof en nieuwe leislag jaren langer meekrijgen. Zitten er blaren in, staat er water onder de laag of is het hout aan de rand zacht, dan is overlagen uitstel en moet de dakbedekking eraf. Bij een dak van voor 1994 hoort onderzoek naar teer en asbest bij de voorbereiding, niet bij de verrassingen achteraf.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolsteiger of stelling, geen ladder om vanaf te werken
- Harde bezem en een stoffer om het dak bezemschoon te krijgen
- Mastiekbezem of een brede vlakke kwast voor de kleefstof
- Stanleymes met haakmesjes voor het opensnijden van blaren en banen
- Brede koevoet van ongeveer 38 cm voor de daktrim
- Klein breekijzer, nijptang en een spijkerdrevel
- Accuboormachine met torxbits en een houtboorset
- Lange waterpas van twee meter of een slangwaterpas voor het afschot
- Gasbrander met slang en drukregelaar, alleen bij een brandbare dakbaan
- Werkende poederblusser, emmer water en leren handschoenen
Materiaal
- Bitumen kleefstof of koudlijm in emmers
- Leislag in zakken, in de kleur die bij het dak past
- Bitumen onderlaag en toplaag, of een zelfklevende baan
- Primer voor beton, hout of oude bitumen
- Bitumenkit en plakplaten voor de aansluitingen
- Nieuwe dakuitloop met manchet
- Watervast verlijmd multiplex of underlayment voor de randen
- Mastiekhoek of een schuine lat voor de overgang naar de opstand
- Nieuwe daktrim of enkeltrim met verbindingsstukken
- Asfaltnagels en rvs schroeven
Wat een mastiek dak precies is
Mastiek is de oude naam voor de hete bitumen waarmee dakdekkers lagen dakvilt of glasvlies aan elkaar en aan de ondergrond plakten. Het dak werd ter plaatse opgebouwd, laag over laag, en aan het eind afgestrooid met leislag of grind tegen de zon. Je komt zo'n dak vooral tegen op aanbouwen, garages, dakkapellen en de platte stukken die tegen een schuin dak met pannen aan liggen.
Vrijwel niemand giet vandaag nog mastiek ter plaatse. Het werk gebeurt met voorgefabriceerde bitumenbanen die je brandt, plakt of zelfklevend legt. In de spreektaal is dat verschil vervaagd: elk zwart bitumendak heet in Nederland nog altijd een mastiek dak, ook als er nooit een emmer hete mastiek aan te pas is gekomen.
Voor jou als bewoner maakt het onderscheid wel uit. Een echt ouderwets gegoten dak zit vaak vast op de ondergrond en laat zich lastig in banen aftrekken. Moderne banen liggen in stroken en komen er in hele repen af. Wat er onder ligt en hoe de laag is bevestigd, bepaalt daarom hoeveel werk het vervangen wordt. Meer over de opbouw van zo'n dakvlak staat bij platte daken en hun dakbedekking.
Een mastiek dak herkennen
Van onderaf lijkt alle donkere dakbedekking op elkaar. Klim je erop, dan zie je binnen een minuut waar je mee te maken hebt. Mastiek en bitumen voelen hard en licht korrelig, met een oppervlak dat op fijn grind lijkt. De banen zijn ongeveer een meter breed en overlappen elkaar acht tot tien centimeter, met een naad die je als een lichte rug voelt.
Een rubberdak van EPDM voelt heel anders: zacht, glad en meestal in één groot vel over het hele dak zonder naden. Kunststof folie ligt strak en heeft gelaste naden met een smalle glimmende rand. Zit er onder de leislag een lapwerk van kleine rechthoeken, dan kijk je naar dakshingles op een hellend vlak en niet naar mastiek.
De leeftijd schat je aan de leislag. Een verse laag is egaal van kleur en dekt volledig. Naarmate het dak ouder wordt, spoelt de slag weg naar de laagste punten en komt het zwarte bitumen bloot te liggen. Die kale plekken verouderen daarna snel, want zonlicht is wat bitumen op den duur bros maakt.
| Wat je ziet en voelt | Waar het op wijst | Wat dat voor je plan betekent |
|---|---|---|
| Korrelig oppervlak, banen van een meter breed met zichtbare overlap | Bitumen dakbedekking, in de volksmond een mastiek dak | Overlagen kan vaak, mits de laag droog en hecht is |
| Glad, zacht en rubberachtig, één vel zonder naden | EPDM | Niet met bitumen overlagen, dat hecht niet |
| Strakke folie met smalle gelaste naden | Kunststof dakbaan van pvc of tpo | Repareren met hetzelfde materiaal en een heteluchtapparaat |
| Kleine overlappende plaatjes met leislag erop | Shingles | Hoort op een hellend vlak, andere aanpak |
| Losse steentjes van ongeveer 16 mm los op het dak | Grinddak als ballastlaag of tegen de zon | Grind moet eerst weg voordat je iets kunt beoordelen |
| Sterke teergeur op een warme dag, glimmend gitzwart | Teerhoudende laag, meestal van voor 1980 | Laten onderzoeken, dit is geen gewoon bouwafval |
| Bobbels en blaren die meeveren als je erop drukt | Vocht of lucht ingesloten onder de laag | Overlagen heeft geen zin, de blaren komen terug |
| Plassen die na twee dagen droog weer zichtbaar zijn als kringen | Te weinig afschot of een doorgezakt dakbeschot | Eerst de ondergrond aanpakken, daarna pas dekken |
Snijd op een onopvallende plek een vierkantje van tien bij tien centimeter uit de dakbedekking en licht het op. Je ziet dan in één keer hoeveel lagen erop zitten, of het hout eronder droog is en waar de bevestiging zit. Het gaatje plak je daarna dicht met een stukje dakbaan en bitumenkit.
Mastiekschroot, mastiekrib en mastiekhoek
Rond de rand van een mastiek dak zit een houten constructie met eigen namen die je in de bouwmarkt niet zomaar vindt. Ze door elkaar halen leidt tot verkeerde bestellingen en tot slopen op de verkeerde plek, dus je wilt het verschil één keer goed op een rij hebben.
De mastiekschroot is de schuin oplopende plank langs de dakrand, die samen met het boeideel de dakopstand vormt. De dakbedekking loopt over die schuinte omhoog en eindigt onder de daktrim. Een mastiekrib doet hetzelfde werk maar heeft een andere doorsnede: een dikkere, meer afgeronde vorm die je vaker bij oudere daken tegenkomt. Van bovenaf lijken ze op elkaar; het verschil zie je pas als de dakbedekking eraf is.
De mastiekhoek is de driehoekige lat in de binnenhoek, waar het dakvlak overgaat in een opstaande muur of opstand. Die lat voorkomt dat de dakbaan in een scherpe hoek van negentig graden gevouwen moet worden, want juist daar scheurt bitumen op termijn. Moderne dakbanen zijn soepel genoeg om zonder mastiekhoek verwerkt te worden, maar een schuine overgang van horizontaal naar verticaal maakt het werk makkelijker en de naad betrouwbaarder.
| Onderdeel | Waar het zit | Waar je op let |
|---|---|---|
| Mastiekschroot | Schuine plank langs de dakrand, achter het boeideel | Zit vaak vast aan het boeideel, dus die twee komen samen los |
| Mastiekrib | Zelfde plek, dikkere en rondere doorsnede | Andere maat dan een schroot, meet na voordat je bestelt |
| Mastiekhoek | Driehoekige lat in de binnenhoek bij een opstand of gevel | Bovenkant gelijk houden met de bovenkant van de dakrand |
| Dakopstand | Het geheel van schroot en boeideel dat de rand omhoog zet | Hoogte meten vanaf het hoogste punt van het dakvlak |
| Daktrim | Aluminium of zinken profiel over de rand heen | Kan op het boeideel zijn geschroefd of onder de dakbaan liggen |
| Kantstrook | Extra strook dakbedekking over de opstand en de rand | Bij reparatie langer aanhelen dan het weggesneden deel |
| Boeideel | De verticale plaat aan de voorkant van de dakrand | Draagt vaak de trim, dus niet los slopen zonder plan |
Is een mastiek dak gevaarlijk?
De vraag of een mastiek dak gevaarlijk is, komt meestal op bij een dak dat eraf moet. Het antwoord hangt af van de leeftijd. Moderne bitumen dakbedekking is gewoon bouwafval en levert bij het weghalen geen bijzonder risico op. Bij daken uit de jaren zestig, zeventig en tachtig ligt dat anders.
In die periode werd veel gewerkt met koolteer in plaats van met bitumen uit de raffinaderij. Teer bevat polycyclische aromatische koolwaterstoffen, kortweg pak, en die zijn kankerverwekkend. Je ruikt zo'n dak op een warme dag: een scherpe, doordringende teergeur die niet lijkt op de flauwe geur van gewoon bitumen. Teerhoudende dakbedekking mag niet bij het bouwafval en wordt apart ingezameld, en de verwerker wil dat vooraf weten.
Daarnaast kan er asbest in het spel zijn. Sommige oude dakbanen bevatten asbestvezels als versterking, en onder dakranden en dakkapellen zitten regelmatig asbestcementplaten. Voor bouwjaren tot 1994 geldt dat je dat laat onderzoeken voordat je begint te slopen. Asbest verwijderen doe je niet zelf: dat is werk voor een gecertificeerd bedrijf, en de gemeente wil er meestal een melding van.
Het derde risico is het meest alledaagse en tegelijk het meest onderschatte. Een mastiek dak met natte leislag is spekglad, en de rand van een aanbouw ligt vaak op drie meter. Werken op hoogte is de reden dat er bij dit soort klussen ongelukken gebeuren, niet de dakbedekking zelf.
Ga niet met een gasbrander op een oude teerlaag staan. Verhitte teer geeft dampen af die je niet wilt inademen, en oude lagen kunnen vollopen met vocht dat bij verhitting explosief uitzet. Bij een dak van voor 1980 laat je eerst vaststellen wat er ligt. Werk met open vuur op een dak vraagt altijd om een werkende blusser binnen handbereik en om een controle van het dak een uur nadat je klaar bent.
Mastiek dak overlagen: wanneer dat mag
Een mastiek dak overlagen betekent dat je de oude laag laat liggen en er een nieuwe laag overheen legt. Dat scheelt sloopwerk, afvoerkosten en een dag waarop je huis openligt. Het mag alleen als de oude laag nog een betrouwbare ondergrond is, en dat is minder vaak het geval dan mensen hopen.
De harde grenzen zijn er drie. Er mag geen vocht onder de bestaande laag zitten, want dat komt er nooit meer uit en gaat blazen zodra de zon erop staat. Er mag niet al twee keer eerder zijn overlaagd, want het gewicht en de dikte lopen op. En de opstandhoogte moet het toelaten: elke laag verhoogt het dakvlak, terwijl de vakrichtlijn 120 mm opstand aanhoudt gemeten vanaf het hoogste punt van het dakvlak. Zit je daar na een extra laag onder, dan moet de opstand mee omhoog of gaat de oude laag eraf.
Ligt er grind op het dak, dan moet dat er eerst helemaal af. Grind onder een nieuwe laag geeft puntbelasting en perforeert de baan van onderaf. Datzelfde geldt voor losse leislag die niet meer hecht: die veeg je weg tot je een vaste ondergrond hebt.
| Methode | Wat het doet | Wanneer het past | Wat je ervan mag verwachten |
|---|---|---|---|
| Kleefstof met nieuwe leislag | Herstelt de uv-bescherming en dicht haarscheurtjes | Laag is heel en droog, alleen verweerd aan de oppervlakte | Vijf tot tien jaar uitstel, geen nieuwe waterdichting |
| Vloeibaar bitumensysteem met wapeningsvlies | Naadloze laag over de bestaande dakbedekking | Kleine daken met veel hoeken, doorvoeren en aansluitingen | Werkt goed op detail, kwetsbaar bij dikteverschillen |
| Eén nieuwe bitumen toplaag branden of plakken | Volwaardige nieuwe deklaag over de oude heen | Oude laag hecht overal, geen blaren, opstand hoog genoeg | Vijftien tot twintig jaar, mits de ondergrond klopt |
| Zelfklevende bitumenbaan | Nieuwe laag zonder open vuur | Bij een houten ondergrond of dicht bij brandbaar materiaal | Vraagt een schone, droge en warme ondergrond |
| Alles eraf en opnieuw dekken | Nieuwe opbouw vanaf het dakbeschot | Blaren, vocht, doorgezakt hout of derde laag | Twintig tot dertig jaar, en je kunt meteen isoleren |
| Alleen plaatselijk repareren | Een scheur of naad dichtzetten | Jong dak met een aanwijsbare beschadiging | Prima, zolang de rest van het dak nog goed is |
Meet het afschot na voordat je besluit te overlagen. Blijft er ergens water staan, dan legt een nieuwe laag die plas alleen maar opnieuw vast. Hoe je het verhang bepaalt en wat er minimaal nodig is, staat bij het afschot van een plat dak.
Leislag opnieuw aanbrengen en kleine scheuren dichten
De goedkoopste ingreep op een verder gezond mastiek dak is een verse laag kleefstof met leislag erop. Het is oud werk dat nog steeds prima voldoet: de kleefstof vult haarscheurtjes en de leislag vangt het uv-licht op dat het bitumen anders bros maakt.
Begin bezemschoon. Alle mos, blad, losse slag en zand moeten weg, want kleefstof op stof hecht niet en laat na één winter los. Breng daarna de kleefstof aan met een mastiekbezem in banen van ongeveer een meter breed, en strooi de leislag meteen in de natte laag uit. Zo werk je baan voor baan het dak over, richting de kant waar je eraf gaat.
De fout die vrijwel iedereen maakt, is zuinig smeren. Een dunne laag lijkt genoeg omdat het dak zwart en glimmend wordt, maar de leislag zakt er niet in en waait bij de eerste storm weg. Reken op een royale laag en houd de emmer bij je in plaats van de bezem uit te knijpen. Over zo'n behandelde laag kun je gewoon lopen, wat handig is bij een dak waar je een antenne of een schotel moet bereiken.
Wat deze behandeling niet doet, is een versleten dak waterdicht maken. Zitten er scheuren waar je een mes in kwijt kunt, of zie je binnen vlekken op het plafond, dan is dit uitstel en geen reparatie. Repareer zulke plekken eerst met een stuk dakbaan en bitumenkit, of accepteer dat het dak toe is aan een nieuwe laag.
Mastiek dak vervangen en wat je eronder tegenkomt
Een mastiek dak vervangen begint met het openleggen van een strook, meestal langs de rand. Wat je daar ziet bepaalt de rest van de planning: droog hout betekent alleen dekken, zacht of donker hout betekent dat de balklaag ook aandacht vraagt. Prik met een schroevendraaier in het beschot bij de dakrand en bij de uitloop, want daar begint rot altijd.
Onder de dakbedekking zit meestal een houten beschot van underlayment of multiplex op een balklaag. Is dat aangetast, dan volgt het vervangen van het dakbeschot voordat er iets nieuws op gaat. Dekken over zacht hout heeft geen zin, want de bevestiging van de nieuwe laag houdt zich er niet aan vast.
Het moment dat het dak toch open ligt, is meteen het beste moment om te isoleren. Isolatie boven op het beschot met de dakbedekking erover levert een warm dak op, waarbij het hout aan de warme kant zit en niet meer koud wordt. Hoe die opbouw werkt en welke diktes gangbaar zijn, lees je bij het isoleren van een plat dak. Isoleren aan de binnenkant kan ook, maar dan let je scherp op de dampremmende laag: zie isoleren van binnenuit.
Reken bij het inplannen op minstens twee droge dagen achter elkaar. Een dak dat halverwege is, is geen dak, en een bui op het verkeerde moment kost je meer dan de dakdekker die je had kunnen bellen. Bestel het materiaal compleet, inclusief een nieuwe uitloop met manchet, want een oude uitloop hergebruiken onder een nieuwe laag is vragen om een lekkage precies daar.
Sloop nooit meer open dan je diezelfde dag dicht krijgt. Werk per strook: openleggen, controleren, dekken. Bij een aanbouw met een keuken of slaapkamer eronder is een halve nacht regen genoeg voor schade aan plafond, vloer en inboedel.
Afschot, afvoer en ventilatie
Een mastiek dak dat te snel versleten is, heeft bijna altijd een waterprobleem en geen materiaalprobleem. Water dat blijft staan, verlengt de tijd dat de laag nat is, spoelt de leislag weg en bevriest in de winter. Het afschot is daarmee net zo bepalend als de dakbedekking zelf.
Meet het verhang met een lange waterpas of een slangwaterpas, en meet op meerdere plekken. Een dak dat aan de rand goed afloopt, kan in het midden zijn doorgezakt. Verzakte plekken vul je bij het vervangen op met isolatie op afschot of met een uitgevulde regel, en niet met een extra laag bitumen.
De afvoer verdient dezelfde aandacht. Eén uitloop op een klein dak is genoeg zolang er ook een noodoverstort zit die het water kwijt kan als de uitloop verstopt raakt. Een uitloop midden in een hoek loopt vol met blad, een uitloop op het laagste punt van het afschot werkt het best. Voor een doorvoer door de dakbedekking heen gebruik je een manchet die bij het materiaal past, zoals beschreven bij een dakdoorvoer in bitumen.
Bij een aanbouw met een breed dakvlak speelt ventilatie mee. Zit er een gesloten spouw of een houten constructie onder, dan houdt die vocht vast zodra hij niet kan ademen. Open stootvoegen in de gevel onder een overstek zijn daarvoor de eenvoudigste oplossing. Hoe je die overgang netjes maakt, staat bij het maken van een overstek.
De dakrand: trim, boeideel en aansluiting
Bij een mastiek dak begint negen van de tien lekkages niet in het midden van het dakvlak maar aan de rand. Daar komen dakbedekking, hout en metaal samen, en daar wordt bij onderhoud het vaakst half werk geleverd.
De eerste vraag bij elke ingreep aan de rand is hoe de daktrim vastzit. Is hij op het boeideel geschroefd, dan krijg je het boeideel er niet af zonder eerst de trim te verwijderen. Snijd in dat geval het dakleer net achter de trim door en wrik de trim met een brede koevoet van ongeveer 38 cm voorzichtig los. Daarna kun je van bovenaf het boeideel van de mastiekschroot af wrikken, zonder de dakbedekking in het vlak te beschadigen. De vervolgstappen staan bij het vervangen van boeidelen en bij een boeiboord vervangen.
Achter een nieuwe plaat hoort altijd doorlopend achterhout, geen panlatten. Panlatten zijn te dun om schroeven goed vast te houden, en de mastiekhoek moet strak tegen het boeideel aan komen. Met panlatten sta je er straks achter te kijken hoe de hoek twee centimeter van de plaat af blijft staan. Een strook multiplex of underlayment achter de plaat lost dat in één keer op, en dat is precies de opbouw die je bij boeidelen van Rockpanel ook aanhoudt.
Heb je de rand opengesneden, dan herstel je de waterdichtheid met een kantstrook die ruim over de snede heen valt. Alleen het trimdeel aanhelen is geen oplossing: de naad ligt dan precies op de plek waar het water langsloopt.
Plaatmateriaal dat werkt en krimpt
Trespa en vergelijkbare platen zetten uit en krimpen met de temperatuur. Boor de schroefgaten daarom ruimer dan de schroef dik is, zodat de plaat kan bewegen zonder te scheuren. Laat tussen de stroken een naadje open en zet daar een uv-bestendige strook achter, zodat er geen water in het achterliggende multiplex trekt. Gebruik de schroeven van de fabrikant van de plaat, want de kop en de kleur zijn erop afgestemd.
Zinken deklijsten op je eigen tempo
Bij een zinken afwerking bovenlangs hoef je niet alles in één keer te doen. Je kunt de deklijsten eerst plaatsen en pas later laten solderen. Dat betekent dat het dak alvast dicht is en dat het soldeerwerk een losse afspraak van een uurtje wordt. Vraag bij het bestellen van de lijsten meteen hoe de bevestiging bedoeld is, dan monteer je het deel dat je zelf kunt.
Kosten, levensduur en de afweging zelf doen
Een mastiek dak gaat bij normaal onderhoud twintig tot dertig jaar mee. Daken die het niet halen, hebben meestal water dat blijft staan of een randaansluiting die nooit goed is geweest. Een dak dat de vijfentwintig ruim voorbij is, kun je met kleefstof en leislag nog een paar jaar meekrijgen, maar dan koop je tijd en geen levensduur.
Materiaal voor het zelf overlagen kost grofweg acht tot twintig euro per vierkante meter, afhankelijk van of je met een enkele toplaag of met een volledige tweelaagse opbouw werkt. Laat je het uitvoeren, dan zit je met arbeid, steiger en afvoer op een veelvoud daarvan. Bij teerhoudend of asbestverdacht materiaal komen daar de kosten van onderzoek en gescheiden afvoer bovenop, en die post is niet klein.
Zelf doen is verdedigbaar op een garagedak, een schuurtje of een kleine aanbouw met een lage rand. Op hoogte, boven een woonruimte of met open vuur ligt de afweging anders. Er is niets mis met het combineren: zelf het sloopwerk, de ondergrond en de isolatie doen, en het dekken en de randafwerking uitbesteden. Loopt het dak over in een hellend vlak, dan hoort het isoleren van het schuine deel in dezelfde planning thuis. Een overzicht van alles wat er bij een dak komt kijken vind je op onze pagina over dak en zolder.
Zo overlaag je een mastiek dak met een nieuwe bitumenlaag
Deze volgorde geldt voor een dak dat na inspectie droog en hecht is en waar de opstandhoogte de extra laag toelaat.
-
Inspecteer het dak en neem een besluit
Loop het dak af op blaren, natte plekken en scheuren, en meet de opstandhoogte op het hoogste punt van het dakvlak. Snijd op één plek een vierkantje uit om te zien hoeveel lagen er al liggen en of het hout eronder droog is. Ligt er een derde laag of zit er vocht onder, dan stop je hier en gaat de dakbedekking eraf.
-
Zet de werkplek veilig neer
Plaats een rolsteiger of stelling langs de rand waar je op en af gaat, en klim niet vanaf een ladder het dak op met materiaal in je hand. Leg de blusser en een emmer water op het dak neer voordat je begint, niet beneden. Bij een dakrand zonder opstand hoort een randbeveiliging, want natte leislag is glad.
-
Maak het dak bezemschoon
Veeg mos, blad, zand en losse leislag volledig weg en schraap aangroei van de naden. Kleefstof en bitumen hechten niet op stof, dus dit is het werk dat bepaalt of de nieuwe laag over vijf jaar nog vastzit. Laat het dak daarna volledig drogen voordat je verder gaat.
-
Snijd blaren open en zet ze plat
Snijd elke blaas kruislings in, laat de lucht en het vocht eruit en laat de plek drogen. Plak de flappen daarna terug in bitumenkit en leg er een stuk dakbaan overheen dat ruim over de snede valt. Een blaas die je onder een nieuwe laag verstopt, komt bij de eerste zonnige dag gewoon terug.
-
Vernieuw de uitloop en de aansluitingen
Werk eerst de details af: een nieuwe dakuitloop met manchet, de doorvoeren en de aansluiting op de gevel of opstand. Deze plekken zitten straks onder de nieuwe baan en zijn dan niet meer te bereiken. Vul een verzakking rond de uitloop op zodat het water er echt naartoe loopt.
-
Leg de nieuwe laag baan voor baan
Begin bij het laagste punt en werk naar boven, zodat elke volgende baan over de vorige heen valt en het water niet in een naad kan lopen. Houd tien centimeter overlap aan bij de langsnaden. Werk je met een brander, houd de vlam dan bewegend en niet stil op één plek, en blijf uit de buurt van het houtwerk aan de rand.
-
Werk de randen en de opstand af
Trek de dakbedekking over de mastiekschroot omhoog tot onder de trim en zet de kantstrook ruim over de rand. In de binnenhoek bij een opstand houd je de mastiekhoek gelijk met de bovenkant van de rand, of maak je een schuine overgang zodat de baan niet scherp geknikt wordt. Zet de trim daarna terug of monteer een nieuwe.
-
Controleer het werk en ruim na
Loop een uur na het branden nog een keer het dak over en voel met je hand langs het houtwerk aan de randen, want een smeulend plekje wordt pas later zichtbaar. Spuit het dak daarna nat met een tuinslang en kijk of het water overal naar de uitloop loopt. Blijft er ergens een plas staan, noteer dan waar, zodat je dat bij de volgende beurt kunt uitvullen.
Voordat je een mastiek dak overlaagt
Uit de praktijk
Boeidelen die niet los wilden omdat de trim erop geschroefd zat
Bij een aanbouw met een mastiek dak moesten de boeidelen vervangen worden, maar er zat geen enkele schroef of spijker in zicht. Alle bevestiging bleek onder de dakbedekking te liggen, en de daktrim was op de boei zelf geschroefd. Trekken aan de boei betekende dus trekken aan de complete dakrand.
De aanpak die hier werkte: het dakleer net achter de daktrim doorsnijden, en de trim daarna met een brede koevoet van 38 cm met beleid loswrikken. Pas toen de trim eraf was, kon van bovenaf het boeideel van de opstand af worden gewrikt zonder het dakvlak te beschadigen. Onder de bedekking zat geen mastiekschroot maar een mastiekrib, met een dikkere doorsnede dan verwacht. Die bleef gewoon zitten, want hij was hard en droog. Het weggesneden stuk dakbedekking is daarna aangeheeld met een ruime kantstrook, zodat de nieuwe naad niet op de waterlijn kwam te liggen.
Panlatten als achterhout, met een mastiekhoek die twee centimeter losstond
Bij dezelfde klus waren de oude boeidelen al gesloopt voordat duidelijk was hoe het achterwerk in elkaar zat. Het plan was om er panlatten achter te zetten als drager voor de nieuwe platen, omdat dat toevallig voorhanden was. Dat liep vast: panlatten zijn te dun om schroeven vast te houden, en bovenlangs kwam de mastiekhoek daardoor ruim twee centimeter van het boeideel af te staan.
De oplossing was plaatmateriaal in plaats van latten. Een doorlopende strook multiplex is er achter gezet en uitgelijnd met een strakke draad, zodat de voorkant weer één vlak vormde. Daarop kwamen Rockpanel-platen, met een strookje dpc achter elke stootvoeg en met ruimere schroefgaten dan de schroefdikte, zodat de platen kunnen werken zonder te scheuren. Bovenlangs sloot de mastiekhoek daarna wel strak aan.
Een verweerd dak dat met kleefstof en leislag weer jaren mee kon
Een garagedak van een jaar of twintig oud zag er van bovenaf slecht uit: de leislag was op de meeste plekken weggespoeld en het zwarte bitumen lag bloot. Er waren geen blaren, het hout onder de rand was hard en binnen was nergens een vlek te zien. Alles eraf halen was hier onnodig geld uitgeven.
Het dak is eerst bezemschoon gemaakt, tot in de naden. Daarna is baan voor baan kleefstof aangebracht met een mastiekbezem en meteen leislag in de natte laag uitgestrooid. Bij de eerste banen was de laag te dun aangebracht, waardoor de slag er los overheen bleef liggen en met de hand weg te vegen was. Vanaf de derde baan is er royaal gesmeerd, en toen hechtte de leislag wel. De haarscheurtjes in het oppervlak zijn met de kleefstof meegelopen en het dak is weer beloopbaar, wat handig was voor de antenne die erop staat.
Veelgemaakte fouten
Slopen voordat je weet hoe de dakrand vastzit
Wie de boeidelen eraf trekt zonder te weten of de daktrim erop geschroefd zit, scheurt de dakbedekking mee over het dakvlak. Neem eerst een breekijzer en leg één hoek open om te kijken hoe het in elkaar zit. Vijf minuten kijken scheelt hier een halve dag herstel.
Alleen het trimdeel aanhelen na een reparatie
Als je de bedekking bij de rand hebt doorgesneden, is een klein lapje onder de trim geen waterdichte oplossing. De naad ligt dan precies waar het water langsloopt. Snijd ruimer weg en heel aan met een kantstrook die tot ver over de opstand en over het dakvlak valt.
Zuinig zijn met de kleefstof onder de leislag
Een dunne laag ziet er tijdens het werk prima uit, want het dak wordt zwart en glimmend. De leislag zakt er alleen niet in en waait er bij de eerste najaarsstorm af. Smeer royaal en werk in banen die je meteen afstrooit, voordat de kleefstof een vel krijgt.
Overlagen terwijl er vocht onder de oude laag zit
Blaren en zachte plekken betekenen ingesloten water. Een nieuwe laag sluit dat vocht op, en bij het eerste zonnetje zet het uit en drukt de nieuwe baan omhoog. Snijd blaren open, laat drogen en zet ze plat, of accepteer dat de hele laag eraf moet.
Blijven stapelen tot de opstand te laag wordt
Elke extra laag verhoogt het dakvlak, terwijl de dakrand op dezelfde hoogte blijft. Op een gegeven moment is de opstand zo laag dat water bij een verstopte uitloop over de rand of de drempel loopt. Meet de resterende hoogte op het hoogste punt van het dak, niet op het laagste.
Panlatten gebruiken als drager achter een nieuwe boeiplaat
Een panlat is te dun om een plaatschroef fatsoenlijk te houden en te smal om een plaat vlak te krijgen. Het gevolg is een golvende voorkant en een mastiekhoek die bovenlangs niet aansluit. Gebruik een doorlopende strook multiplex of underlayment en lijn die uit voordat de plaat erop gaat.
Plaatmateriaal strak vastschroeven in te krappe gaten
Trespa en vergelijkbare platen werken met de temperatuur. Zit de schroef klem in een krap gat, dan scheurt de plaat vanaf het gat of trekt hij bol. Boor de gaten ruimer dan de schroef, laat een naadje open tussen de stroken en zet daar een uv-bestendige strook achter.
Met open vuur werken op een oude teerlaag
Verhitte teer geeft dampen af die je niet in wilt ademen, en oude lagen kunnen vocht bevatten dat bij hitte hevig uitzet. Bij een dak van voor 1980 laat je eerst onderzoeken wat er ligt en kies je anders voor een zelfklevend of vloeibaar systeem zonder brander.
Veelgestelde vragen
Wat is een mastiek dak eigenlijk?
Het is een dakvlak dat waterdicht is gemaakt met bitumen. Oorspronkelijk werd de bitumen heet ter plaatse uitgegoten over lagen dakvilt en afgestrooid met leislag of grind, en die hete bitumen heette mastiek. Tegenwoordig wordt bijna altijd met voorgefabriceerde banen gewerkt die je brandt, plakt of zelfklevend legt, maar de naam is voor elk zwart bitumendak blijven hangen.
Hoe kan ik een mastiek dak herkennen van EPDM of shingles?
Voel met je hand. Bitumen is hard en korrelig door de leislag, ligt in banen van ongeveer een meter breed en heeft voelbare overlappen. EPDM is zacht, glad en rubberachtig en ligt meestal in één vel zonder naden over het hele dak. Shingles zijn losse overlappende plaatjes met leislag erop en horen op een hellend vlak. Kunststof folie herken je aan de smalle gelaste naden.
Is een mastiek dak gevaarlijk voor je gezondheid?
Moderne bitumen dakbedekking is dat niet. Bij daken van voor ongeveer 1980 kan er koolteer zijn verwerkt, en dat bevat kankerverwekkende pak-stoffen. Zo'n dak ruikt op een warme dag scherp naar teer en moet apart worden afgevoerd. Bij bouwjaren tot 1994 hoort er ook onderzoek naar asbest bij, zowel in de dakbaan als in platen onder de dakrand. Het meest onderschatte risico blijft het werken op hoogte op een gladde ondergrond.
Kan ik een mastiek dak overlagen of moet alles eraf?
Overlagen kan als de bestaande laag droog is, overal hecht en er nog niet twee lagen liggen. Er mogen geen blaren in zitten en de opstandhoogte moet de extra dikte toelaten. Ligt er grind op, dan gaat dat er eerst af. Zie je natte plekken, veerkrachtige bobbels of vlekken op het plafond binnen, dan is overlagen uitstel en gaat de dakbedekking eraf tot op het beschot.
Hoe vaak mag je een mastiek dak overlagen?
In de praktijk hooguit één keer, en bij een lichte constructie soms al niet. Elke laag telt mee in gewicht en dikte, en de opstandhoogte loopt terug terwijl die juist ruimte moet houden voor water bij een verstopte afvoer. Ligt er al een tweede laag, ga dan uit van vervangen. Twijfel je hoeveel lagen er zijn, snijd dan een vierkantje uit en tel het aan de snede af.
Wat kost het om een mastiek dak te vervangen?
Het materiaal voor een tweelaagse bitumen opbouw kost grofweg acht tot twintig euro per vierkante meter, plus de kosten van een nieuwe uitloop, daktrim en het herstel van beschot. Laat je het uitvoeren, dan komen arbeid, steiger en afvoer daarbovenop en loopt het bedrag al snel naar een veelvoud. Bij teerhoudend of asbestverdacht materiaal reken je extra op onderzoek en gescheiden afvoer.
Hoe lang gaat een mastiek dak mee?
Een tweelaagse bitumen dakbedekking die goed is aangebracht haalt twintig tot dertig jaar. Daken die eerder opgeven, hebben bijna altijd water dat blijft staan, een uitloop die te hoog ligt of een randaansluiting die nooit goed is geweest. Een verse laag leislag om de tien jaar verlengt de levensduur merkbaar, omdat het uv-licht dan niet direct op het bitumen staat.
Wat is het verschil tussen een mastiekschroot en een mastiekrib?
Beide vormen de schuine oploop langs de dakrand waar de dakbedekking overheen gaat, samen met het boeideel de dakopstand. Het verschil zit in de doorsnede: een schroot is een vlakke schuin afgezaagde plank, een rib is dikker en ronder van vorm en komt vaker bij oudere daken voor. Van bovenaf lijken ze op elkaar, dus meet na als je er een moet vervangen.
Heb ik een mastiekhoek nodig bij de aansluiting op een muur?
Verplicht is het niet. Moderne dakbanen zijn soepel genoeg om zonder mastiekhoek te worden verwerkt, maar een scherpe knik van negentig graden blijft een zwakke plek. Een schuine overgang van horizontaal naar verticaal, met een mastiekhoek of een schuin geschaafde lat, maakt de naad betrouwbaarder. Houd de bovenkant van de hoek gelijk met de bovenkant van de dakrand, en bedenk dat bij afschot de hoogte binnenlangs schuin afloopt.
Kan ik met een gasbrander op een oud mastiek dak werken?
Op een bekende, moderne bitumen ondergrond kan dat, met een werkende blusser binnen handbereik en een controleronde een uur na afloop. Bij een oude teerlaag of vlak bij houtwerk aan de rand kies je liever een zelfklevende baan of een koudlijmsysteem. Verhit teer geeft schadelijke dampen, en het houtwerk onder een dakrand smeult verder nadat jij al beneden staat.
Waarom laat de leislag op mijn dak los?
Bijna altijd omdat de kleefstof te dun is aangebracht of omdat de leislag pas is uitgestrooid toen de laag al een vel had. De korrels moeten in de natte kleefstof zakken. Werk daarom in banen van ongeveer een meter en strooi meteen af, smeer royaal en veeg het dak vooraf bezemschoon, want op stof of mos hecht niets.
Er staat water op mijn dak na een bui, is dat erg?
Een plas die binnen twee dagen weg is, is te accepteren. Blijft het staan, dan is er te weinig afschot of is het dakbeschot doorgezakt, en dat verkort de levensduur van de dakbedekking merkbaar. Een nieuwe laag lost dat niet op: die legt de plas alleen opnieuw vast. Meet het verhang na en vul de verzakking op bij de eerstvolgende vervanging.
Wanneer je beter een vakman belt
Het overlagen van een laag garagedak met een koudlijmsysteem is werk dat je met twee man en een goede voorbereiding zelf kunt doen. Er zijn wel duidelijke grenzen waar bellen de verstandige keuze is.
De eerste is asbest. Bij een dak van voor 1994 laat je vaststellen of er asbestvezels in de dakbaan of in de platen onder de dakrand zitten. Blijkt dat zo, dan is verwijderen werk voor een gecertificeerd bedrijf en meestal ook meldingsplichtig bij de gemeente. Dat is geen formaliteit die je overslaat omdat het maar een schuurtje is.
De tweede is teer. Ruik je op een warme dag een scherpe teergeur, dan hoort de laag apart afgevoerd te worden en werk je er niet met open vuur op. Een dakdekker weet welke verwerker het aanneemt en wat de afvoer kost.
De derde is de hoogte. Een dakrand op drie meter zonder opstand, natte leislag en materiaal in je handen: dat is de combinatie waarbij het misgaat. Voor een dak boven de begane grond huur je een rolsteiger of je laat het dekken over aan iemand die er dagelijks op staat.
De vierde is de constructie. Is het dakbeschot zacht of veert de vloer onder je voeten, dan gaat het niet meer over dakbedekking maar over de balklaag eronder. Laat dan eerst iemand kijken die kan beoordelen of de overspanning nog voldoet voordat je er een nieuwe laag op legt.