Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Shingles dak: van dakbeschot tot nokafwerking

9 minuten lezen Schuin dak & pannen Bijgewerkt 14 augustus 2026
diy-gids.nl DAK & ZOLDER Shingles dak

Een shingles dak is precies zo goed als het beschot en de onderlaag eronder. Op een gesloten plaat van 18 mm, met een bitumineuze onderlaagbaan en vier nagels per strook op de nagellijn, ligt zo'n dak twintig jaar rustig. De twee dingen die het vaakst misgaan zijn een dampopen folie als onderlaag, waar een bitumenbaan hoort, en tabs die nooit verkleefd zijn omdat er in de kou gelegd is.

9 minuten

Dit heb je nodig

1 tot 2 dagen voor een tuinhuis of garage Te doen, maar met twee man Shingles 10 tot 20 euro per vierkante meter, plus beschot en onderlaag

Gereedschap

  • Hamer met een gladde kop, of een nagelpistool dat asfaltnagels schiet
  • Haakmes en een afbreekmes met verse segmenten
  • Rechte lat of aluminium liniaal als snijgeleider
  • Slaglijn met krijt
  • Duimstok en een winkelhaak
  • Kitpistool
  • Plamuurmes en een klein koevoetje voor reparaties
  • Steiger of een dakladder met haak, plus een harnas bij steile vlakken
  • Blikschaar voor de daktrim

Materiaal

  • Bitumen dakshingles, in dezelfde productiepartij besteld
  • Bitumineuze onderlaagbaan, en zelfklevende baan voor de dakvoet
  • Gegalvaniseerde asfaltnagels met brede kop, 20 tot 25 mm
  • Bitumenkit of shingle-lijm in kokers
  • Daktrim of druiprand van aluminium of zink
  • Kilbaan voor de kilgoot
  • OSB-3 of buitenmultiplex van 18 mm voor het beschot
  • RVS schroeven om het beschot vast te zetten

Wat een shingles dak is en waar het past

Shingles zijn stroken bitumen met een laag steenslag erop die je op een gesloten dakbeschot spijkert. Elke strook heeft uitsparingen, waardoor het vlak eruitziet alsof er losse leien liggen. Onder elke tab zit een zelfklevende bitumenstrip die bij warmte aan de rij eronder vastplakt, en juist die verkleving houdt het dak winddicht.

Het is de gangbare afwerking voor tuinhuizen, garages, carports, dakkapellen en aanbouwen. Licht in gewicht, goedkoop, en te leggen met een hamer en een mesje. Op een woonhuis liggen in Nederland meestal pannen, en hoe een schuin dak met pannen is opgebouwd verschilt op één punt sterk: pannen liggen op latten met lucht eronder, shingles liggen vlak op plaatmateriaal.

Die vlakke ondergrond is meteen de zwakke plek van het systeem. Bitumen is soepel en volgt alles wat de plaat eronder doet. Werkt het beschot, dan werken de shingles mee en scheuren ze op de plaatnaden.

Er zijn twee families in het schap. De klassieke driedelige strook met rechthoekige tabs is dun en goedkoop, de zwaardere laminaatshingle bestaat uit twee verlijmde lagen en geeft een dieper schaduwbeeld. De zware variant weegt bijna het dubbele en kan meer wind hebben, maar vraagt ook een beschot dat die belasting draagt.

Het beschot bepaalt of de nagels houden

Een asfaltnagel houdt zich alleen vast als er genoeg materiaal onder zit. Op een beschot van 15 mm gaat het net, op 18 mm zit een nagel merkbaar vaster. Wij houden buitenmultiplex of OSB-3 van 18 mm aan zodra de dakspanten hart op hart 60 cm of verder uit elkaar liggen.

Losse vurenhouten delen zijn geen goede ondergrond, omdat elke plank apart krimpt en zwelt. De naden komen daarbij als lange rechte lijnen terug in het shingledak, precies waar de kleefstrip zou moeten hechten. Ligt zo'n beschot er al en is het aan vervanging toe, dan lees je bij het vervangen van dakbeschot hoe je dat aanpakt zonder de spanten te beschadigen.

Laat tussen de platen 2 tot 3 mm ruimte, want plaatmateriaal zet uit bij vocht. Zonder die ruimte drukken de platen tegen elkaar en trekt de naad omhoog, wat je als een golvende lijn in het dak terugziet. Verspring de kopse naden per rij, en zorg dat elke kopnaad op een spant of een klos valt.

Leg nooit shingles op een plaat die nat is geworden. Het ingesloten vocht kan er niet meer uit, en het komt als blaasjes onder de shingles terug.

Onder oude dakbedekking kan asbest zitten. Golfplaten, oude bitumenlagen met een grijze onderlaag en sommige boeidelen uit de jaren zeventig en tachtig zijn verdacht. Sloop niets open voordat je zeker weet wat het is: laat het monsteren en laat het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.

Wat er wel en niet onder shingles hoort

De vraag die het vaakst verkeerd wordt beantwoord: welke folie leg je onder dakshingles? Onder shingles hoort geen dampopen waterkerende folie, zoals die onder dakpannen op tengels wel thuishoort. Wat er hoort te liggen is een bitumineuze onderlaagbaan, in de handel ook wel dakvilt of onderlaagvlies genoemd.

Daar zijn twee redenen voor. Een dampopen folie is gemaakt om damp af te voeren naar een geventileerde spouw, en die spouw zit er onder een gespijkerde shingle niet. Een zwart dakvlak wordt in de zon bovendien zo warm dat het bitumen zacht wordt en zich aan de folie hecht of eraan gaat schuiven.

De onderlaagbaan doet iets anders: hij vangt het water op dat via een nagelgat of een opgewaaide tab toch onder de bedekking komt, en houdt het beschot droog tijdens de montage. Leg hem horizontaal, van de dakvoet naar de nok, met ongeveer 10 cm overlap in de lengterichting en 15 cm bij de kopse naden. Over de onderste meter is een zelfklevende bitumenbaan een verstandige toevoeging, want daar staat het water bij slagregen het langst.

De dampremmende laag zit aan de andere kant van de constructie: aan de binnenzijde, onder de isolatie. Hoe die opbouw eruitziet, staat bij een dak van binnenuit isoleren. Een dampremmer boven op het beschot leggen sluit het vocht juist in het hout op.

Spijker de onderlaagbaan met dezelfde brede asfaltnagels, ongeveer om de 20 cm in de overlap en om de 30 cm in het midden. Nietjes trekken bij wind door de baan heen voordat de shingles erop liggen.

De dakhelling bepaalt wat er kan

Shingles houden water tegen doordat het over de tabs naar beneden loopt, niet doordat het vlak waterdicht is. Hoe flauwer het dak, hoe langer het water erop blijft en hoe groter de kans dat het bij harde wind onder een tab kruipt. Daarom heeft elke fabrikant een minimumhelling, en die staat op de verpakking of het technische blad.

Als vuistregel ligt die grens rond 15 graden. Sommige fabrikanten staan 12 graden toe op voorwaarde dat het hele vlak een volledig verkleefde onderlaag krijgt, andere beginnen pas bij 18 graden. Ga niet af op wat op een ander dak in de straat ligt, maar op het blad van het product dat je koopt.

Kom je onder die grens uit, dan is een gesloten bitumenbaan of een kunststof membraan het aangewezen systeem. Wat daarbij komt kijken lees je bij een plat dak en de bedekking daarop. Een oude bitumineuze bedekking op een licht hellend vlak herken je vaak als een mastiek dak, en dat overlaag je met een nieuwe baan in plaats van met shingles.

DakhellingKan het met shingles?Wat de onderlaag dan moet doenWaar je op let
Minder dan 10 gradenNeeNiet van toepassingKies een gesloten bitumenbaan of een kunststof membraan
10 tot 15 gradenAlleen als de fabrikant het uitdrukkelijk toestaatVolledig verkleefde zelfklevende baan over het hele vlakStuifsneeuw en opwaaiend water zijn hier het risico, niet regen
15 tot 25 gradenJa, dit is het gangbare gebiedGespijkerde onderlaagbaan, dakvoet zelfklevendVier nagels per strook, tabs bij de randen handmatig verkleven
25 tot 45 gradenJa, dit werkt het besteGespijkerde onderlaagbaanWater loopt snel weg, de kleefstrip krijgt volop zon
45 tot 60 gradenJa, met extra bevestigingGespijkerde onderlaagbaanZes nagels per strook en elke tab met een dot bitumenkit
Steiler dan 60 graden en op gevelvlakkenJa, maar als wandbekledingGespijkerde onderlaagbaanDe zwaartekracht helpt de tabs niet meer, dus alles verkleven

Maten, verbruik en bevestiging op een rij

De meeste dakshingles in de bouwmarkt zijn stroken van 1000 bij 317 mm met een zichtmaat van ongeveer 143 mm. Dat betekent dat er per vierkante meter zeven stroken nodig zijn, en een pak dekt daarmee vaak zo'n 3 vierkante meter. Reken het na op de verpakking, want de zichtmaat verschilt per model en bepaalt je verbruik volledig.

Bestel meteen tien procent extra voor snijverlies bij kilgoten, randen en nokstukken. Bestel ook alles in één keer: steenslag verschilt licht per productiepartij, en een aanvulling van later valt in de zon zichtbaar uit de toon.

De nagellijn is het belangrijkste detail van de hele klus. Sla de nagels ongeveer 2,5 cm boven de uitsparingen in, zodat elke nagel door de bovenrand van de rij eronder gaat en dus twee lagen vastzet. Sla je te hoog, dan pakt de nagel alleen de bovenste strook en heeft de rij eronder niets vast. Sla je te diep, dan snijdt de kop in het bitumen en scheurt de strook daar later uit.

OnderdeelGangbare maatWaarop je let
Strook shingles1000 bij 317 mmAfwijkende modellen bestaan, meet de eerste strook na
Zichtmaat per rijongeveer 143 mmBepaalt je krijtlijnen en je verbruik, staat op de verpakking
Stroken per vierkante meterongeveer 7Reken tien procent extra voor snijverlies
Nagels per strook4 standaard, 5 tot 6 aan de kust of boven 45 gradenAltijd op de nagellijn, nooit door een uitsparing
Nagellengte20 tot 25 mm bij 18 mm beschotMoet minstens 15 mm pakken of er net doorheen komen
Dikte dakbeschot15 mm minimaal, 18 mm gangbaarBij spanten verder dan 60 cm uit elkaar dikker gaan
Ruimte tussen de platen2 tot 3 mmZonder speling trekt de plaatnaad omhoog
Overstek over de druiprand10 tot 15 mmMeer overstek waait om, minder laat water achter de trim lopen
Overlap onderlaagbaan10 cm in de lengte, 15 cm kopsAltijd de bovenste baan over de onderste
Ventilatiespouw onder het beschotminimaal 20 mm, 36 mm bij lange dakvlakkenOpen bij de dakvoet en open bij de nok, anders werkt het niet
Verspringing per rijeen halve of een derde tabVolg het schema van de fabrikant, anders krijg je een streeppatroon

Snijd shingles altijd op de achterkant, met een haakmes tegen een rechte lat. Het steenslag aan de bovenkant maakt elk mes binnen twee stroken bot, terwijl de gladde onderzijde als boter snijdt. Leg een stuk afvalplaat onder je snijwerk, anders snijd je strepen in het verse beschot.

Shingles leggen bij kou en bij hitte

Bitumen gedraagt zich bij elke temperatuur anders, en dat bepaalt of de klus lukt. Onder ongeveer 5 graden is een shingle bros: buig je hem om een dakrand, dan springt het steenslag eraf en zie je een witte knik. De zelfklevende strip hecht dan helemaal niet, want die heeft zonwarmte nodig om te vloeien.

Boven de 25 graden gebeurt het omgekeerde. Het bitumen wordt zacht, je zet met je schoenen afdrukken in het verse werk en het steenslag schuift onder je zolen weg. Werk op zulke dagen vroeg in de ochtend en leg een plank neer waar je op moet staan.

Leg je in het koude seizoen, dan zijn er twee dingen die helpen. Bewaar de pakken binnen op kamertemperatuur en haal ze per pak naar buiten, en breng onder elke tab een dot bitumenkit ter grootte van een muntstuk aan. Niet meer dan dat, want een teveel aan kit maakt de tab bol en houdt vocht vast.

BuitentemperatuurHoe de shingle zich gedraagtWat je dan doet
Onder 5 gradenBros, steenslag springt eraf bij buigen, kleefstrip doet nietsPakken binnen bewaren, elke tab met bitumenkit, liever uitstellen
5 tot 15 gradenPrettig te snijden, kleefstrip hecht pas bij de eerste zonnige dagenRanden en nok alvast handmatig verkleven
15 tot 25 gradenSoepel, kleefstrip hecht binnen enkele dagen vanzelfGewoon doorwerken, dit is het gunstigste bereik
Boven 25 gradenZacht, gevoelig voor voetafdrukken en schuivend steenslagVroeg op de dag werken en op een loopplank staan
Vorst, mist of een natte plaatOnderlaag hecht niet en vocht wordt ingeslotenNiet leggen, eerst het beschot laten opdrogen

Werken op een schuin dak is de gevaarlijkste kant van deze klus. Vanaf ongeveer 2,5 meter valhoogte hoort er een steiger of een randbeveiliging te staan, en op een steil vlak een dakladder met een deugdelijke haak over de nok. Een ladder tegen de dakgoot is geen werkplek, en nat bitumen is glad.

Dakvoet, zijkanten, kilgoot en nok

De randen bepalen of een shingledak twintig jaar meegaat of drie. Begin bij de dakvoet met een druiprand of daktrim die het water vrij in de goot laat vallen. Die trim zet je op het beschot, met de onderlaagbaan eroverheen, en aan de zijkanten precies andersom: daar gaat de trim over de onderlaag heen.

De eerste rij is een startstrook: een strook waarvan je de tabs afsnijdt, of een omgekeerd gelegde shingle. Die vult de open ruimte onder de uitsparingen van de eerste zichtbare rij, zodat er geen water via de sleuven op de onderlaag komt. Laat de shingles 10 tot 15 mm over de trim steken.

De nokstukken maak je zelf door een strook langs de uitsparingen in drieën te knippen en de hoeken schuin af te snijden, zodat ze onder het volgende stuk verdwijnen. Leg ze met de heersende windrichting mee, dus met de overlap van de wind af, en zet elk stuk met twee nagels vast die door het volgende stuk gedekt worden. Hoe dat op een pannendak werkt met mortel en klemmen, staat bij het vastzetten van nokvorsten.

Bij een kilgoot leg je eerst een kilbaan van minimaal 50 cm breed, volledig verkleefd, en snijd je de shingles daarna in een strakke lijn zo'n 5 tot 8 cm uit het hart. Werk hier met een lat als geleider en verkleef de snijranden. Een kil is de plek waar het meeste water samenkomt, dus dit is geen detail om op gevoel te doen.

Aan de onderzijde sluit het dak aan op het boeiboord en de goot. Zit daar rot in, doe dat dan eerst: een boeiboord vervangen gaat lastig als er net nieuwe shingles overheen liggen. Datzelfde geldt voor de afwerking van het overstek.

Ventilatie en condens onder het beschot

Een shingledak is volledig dampdicht. Alle vocht dat van binnenuit omhoog trekt, komt tegen de koude onderkant van het beschot en slaat daar neer. Op een onverwarmd tuinhuis merk je dat nauwelijks, maar onder een geïsoleerde dakkapel of zolder is dit de reden dat beschot van binnenuit wegrot terwijl het dak niet lekt.

De oplossing is een luchtspouw tussen de isolatie en het beschot, met een opening bij de dakvoet en een opening bij de nok. Zonder die twee openingen staat de lucht stil en gebeurt er niets. Reken op minimaal 20 mm spouw, en op een dakvlak langer dan vijf meter liever 36 mm.

Wie de zolder onder zo'n dak wil afwerken, doet er goed aan de opbouw in één keer kloppend te maken. Bij het isoleren van een schuin dak staat welke laag waar hoort, en in het overzicht over dakisolatie vind je de varianten waarbij de isolatie juist aan de buitenkant komt.

Bij een volledig gevulde constructie zonder spouw is een luchtdichte dampremmer aan de binnenzijde het enige dat het beschot droog houdt. Een gaatje bij een dooslicht of een doorvoer is dan genoeg om er in een winter liters vocht doorheen te laten. Dat is werk waarbij afplakken echt nauw komt.

Onderhoud, schade en levensduur

Een gangbare bitumenshingle gaat vijftien tot vijfentwintig jaar mee, en zware laminaatshingles langer. Wat de levensduur werkelijk bepaalt is de hoeveelheid uv-straling: een zuidvlak veroudert merkbaar sneller dan een noordvlak op hetzelfde dak. Steenslag dat in de goot ligt is het eerste teken dat de toplaag op is.

Ga nooit met een hogedrukreiniger over shingles. Het steenslag is niet meer dan een laag korrels in het bitumen, en die spuit je er zo af. Wat wel mag is met een zachte bezem afvegen en mos met de hand weghalen. Tegen de zwarte algenstrepen helpt een strook koper of zink net onder de nok, waarvan de opgeloste ionen bij elke bui over het dak spoelen.

Een losse of gescheurde shingle vervang je op een warme dag, wanneer het bitumen soepel is. Wrik met een plamuurmes de tabs van de rij erboven los, haal de vier nagels eruit, schuif de nieuwe strook op zijn plaats en spijker hem op dezelfde nagellijn. Verkleef daarna alle losgemaakte tabs weer met bitumenkit.

Bij een lekkage rond een pijp of een ontluchting is de doorvoer bijna altijd de oorzaak, niet de shingles zelf. Hoe je zo'n aansluiting bitumineus dicht maakt, staat bij een dakdoorvoer op bitumen.

Wat je zietWat er dan meestal aan de hand isWat eraan helpt
Tabs die aan de onderrand omhoog staanKleefstrip is nooit geactiveerd, of de nagels zitten boven de nagellijnTabs met bitumenkit verkleven, bij hoge nagels de rij opnieuw spijkeren
Steenslag in de goot en kale plekkenVeroudering, of er is met hoge druk gereinigdAlleen vervangen helpt, plaatselijk bijwerken houdt geen jaar
Blaasjes en bobbels onder de shinglesVocht in het beschot bij montage, of te veel bitumenkit onder de tabOpensnijden lost het niet op, het vlak moet eraf en droog worden
Golvende horizontale lijnen in het dakvlakPlaatnaden zonder ruimte, of beschot dat vocht heeft opgenomenBij vervanging 2 tot 3 mm speling tussen de platen aanhouden
Natte plekken op het beschot aan de binnenkant, vooral in de winterCondens door een spouw zonder inlaat of uitlaatVentilatie bij dakvoet en nok maken, dampremmer binnen dichten
Donkere strepen van de nok naar benedenAlgengroei, versneld door schaduw en bladerenZacht afvegen en een strook koper of zink onder de nok aanbrengen
Nokstukken die eraf waaienDe overlap ligt tegen de heersende wind inOpnieuw leggen met de wind mee en elk stuk verkleven
Lekkage vlak bij een schoorsteen of dakraamDe loodslab of de aansluiting, zelden de shinglesAansluiting opnieuw maken, het dakvlak zelf laten liggen

Zo leg je een shingles dak op een tuinhuis of aanbouw

Deze volgorde gaat uit van een kaal dakvlak dat opnieuw wordt opgebouwd, van beschot tot nok.

  1. Zorg eerst voor een veilige werkplek

    Zet een steiger of een rolsteiger neer voordat je materiaal omhoog brengt, en gebruik op steilere vlakken een dakladder met een haak over de nok. Vanaf ongeveer 2,5 meter valhoogte is een ladder als werkplek niet genoeg. Leg tegelijk de pakken shingles plat neer, nooit rechtop, want dan vervormen de stroken.

  2. Leg het beschot vlak, droog en met speling

    Schroef de platen op de spanten met de kopse naden verspringend en houd 2 tot 3 mm tussen de platen. Controleer of het vlak nergens doorveert en of er geen schroefkoppen boven het oppervlak staan. Een uitstekende kop tekent zich binnen een jaar af in de shingles.

  3. Zet de daktrim en de zelfklevende dakvoetstrook

    Bij de dakvoet gaat de trim onder de onderlaagbaan, bij de zijkanten eroverheen. Zo loopt het water in beide gevallen over de trim en niet erachter. Plak daarna een zelfklevende bitumenbaan over de onderste meter van het dakvlak, want daar staat het water het langst.

  4. Rol de onderlaagbaan van beneden naar boven uit

    Werk horizontaal en laat elke volgende baan 10 cm over de vorige vallen, bij kopse naden 15 cm. Spijker om de 20 cm in de overlap. Andersom werken lijkt sneller, maar dan loopt het water bij de eerste bui onder de baan door.

  5. Sla je krijtlijnen en leg de startstrook

    Sla een horizontale lijn op de hoogte van de eerste rij en daarna om de paar rijen opnieuw, zodat je niet scheef weg gaat lopen. De startstrook is een shingle zonder tabs of een omgekeerd gelegde strook, met 10 tot 15 mm overstek over de trim. Die strook sluit de sleuven van de eerste zichtbare rij af.

  6. Leg de rijen verspringend, vier nagels per strook

    Werk van beneden naar boven en verspring elke rij met een halve of een derde tab, volgens het schema op de verpakking. Sla de nagels ongeveer 2,5 cm boven de uitsparingen in, zodat elke nagel ook de rij eronder vastpakt. Sla de kop gelijk met het oppervlak, niet erin.

  7. Werk de kilgoot en de aansluitingen af

    Leg in de kil eerst een volledig verkleefde kilbaan van minimaal 50 cm breed en snijd de shingles daarna met een lat als geleider op 5 tot 8 cm uit het hart. Rond schoorstenen en doorvoeren maak je de aansluiting met lood of een manchet, en pas daarna kit je de randen. Kit is de afwerking, nooit de afdichting zelf.

  8. Sluit af met de nokstukken

    Knip stroken in drieën langs de uitsparingen en snijd de bovenhoeken schuin af. Leg de stukken met de heersende wind mee, elk met twee nagels die onder het volgende stuk verdwijnen. Verkleef bij koud weer elk nokstuk met een dot bitumenkit, want daar komt de wind het hardst aan.

Nalopen voordat je het dak afsluit

Uit de praktijk

Wat hier misgaat

Tabs die na de eerste harde wind omhoog staan

Opstaande tabs op een dak dat er verder gaaf uitziet, hebben bijna altijd één van twee oorzaken. De zelfklevende strip is nooit geactiveerd, wat gebeurt bij montage onder ongeveer 15 graden of laat in het najaar, want die strip heeft zonwarmte nodig om te vloeien. Of de nagels zitten te hoog: boven de nagellijn pakt een nagel alleen de bovenste strook en houdt hij de rij eronder helemaal niet vast.

Het onderscheid maak je door één tab op te tillen. Zie je een dofglanzende, ongeschonden lijmstrook, dan is er nooit verkleving geweest en helpt een dot bitumenkit onder elke tab. Zie je scheurtjes rond de nagelgaten of nagelkoppen die vlak boven de bovenrand van de onderliggende strook zitten, dan is de bevestiging fout en moet die rij opnieuw.

Wat hier misgaat

Natte plekken op het beschot terwijl het dak niet lekt

Donkere vlekken en witte schimmelaanslag aan de onderkant van het beschot, die in de winter verschijnen en in de zomer weer opdrogen, zijn geen lekkage maar condens. Een shingledak is dampdicht, dus warme binnenlucht die door een kier in de dampremmer trekt, koelt af tegen de onderkant van de plaat en slaat daar neer.

Aan de bovenkant valt daar niets aan te repareren. Wat helpt is een luchtspouw van minimaal 20 mm met een open dakvoet en een open nok, zodat de lucht er langs kan. Zit die spouw er niet, dan moet de dampremmer aan de binnenzijde luchtdicht worden gemaakt, inclusief de doorvoeren voor lampen en kabels. Een lekkage geeft trouwens een ander beeld: die zit op één plek, volgt een spant of een naad, en droogt niet met het seizoen mee.

Wat hier misgaat

Blaasjes en golven in een pas gelegd dakvlak

Bobbels die als losse bellen onder de shingles zitten, komen van vocht in het beschot. Plaatmateriaal dat nat is geregend en daarna is dichtgelegd, kan zijn vocht alleen nog naar boven kwijt, en de damp duwt de bitumenlaag omhoog. Ditzelfde gebeurt bij te veel bitumenkit onder een tab: het oplosmiddel kan er niet uit en de tab trekt bol.

Lange horizontale golven hebben een andere oorzaak. Die volgen de plaatnaden en ontstaan als de platen zonder speling tegen elkaar zijn geschroefd. Bij vochtopname zet de plaat uit, en omdat er geen ruimte is, kan de naad alleen omhoog. Opensnijden van een blaas of een golf lost geen van beide op; de shingles moeten eraf en de plaat moet drogen of eruit.

Veelgemaakte fouten

Een dampopen folie als onderlaag gebruiken

Die folie hoort onder pannen op tengels, waar lucht langs kan. Onder shingles zit geen spouw, en het bitumen wordt in de zon zo warm dat het aan de folie hecht of erover schuift. Wat er hoort te liggen is een bitumineuze onderlaagbaan.

De nagels boven de nagellijn slaan

Een nagel hoort ongeveer 2,5 cm boven de uitsparingen te zitten, zodat hij door de bovenrand van de rij eronder gaat en twee lagen vastzet. Zit hij hoger, dan hangt de onderliggende rij alleen nog aan zijn lijmstrook. Dat is precies de rij die bij de eerste najaarsstorm opwaait.

Doorwerken bij vijf graden en hopen dat het later plakt

De kleefstrip vloeit pas bij zonwarmte, dus wat in november gelegd wordt, hecht in het gunstigste geval pas in maart. In die maanden staat het dak er onverkleefd bij, precies in het stormseizoen. Verkleef daarom bij koud weer elke tab handmatig met een dot kit.

De onderlaag van boven naar beneden leggen

Elke baan hoort over de baan eronder te vallen, zoals dakpannen elkaar dekken. Wie bovenaan begint, legt de onderste baan over de bovenste en maakt van elke overlap een trechter die water naar het beschot leidt. Op een steil vlak zie je dat pas na jaren, als het hout al zacht is.

Shingles op losse planken of op panlatten leggen

Shingles hebben een gesloten, stijf vlak nodig. Op losse delen tekent elke naad zich af en werkt elke plank apart, waardoor de kleefstrip loslaat. Op panlatten is er domweg niets waar de nagel doorheen kan zonder in het luchtledige te eindigen.

Een hogedrukreiniger op het dakvlak zetten

Het steenslag is de uv-bescherming van de bitumenlaag en zit er los ingedrukt. Een hogedrukstraal blaast dat er in één haal af, en daarna veroudert het kale bitumen binnen enkele seizoenen. Vegen met een zachte bezem is de enige reiniging die geen schade doet.

Nokstukken tegen de heersende wind in leggen

De overlap van een nokstuk hoort van de wind af te wijzen, net als bij dakpannen. Ligt hij andersom, dan grijpt de wind onder de opstaande rand en licht het stuk op. Op de nok staat de hoogste winddruk van het hele dak, dus daar telt dit het zwaarst.

Kit gebruiken als afdichting bij een doorvoer

Kit veroudert, krimpt en laat los bij een naad die beweegt. Een aansluiting op een pijp of een schoorsteen hoort waterdicht te zijn door de vorm: een manchet of een loodslab die het water over de shingles heen leidt. Kit is daar de afwerking, niet de afdichting.

Veelgestelde vragen

Vanaf welke dakhelling kun je shingles leggen?

Als vuistregel ligt de ondergrens rond 15 graden. Een aantal fabrikanten staat 12 graden toe, maar alleen als het hele dakvlak eerst een volledig verkleefde zelfklevende onderlaag krijgt, en andere merken beginnen pas bij 18 graden. De grens staat op het technische blad van het product dat je koopt, dus zoek die op voordat je bestelt. Onder die helling blijft water te lang op het vlak staan en kruipt het bij wind onder de tabs door.

Wat voor folie moet er onder dakshingles?

Geen dampopen waterkerende folie, maar een bitumineuze onderlaagbaan. De dampopen folie die onder dakpannen ligt, werkt daar omdat er een geventileerde spouw onder de pannen zit. Onder gespijkerde shingles is die spouw er niet, en het warme bitumen kan zich aan zo'n folie hechten. De onderlaagbaan vangt water op dat via een nagelgat of een opgewaaide tab binnenkomt en houdt het beschot droog tijdens de montage. Over de onderste meter leg je bij voorkeur een zelfklevende variant.

Hoeveel shingles heb je per vierkante meter nodig?

Bij de gangbare strook van 1000 bij 317 mm met een zichtmaat van ongeveer 143 mm zijn dat zeven stroken per vierkante meter, oftewel iets meer dan twee vierkante meter per pak van vijftien stroken. Modellen verschillen echter in zichtmaat, en juist die maat bepaalt je verbruik, dus reken het na met de dekkende oppervlakte op de verpakking. Tel er tien procent bij op voor snijverlies bij de kil, de randen en de nokstukken.

Hoeveel nagels per shingle en waar sla je die in?

Vier nagels per strook is de standaard, en zes bij dakhellingen boven de 45 graden of op een windgevoelige locatie aan de kust. De plek is bepalender dan het aantal: ongeveer 2,5 cm boven de uitsparingen, op de nagellijn die op de meeste stroken is aangegeven. Daar gaat de nagel ook door de bovenrand van de rij eronder en zet hij twee lagen tegelijk vast. Gebruik gegalvaniseerde asfaltnagels met een brede kop van 20 tot 25 mm.

Kun je shingles over oude shingles heen leggen?

Technisch kan het als de oude laag vlak ligt, niet golft en het beschot nog gezond is. Wij doen het liever niet, om drie redenen. Je ziet niet meer wat er onder zit, het gewicht op de constructie verdubbelt, en de nagels van de nieuwe laag moeten door twee lagen bitumen heen om nog voldoende in het hout te pakken. Bovendien blijft ingesloten vocht tussen de lagen zitten. Eraf halen kost een dag extra en geeft een dak dat je kunt beoordelen.

Hoe lang gaat een shingles dak mee?

Reken bij een gangbare bitumenshingle op vijftien tot vijfentwintig jaar, en bij zware laminaatshingles op meer. Uv-straling is de bepalende factor, dus een zuidvlak is eerder aan vervanging toe dan een noordvlak op hetzelfde dak. Het eerste zichtbare teken is steenslag in de goot: dat korrellaagje beschermt het bitumen, en zodra het weg is versnelt de veroudering merkbaar. Kale, glimmende plekken en tabs die bros aanvoelen betekenen dat vervangen dichterbij is dan repareren.

Kun je shingles in de winter leggen?

Het kan, maar met aanpassingen. Onder ongeveer 5 graden is het bitumen bros en springt het steenslag eraf zodra je een strook om een rand buigt. De zelfklevende strip hecht bij die temperatuur niet, want die heeft zonwarmte nodig om te vloeien. Bewaar de pakken dan binnen en haal ze per pak naar buiten, en verkleef elke tab met een dot bitumenkit ter grootte van een muntstuk. Bij vorst of op een natte plaat leg je niets.

Hoe vervang je een losse of gescheurde shingle?

Doe dat op een warme dag, want koud bitumen scheurt bij het optillen. Wrik met een plamuurmes de tabs van de rij erboven voorzichtig los, haal de vier nagels van de kapotte strook eruit en trek hem naar beneden weg. Schuif de nieuwe strook op zijn plaats, spijker hem op dezelfde nagellijn en verkleef alle losgemaakte tabs weer met bitumenkit. Houd er rekening mee dat een nieuwe strook in kleur afwijkt van een dak dat al jaren in de zon ligt.

Mag je shingles vastnieten in plaats van spijkeren?

Sommige fabrikanten staan nieten toe met een brede rug, maar wij spijkeren liever. Een niet heeft twee dunne poten en een smal draagvlak, waardoor hij bij wind sneller door het bitumen trekt dan een asfaltnagel met een brede kop. Ook staan nieten vaak net iets te diep, en dan snijden de poten in de strook. Wil je toch met een tacker werken, controleer dan het blad van de fabrikant en stel de druk zo af dat de rug gelijk met het oppervlak ligt.

Kun je shingles op een plat dak leggen?

Nee. Een shingledak is geen waterdicht vlak maar een systeem dat water over elkaar overlappende stroken naar beneden leidt. Op een vlak of licht hellend dak blijft water staan en loopt het bij wind onder de tabs door. Voor die situatie zijn gesloten systemen bedoeld, zoals een bitumineuze dakbaan of een kunststof membraan. Ligt er al een oude bitumenlaag op een licht hellend vlak, dan is een nieuwe baan de logische vervanger.

Welk beschot hoort er onder shingles: multiplex of OSB?

Allebei werkt, mits het buitenkwaliteit is. Buitenmultiplex is stijver en neemt minder vocht op, OSB-3 is goedkoper en in Nederland het meest gebruikt. Wat meer uitmaakt is de dikte: 15 mm is het minimum en 18 mm is prettiger, zeker als de spanten 60 cm of verder uit elkaar liggen. Houd 2 tot 3 mm ruimte tussen de platen aan en laat de kopse naden op een spant vallen. Losse vurenhouten delen zijn geen goede ondergrond.

Hoe maak je een shingles dak schoon zonder schade?

Met een zachte bezem, van boven naar beneden, en verder met je handen. Blad en mos haal je weg zonder te schrapen, want elke krachtige beweging neemt steenslag mee. Een hogedrukreiniger is de snelste manier om een dak van twintig jaar in één middag te slopen. Tegen terugkerende algenstrepen helpt een strook koper of zink net onder de nok: bij elke bui spoelen er kleine hoeveelheden ionen over het dak en die remmen de groei.

Wanneer je beter een vakman belt

Een shingledak op een tuinhuis, een garage of een aanbouw is prima zelf te doen, zolang je vanaf een steiger kunt werken en het vlak te overzien is. Er zijn wel vier momenten waarop bellen de betere keuze is.

Het eerste is de hoogte en de steilte. Vanaf ongeveer 2,5 meter valhoogte hoort er een steiger of randbeveiliging te staan, en op een dak dat steiler is dan ongeveer 40 graden werk je niet meer los op een ladder. Dat is geen formaliteit: nat bitumen is glad en een dakladder die verschuift geeft je geen tweede kans.

Het tweede is asbest. Kom je onder de oude bedekking golfplaten of een verdachte grijze laag tegen, leg het werk dan stil en laat het monsteren. Verwijderen is werk voor een gecertificeerd bedrijf, en dat geldt ook voor de afvoer.

Het derde is de constructie eronder. Zijn de spanten of de muurplaat aangetast, dan is nieuw beschot symptoombestrijding en gaat het om dragend werk waar een constructeur of een timmerman naar moet kijken.

Het vierde zijn de aansluitingen op een schoorsteen, een dakraam of een aangrenzende muur. Loodwerk dat het water goed over de shingles heen leidt, is vakwerk, en juist daar begint bij bestaande daken bijna elke lekkage. De rest van het werk aan dak en zolder kun je in eigen tempo doen.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl DAK & ZOLDER Overstek
Dak & zolder

Overstek

diy-gids.nl DAK & ZOLDER Plat dak: bedekking, afschot en isolatie
Dak & zolder

Plat dak