M12 voorboren: welke boormaat hoort bij welke klus
Voor M12 loopt de boor die je nodig hebt van acht tot twintig millimeter, en het bevestigingsmiddel bepaalt welke maat dat wordt. Snijd je zelf draad in staal, dan boor je 10,2 millimeter, want dat is twaalf min de spoed van 1,75. Moet de bout er alleen doorheen, dan boor je 13 tot 14 millimeter in staal en 12 millimeter in hout. Een houtdraadbout M12 vraagt twee boren onder elkaar: 8 tot 9,5 millimeter voor het draaddeel en 12 millimeter voor de gladde hals achter de kop.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Schuifmaat om de hals en de kern van de bout op te meten
- Houtspiraalboren 8, 8,5, 9, 9,5 en 12 mm met centerpunt
- Slangenboor of speedboor 12 mm voor het halsgat
- Lange houtboor of slangenboor voor gaten dieper dan 10 cm
- Metaalboren HSS 10,2, 13 en 14 mm, plus 5 mm om voor te boren
- Steenboren 12, 14, 16, 18 en 20 mm met hardmetalen punt
- Tapset M12 met wringijzer, voorsnijder, middensnijder en naslagtap
- Ratel met dop 19 voor de zeskantkop van de houtdraadbout
- Dieptaanslag of schilderstape om de boordiepte af te tekenen
- Boorstandaard of boorgeleider voor gaten die echt haaks moeten
- Uitblaasbalgje en ronde gatenborstel voor gaten in steen
- Veiligheidsbril, handschoenen en gehoorbescherming
Materiaal
- Houtdraadbouten M12 in de lengte die je nodig hebt, met ringen en moeren
- Doorgaande M12-bouten of draadeinden met carrosserieringen
- Slotbouten M12 voor verbindingen die je van één kant aandraait
- Schommelhaken en oogbouten met M12-houtdraad
- Nylon pluggen 16 mm voor een houtdraadbout M12 in steen
- Hulsanker, doorsteekanker of chemisch anker M12
- Injectiemortel met zeefhulzen voor holle of zachte steen
- Zuurvrije vaseline of blanke was voor op de houtdraad
- Snijolie voor het tappen in staal en rvs
De boormaat volgt het bevestigingsmiddel, niet het getal 12
M12 zegt iets over de draad: twaalf millimeter gemeten over de toppen. Over de boor die je nodig hebt zegt dat vrijwel niets, want die loopt in de praktijk van acht tot twintig millimeter.
Zoek je in ons overzicht over zagen en boren in hout, staal en steen naar de maat voor M12, dan kom je 10,2 millimeter tegen voor een tapgat. Op de doos van een keilbout M12 staat 18, en in een vurenhouten balk boor je juist acht. Alle drie die maten kloppen, ze horen alleen bij een andere klus.
De regel die je overal doorheen helpt is deze. Snijdt de bevestiging zijn eigen draad in het materiaal, zoals een tap of een houtdraadbout, dan boor je op de kerndiameter van die draad. Zit er een huls, een plug of een laag mortel omheen, dan bepaalt dat onderdeel de diameter. Moet de bout er alleen doorheen, dan boor je iets ruimer dan de bout zelf.
Bij dunnere maten merk je een misser nauwelijks, bij M12 meteen. Acht millimeter en veertien millimeter horen allebei bij M12 en liggen zes millimeter uit elkaar. Daar komen de meeste gespleten balken en rondgedraaide bouten vandaan.
| Wat je vastzet | Waarin | Boormaat | Waarom die maat |
|---|---|---|---|
| M12-schroefdraad tappen | Staal, rvs, aluminium, dik kunststof | 10,2 mm | Draadmaat min de spoed van 1,75 mm |
| M12-bout doorsteken, strak | Staal en plaatmateriaal | 13 mm | Weinig speling, de delen blijven op hun plek |
| M12-bout doorsteken, normaal | Staal en plaatmateriaal | 13,5 tot 14 mm | Genoeg ruimte om de bout er zonder wringen door te krijgen |
| M12-bout of draadeind door hout | Balk, regel, meubelplaat | 12 mm | Hout geeft mee, je tikt de bout er zo doorheen |
| Houtdraadbout M12, het draaddeel | Vuren, grenen, geïmpregneerd tuinhout | 8 mm | Ongeveer de kerndiameter van de houtdraad |
| Houtdraadbout M12, het draaddeel | Eiken, azobé, oude bielzen | 9 tot 9,5 mm | Kerndiameter plus een halve tot een hele millimeter tegen splijten |
| Houtdraadbout M12, de gladde hals | Alle houtsoorten | 11,5 tot 12 mm | De hals onder de kop is ruim drie millimeter dikker dan de kern |
| Schommelhaak of oogbout met M12-houtdraad | Hardhouten balk of paal | 9 tot 9,5 mm | Zonder voorboren splijt de balk of breekt de haak af |
| Houtdraadbout M12 in een nylon plug | Baksteen, kalkzandsteen, beton | 16 mm | De plug bepaalt het gat, de bout niet |
| Doorsteekanker M12 | Massief beton | 12 mm | Het anker gaat met bout en al door het gat heen |
| Hulsanker of keilbout M12 | Beton en metselwerk | 18 of 20 mm, per serie verschillend | De metalen huls om de bout is de maat die telt |
| Chemisch anker met M12 draadeind | Beton en volle steen | 14 mm | Twee millimeter ruimte rondom voor de mortel |
Is de verpakking al weg, meet de bout dan op twee plekken op met een schuifmaat: over de gladde hals vlak achter de kop en over de kern tussen twee draadgangen. Bij een gangbare houtdraadbout M12 lees je daar ongeveer 11,3 en ongeveer 8,5 millimeter af. Dat zijn meteen je twee boren.
Voorboren voor M12 tappen: 10,2 millimeter
Snijd je zelf draad in staal, aluminium of dik kunststof, dan is 10,2 millimeter de maat. Die volgt uit een simpele som: de nominale diameter min de spoed. M12 met grove draad heeft een spoed van 1,75 millimeter, en twaalf min 1,75 is 10,25. De boor die je in de winkel vindt heet 10,2 en dat is precies waar hij voor bedoeld is.
Boor je 10 millimeter, dan snijd je een vollere draad die op papier iets sterker is. In de praktijk loopt de tap dan zwaar, propt de spaan zich op in de groeven en breekt hij eerder af. Boor je 11 millimeter, dan tapt het licht en houd je een ondiepe draad over die bij het aantrekken doldraait. Voor handmatig tappen in dik of taai materiaal is 10,4 tot 10,5 millimeter een verdedigbare keuze: je levert wat draaddiepte in en het scheelt merkbaar in het koppel dat je op het wringijzer moet zetten.
Fijne draad verandert de som mee. Voor M12x1,5 boor je 10,5 millimeter, voor M12x1,25 kom je op 10,75 tot 10,8 uit en bij M12x1 is het 11 millimeter. Kijk dus eerst naar de bout die erin moet, want fijne en grove draad zien er op een halve meter afstand hetzelfde uit. Dezelfde rekensom gebruik je bij het tapgat voor M6, bij de boormaat voor M8 en bij voorboren voor M10.
Een tap van M12 vraagt fors koppel, dus werk met snijolie en met een wringijzer dat lang genoeg is om rustig te kunnen draaien. Draai na elke hele slag een halve slag terug. Je breekt de spaan dan af in plaats van hem voor je uit te duwen. Doe je dat niet, dan loopt de tap bij deze maat vast.
| Draadmaat | Spoed grove draad | Boor voor het tapgat | Doorlopend gat, normale speling | Fijne draad en de bijbehorende boor |
|---|---|---|---|---|
| M6 | 1,0 mm | 5,0 mm | 6,6 mm | 5,2 mm bij M6x0,75 |
| M8 | 1,25 mm | 6,8 mm | 9,0 mm | 7,0 mm bij M8x1 |
| M10 | 1,5 mm | 8,5 mm | 11,0 mm | 8,8 mm bij M10x1,25 |
| M12 | 1,75 mm | 10,2 mm | 13,5 mm | 10,5 mm bij M12x1,5 en 10,8 mm bij M12x1,25 |
| M14 | 2,0 mm | 12,0 mm | 15,5 mm | 12,5 mm bij M14x1,5 |
| M16 | 2,0 mm | 14,0 mm | 17,5 mm | 14,5 mm bij M16x1,5 |
Boor een blind tapgat dieper dan de draad lang moet worden. De voorsnijder van een M12-set heeft aan de punt zes tot acht onvolledige draadgangen, en dat is bij deze spoed al gauw een centimeter. Boor je precies zo diep als de bout lang is, dan loopt de bout op de laatste slagen vast op die onvolledige gangen en trek je de draad uit het gat.
Een doorlopend gat voor een M12-bout
Moet de bout er alleen doorheen en zit de moer aan de andere kant, dan hoeft het gat niet strak te zijn. In staal en plaatmateriaal is 13,5 millimeter de gangbare maat voor M12. Wil je de delen echt op hun plek houden, dan boor je 13 millimeter, en bij een constructie die je na het monteren nog wilt kunnen stellen ga je naar 14 millimeter.
Boor twee delen die op elkaar komen bij voorkeur samen door, met een lijmtang erop. Boor je ze los en zet je ze daarna tegen elkaar, dan zit het onderste gat een halve millimeter naast het bovenste en gaat de bout er niet doorheen. Bij deze dikte corrigeer je dat niet meer met een tikje van de hamer, dus dan sta je alsnog een gat rond te vijlen met een raspvijl.
In hout ligt het anders. Daar boor je 12 millimeter, precies op de boutmaat, want hout geeft genoeg mee om de bout er doorheen te tikken. Bij een slotbout M12 doe je hetzelfde en trek je de vierkante hals onder de bolkop met de moer het hout in. Leg aan de moerkant een ring en bij zacht hout een carrosseriering, anders zakt de moer bij het aantrekken in het hout weg en verlies je je voorspanning.
Plaatmateriaal dat werkt heeft die speling nodig. Een gevelplaat zet uit en krimpt met het weer, dus daar boor je twee tot drie millimeter ruimer dan de bout en gebruik je een ring die dat gat afdekt. Hoe je zulke platen boort en zaagt zonder uitbrokkelende randen staat bij het zagen en boren van Trespa-platen.
Een boor van 13 of 14 millimeter zet met zijn brede dwarsbeitel bijna geen materiaal weg, hij duwt vooral. Boor in staal daarom eerst een gat van vijf millimeter en boor dat daarna op maat door. De grote boor volgt dan het bestaande gat, loopt rustiger en laat een veel netter gat achter.
Een houtdraadbout M12 vraagt twee boren onder elkaar
Een houtdraadbout heeft aan de ene kant een grove houtdraad en aan de andere kant een zeskantkop die je met een dop 19 aandraait. Tussen de kop en de draad zit een glad stuk zonder draad, de hals, en dat stuk is fors dikker dan de kern van de houtdraad. Meet je zo'n bout op, dan lees je over de hals ongeveer 11,3 millimeter af en tussen de draadgangen ongeveer 8,5.
De vraag is dan of je 8,5 of 11,5 moet boren, en het antwoord is allebei, na elkaar. Boor het gat over de volle diepte op de kerndiameter, zodat de houtdraad overal in vers hout kan bijten. Boor daarna alleen het bovenste stuk uit op 11,5 tot 12 millimeter, precies zo diep als de gladde hals lang is.
Sla je die tweede boring over, dan perst een hals van ruim elf millimeter zich door een gat van achtenhalf. Dat is een wig in de vezels van drie millimeter dik, en juist daar barst het hout of loopt het koppel zo hoog op dat de kop eraf draait. Boor je andersom alles op 12 millimeter, dan pakt de houtdraad vrijwel niets en draait de bout rond zodra je hem aantrekt.
Welke maat voor het draaddeel klopt, hangt af van de houtsoort. Draai bij twijfel een proefbout in een afgezaagd stuk van hetzelfde hout: gaat hij er met een ratel zwaar maar gelijkmatig in, dan zit je goed. Stijgt de weerstand halverwege ineens, boor dan een halve millimeter ruimer. Komt de bout in de kop van een balk, houd dan sowieso de ruime kant aan, want kops hout splijt veel eerder dan hout dat je op de zijkant aanboort.
| Houtsoort | Boor voor het draaddeel | Boor voor de gladde hals | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Vuren en grenen | 8,0 mm | 11,5 mm | In vers, nat vuren mag 7,5 mm, dan pakt de draad extra |
| Douglas en lariks | 8,0 tot 8,5 mm | 11,5 mm | Harsrijk, trek de boor onderweg vaak terug |
| Geïmpregneerd tuinhout | 8,0 mm | 11,5 mm | Vaak nog vochtig en zacht, niet te ruim boren |
| Multiplex en gelamineerd hout | 8,5 mm | 12 mm | Boor haaks, anders drukt de bout de lagen uit elkaar |
| Eiken | 9,0 mm | 12 mm | Looizuur tast gewoon verzinkt staal aan, kies rvs |
| Azobé en bangkirai | 9,0 tot 9,5 mm | 12 mm | Keihard, smeer de draad en draai gelijkmatig door |
| Oude spoorbielzen | 9,0 tot 9,5 mm | 12 mm | Verhard en vervuild hout, boor eerst een proefgat op een hoek |
| Vurenhouten balk, kopse kant | 9,0 mm | 12 mm | Ruimer dan op de zijkant, anders scheurt de kop open |
Gebruik je een speedboor of een Forstnerboor voor het halsgat van twaalf millimeter, keer de volgorde dan om. Zo'n boor heeft een centerpunt nodig die zich ergens in kan zetten, en in een bestaand gat van achtenhalf vindt hij niets. Boor dan eerst het ondiepe halsgat en zet daarna een houtspiraalboor met centerpunt door de bodem daarvan naar beneden.
In hardhout en bielzen boor je ruimer en smeer je de draad
In vuren komt een houtdraadbout M12 er met wat kracht wel in. In eiken, azobé of een oude biels ligt dat anders: daar loopt het koppel zo hoog op dat de bout zijn eigen kop eraf draait, of dat de draad in het hout uitscheurt terwijl je nog bezig bent. Dat is bijna altijd te herleiden tot een te krap voorgeboord gat.
Ga in dit soort hout uit van de kerndiameter plus een halve tot een hele millimeter, dus negen tot negeneneenhalve millimeter voor M12. De draad heeft dan nog volop hout om zich in vast te zetten, maar hij hoeft zich er niet meer doorheen te wringen. Boor het gat over de volle diepte, want de laatste centimeters zijn precies waar het koppel het hoogst wordt.
Smeer daarna de houtdraad in met zuurvrije vaseline of blanke was. Dat verlaagt de wrijving zo merkbaar dat een bout die eerst vastliep er nu gewoon in loopt. Houd het smeermiddel op de draad en niet op het zichtwerk, want vet op hout dat je nog wilt beitsen of schilderen laat kringen achter.
Draai in met een ratel of een steeksleutel op de zeskantkop en niet met een slagmoersleutel op vol vermogen. Met de hand voel je precies wanneer de weerstand oploopt en kun je stoppen om ruimer te boren. Een machine voelt dat niet en draait vrolijk door tot er iets bezwijkt. Bij eiken speelt nog iets mee: het looizuur tast gewoon verzinkt staal aan en geeft blauwzwarte vlekken rond de bout, dus kies daar rvs of thermisch verzinkt materiaal.
Oude gecreosoteerde bielzen zijn geen gewoon hout. Bij het boren komt er stof en damp vrij van het conserveermiddel waar je niet in wilt staan. Werk buiten, draag handschoenen en een stofmasker en veeg het boorsel op in plaats van het te laten liggen. Voor hergebruik van dit soort hout gelden bovendien beperkingen, dus ga na wat er in jouw situatie is toegestaan voordat je er een constructie mee bouwt.
Hoeveel hout moet er tot de rand en tot de volgende bout blijven staan
De diameter krijgt alle aandacht, terwijl een goed voorgeboord gat op de verkeerde plek net zo goed splijt. Een houtdraad drukt de vezels bij het indraaien opzij, en zit er te weinig hout tussen het gat en de rand, dan is er niets dat die druk opvangt.
Wij houden bij M12 als vuistregel een randafstand van ongeveer vijf centimeter aan en tussen twee bouten in dezelfde vezelrichting een centimeter of zes. Dat is geen norm maar een praktische ondergrens die in vuren en in hardhout allebei redelijk uitpakt. Moet het krapper omdat het beslag dat afdwingt, boor dan een halve millimeter ruimer voor en verdeel de bouten schuin over de balk in plaats van netjes op één lijn.
Zet je twee bouten vlak achter elkaar in dezelfde vezel, dan werkt dat als een perforatie: de scheur die bij de eerste ontstaat loopt zo door naar de tweede. Verspringen scheelt hier meer dan een dikkere bout. Bij plaatmateriaal geldt hetzelfde langs de rand, en daar zie je het verschil meteen: zonder voorboren duwt de schroef de plaat aan de kant uit elkaar in plaats van hem aan te trekken.
Moet de bevestiging schuin het hout in, bijvoorbeeld om een nieuw stuk hout aan een bestaande stijl te koppelen, boor dan altijd voor. Begin loodrecht tot de punt gepakt heeft en kantel de machine daarna pas, net als bij boren en zagen onder 45 graden. Een boor die je meteen schuin aanzet, wandelt over het hout weg en dan zit het gat een centimeter naast de streep.
| Situatie | Vuistregel bij M12 | Waarom |
|---|---|---|
| Afstand tot de zijkant van de balk | Ongeveer 50 mm hout laten staan | De draad drukt de vezels opzij en heeft materiaal nodig dat tegenhoudt |
| Afstand tot de kopse kant | Ongeveer 85 mm, en een halve millimeter ruimer boren | Kops hout scheurt langs de vezel open zodra de draad erin bijt |
| Twee bouten achter elkaar in dezelfde vezel | Minstens 60 mm ertussen, liever verspringen | Anders loopt een scheur van het ene gat door naar het volgende |
| Bout in een gelijmde of gelamineerde balk | Niet door een lijmnaad boren | De naad is het zwakke vlak en de bout wigt hem open |
| Bout dicht bij een bestaande scheur | Naar vers hout uitwijken | Een scheur loopt onder belasting door en de bout komt los te staan |
M12 in steen en beton: het anker bepaalt het gat
Hier gaat het het vaakst mis. Iemand koopt keilbouten M12, leest dat er een boor van achttien millimeter bij hoort en verbaast zich over een gat van achttien voor een bout van twaalf. Toch klopt het: bij een keilbout of een hulsanker zit er een metalen huls om de bout, en die huls is de maat die telt.
Bij een doorsteekanker is het precies andersom. Dat anker heeft een dunne conus aan de punt en gaat met bout en al door het gat, dus daar boor je twaalf millimeter voor een M12. Twee ankers die allebei M12 heten en een compleet andere boor vragen, daar struikelt bijna iedereen een keer over.
De rest is overzichtelijk. Een chemisch anker met M12 draadeind gaat in een gat van veertien millimeter, twee millimeter ruimer zodat de mortel er rondom omheen kan. Een houtdraadbout M12 in steen volgt de plug, meestal zestien millimeter. Neem de maat van de verpakking en niet van de bout, en meet bij twijfel de huls of de plug op met een schuifmaat.
Weet je niet welke plug bij jouw muur hoort, kijk dan in onze plug- en boorkiezer per muursoort. Daar zie je meteen of je in dit materiaal met kloppen mag boren en welke boormaat bij de plug hoort.
| Bevestiging voor M12 | Boormaat | Waar hij goed in is | Waar hij tegenvalt |
|---|---|---|---|
| Doorsteekanker M12 | 12 mm | Massief beton, zit meteen strak en gaat snel | Vraagt een recht en schoon gat, niets voor holle steen |
| Hulsanker of keilbout M12 | 18 of 20 mm, meet de huls op | Beton en zwaar metselwerk, spreidt over een grotere lengte | Slipt bij een vuil gat of een te laag aandraaimoment |
| Nylon plug 16 mm met houtdraadbout M12 | 16 mm | Baksteen en kalkzandsteen, vergevingsgezind materiaal | Kruipt langzaam los onder trillingen en blijvende trek |
| Chemisch anker met M12 draadeind | 14 mm | Zware en wisselende belasting, ook naar boven toe | Uithardtijd, en het gat moet echt stofvrij zijn |
| Chemisch anker met zeefhuls | Volgens de huls, vaak 20 mm of ruimer | Holle steen, snelbouw en gipsblokken | Meer mortelverbruik en je moet de holte kennen |
| Betonschroef in de zware maat | Volgens de verpakking, altijd kleiner dan de schroef | Zit direct vast en is weer te lossen | Vraagt een slagschroevendraaier, een accuboor loopt vast |
| Gasbetonplug met M12-draadeind | Volgens de plug, draaiend boren zonder kloppen | Cellenbeton, verdeelt de last over een groot oppervlak | Blijft licht werk, niet voor iets waar je aan hangt |
Kloppen in gasbeton en gipsblokken slaat een trechter. Het gat wordt aan de voorkant veel wijder dan de boor en geen enkele plug houdt daar nog in. Boor in dit soort wanden draaiend, op lage snelheid en met een scherpe boor.
Haaks aanzetten, op diepte boren en het gat schoon houden
Een boor van negen millimeter die je vrij uit de hand in een balk zet, staat na twaalf centimeter zomaar drie graden scheef. Bij een bout van honderdvijftig millimeter komt de punt dan ruim een centimeter uit het hart, en bij twee scharnieren naast elkaar zie je dat direct terug in de sponning.
Zet het gat af met een priem, gebruik een boor met een centerpunt en start op lage snelheid. Heb je een boorstandaard of een boorgeleider, dan is dit het moment om die te pakken. Hoe je haaks aftekent en achteraf controleert of het ook echt haaks is geworden, staat bij haaks aftekenen en haaks werken.
Voor de diepte reken je terug vanaf de bout. Een houtdraadbout M12x140 door een beslagplaat van tien millimeter heeft honderddertig millimeter hout nodig, dus boor je ongeveer honderdveertig millimeter diep. Teken die diepte af met tape op de boor of met een dieptaanslag, want vanaf het derde gat ga je gokken en dan staat de laatste bout er net te ver uit.
Trek de boor bij een diep gat in hout regelmatig helemaal terug. Boorsel dat in de spiraal blijft zitten gaat wrijven en verbranden, en een boor die klemt breekt af in het gat. Heb je geen lange boor van negen millimeter, boor dan in twee gangen: eerst vijftig millimeter met een gewone houtboor en dat gat daarna doorboren met een slangenboor van dezelfde maat, die het bestaande gat netjes volgt. In beton doe je iets vergelijkbaars: boor een centimeter dieper dan het anker lang is, blaas het gat uit, borstel het en blaas nog een keer.
Een metaalboor van 13 of 14 millimeter past niet in een boorkop van 13. Let er bij de aanschaf op dat de boor een gereduceerde schacht heeft, anders staat je boormachine met een boor ernaast die er niet in kan. Voor gaten van deze maat in staal is een kolomboormachine sowieso prettiger werken dan een accuboor, want het koppel dat vrijkomt als de boor doorbreekt is fors.
Schommels, poorten en alles waar kracht op komt
Een groot deel van de M12-bevestigingen in en om huis zit in iets waar echt kracht op staat: een schommelbalk, het scharnier van een zware poort, een carportspant. De boormaat telt daar, en de constructie eromheen net zo hard.
Een schommelhaak met M12-houtdraad draai je nooit zonder voorboren in een balk. Het hout splijt langs de draad of de haak breekt af op het moment dat je het laatste stukje inschroeft. Boor in vuren acht millimeter, in hardhout negen tot negeneneenhalve, en boor door tot voorbij het punt waar de draad eindigt.
Een haak die alleen in het hout grijpt blijft afhankelijk van de vezels eromheen. Voor een schommel is een doorgaande M12-bout met een carrosseriering en een moer aan de bovenkant van de balk sterker. Die klemt het hout samen in plaats van het uit elkaar te wiggen. Boor daarvoor twaalf millimeter dwars door de balk en leg boven en onder een grote ring.
Onderschat de balk zelf niet. Een balkje van negen bij negen centimeter over een overspanning van bijna vier meter gaat staan zwiepen zodra er een kind aan schommelt, en het breekt met scherpe splinters. Voor die overspanning zit je eerder bij een vuren balk van rond de twaalf bij twintig centimeter. Die leg je op in balkdragers die je bij een bouwmaterialenhandel in die maten krijgt en bij een gewone bouwmarkt meestal niet. Een hardhouten paal is gemaakt om rechtop de grond in te gaan en niet om als ligger te werken, dus dat is niet automatisch de sterkere keuze. Meer over het materiaal en de verbindingen eromheen staat in ons overzicht over hout en timmerwerk.
Bij wisselende belasting kruipt een houtdraadbout langzaam los. Elke schommelslag geeft een minuscule beweging, en na een seizoen zit er speling in de verbinding. Loop een schommel of een klimtoestel elk voorjaar na: aandraaien, kijken of er scheuren rond het gat zitten en de bout vervangen zodra er roest of vervorming zichtbaar is.
Zo boor je een houtdraadbout M12 correct voor
Deze volgorde werkt in balken, palen en dikke regels, en met kleine aanpassingen ook voor een doorgaande bout.
-
Meet de bout op met een schuifmaat
Meet over de gladde hals vlak achter de kop en over de kern tussen twee draadgangen. Bij een gangbare houtdraadbout M12 lees je daar ongeveer 11,3 en ongeveer 8,5 millimeter af. Die twee getallen zijn je twee boren, dus dit kost tien seconden en voorkomt het meeste gedoe.
-
Kies de maat voor het draaddeel bij de houtsoort
In vuren, grenen en geïmpregneerd tuinhout boor je acht millimeter, in eiken, azobé of een oude biels negen tot negeneneenhalve. Hoe harder het hout, hoe dichter je bij de kerndiameter blijft en hoe minder de draad zich hoeft te wringen. Twijfel je, draai dan eerst een proefbout in een afgezaagd stuk van hetzelfde hout.
-
Teken het gat af en houd afstand tot de rand
Kruis de plek af en druk er met een priem een putje in. Houd bij M12 ongeveer vijf centimeter hout tot de zijkant aan en zet twee bouten niet vlak achter elkaar in dezelfde vezel, want dan loopt een scheur van het ene gat door naar het volgende. Verspringen kost niets en scheelt veel.
-
Boor het volledige gat op de kerndiameter
Boor haaks en op lage snelheid door tot de diepte die de bout nodig heeft, plus vijf tot tien millimeter. Trek de boor onderweg een paar keer helemaal terug om het boorsel af te voeren. Een boor die vol zaagsel zit gaat wrijven, verbrandt het hout en kan afbreken in het gat.
-
Boor het bovenste stuk uit voor de gladde hals
Wissel naar 11,5 of 12 millimeter en boor alleen zo diep als de hals lang is, plus de dikte van het beslag dat ertussen komt. Sla je deze stap over, dan perst een hals van ruim elf millimeter zich als een wig door een gat van achtenhalf en scheurt het hout of draait de kop eraf.
-
Smeer de draad en draai de bout in
Strijk zuurvrije vaseline of blanke was over de houtdraad en draai in met een ratel met dop 19. Gelijkmatig doordraaien, zonder rukken en zonder slagmoersleutel. Loopt de weerstand halverwege ineens op, draai dan terug en boor een halve millimeter ruimer in plaats van door te zetten.
-
Trek aan tot de kop draagt en niet verder
Stop zodra de kop of de ring vlak op het beslag ligt en het geheel niet meer beweegt. Doordraaien na dat punt scheurt de houtdraad in het gat uit, en dat merk je pas als de verbinding onder belasting komt. Bij zacht hout leg je een ring onder de kop zodat die niet in het hout wegzakt.
-
Controleer de verbinding na de eerste belasting
Loop de bouten na een week en na het eerste seizoen nog eens na, zeker bij een schommel of een poort. Hout krimpt en zet uit, en bij wisselende belasting komt er speling in. Zit er een scheur langs het gat of draait de bout rond zonder vast te komen, verplaats de bevestiging dan naar vers hout.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat je de boor in het werk zet
Uit de praktijk
Scharnieren op spoorbielzen met houtdraadbouten
Op een paar oude spoorbielzen moesten zware scharnieren voor een poort, met houtdraadbouten van honderd millimeter lang. De vraag was met welke boor je zo'n bout voorboort. Opmeten gaf twee getallen die ver uit elkaar lagen: over het gladde stuk vlak achter de kop en over de kern tussen de draadgangen zat ruim drie millimeter verschil.
De verleiding is om er één maat uit te kiezen. Alles op halsmaat boren betekent dat de houtdraad in het onderste deel niets meer pakt en de bout rond blijft draaien zodra je aantrekt. Alles op kernmaat boren betekent dat de gladde hals zich er als een wig doorheen moet persen, en in dit verharde hout is dat precies het moment dat de kop eraf gaat.
Wat werkte was allebei doen. Eerst het volledige gat op negen millimeter, want een oude biels is aanzienlijk harder dan vuren en de kerndiameter plus een halve millimeter geeft de draad nog volop hout om in te bijten. Daarna het bovenste stuk uitboren op twaalf millimeter, precies zo diep als de hals lang is. De draad ging voor het indraaien door de zuurvrije vaseline, en daarmee liepen alle bouten er met een ratel gelijkmatig in.
Schommelhaken in een hardhouten paal
Voor een schommel was een dure hardhouten paal gekocht, met de verzekering dat die daar geschikt voor was. De schommelhaken met M12-houtdraad gingen er met de hand voor geen meter in. Het plan was om met oplopende houtboren uit te boren tot net onder de diameter van de haak, dus tot ongeveer elf millimeter.
Dat plan gaat mis. De buitendiameter van de draad is niet de maat waar je op boort, want dan blijft er alleen een flinterdunne rand hout over waar de draad in grijpt en trekt de haak er onder belasting uit. De maat waar je op mikt is de kern tussen de draadgangen, in hardhout met een halve tot een hele millimeter erbij. Voor deze haken kwam dat neer op negen millimeter, over de volle lengte van de draad geboord en met vaseline op de draad.
Belangrijker was de vraag eronder. Een paal is gemaakt om rechtop in de grond te staan en niet om als ligger een overspanning te dragen. Bij een schommel komen er schokken op, en een balkje van negen bij negen centimeter over bijna vier meter gaat staan zwiepen en breekt uiteindelijk met scherpe splinters. Voor die overspanning is een vuren balk van rond de twaalf bij twintig centimeter een reëlere maat, met balkdragers die je bij een bouwmaterialenhandel wel in die maten krijgt.
Een tap die vastliep in een dikke stalen strip
In een stalen strip van twaalf millimeter dik moest M12-draad worden getapt voor een beugel. Het tapgat was op tien millimeter geboord, in de gedachte dat een vollere draad sterker zou zijn. De voorsnijder liep vanaf de eerste slagen zwaar, er kwam een lange krul mee die zich in de groef opropte en halverwege stond het wringijzer stil.
Bij de tweede poging ging het gat naar 10,2 millimeter, de maat die uit de som twaalf min 1,75 komt. Er ging snijolie in het gat, en na elke hele slag werd er een halve slag teruggedraaid om de spaan af te breken. Daarna kwam de middensnijder en pas als laatste de naslagtap, in plaats van meteen door te willen met één tap.
De draad die daaruit kwam was ruim sterk genoeg voor deze verbinding. Bij een derde gat in taai materiaal werd 10,5 millimeter geboord: dat tapt merkbaar lichter en levert wat draaddiepte in, wat bij een bout die je maar één keer aandraait geen probleem is. Bij een verbinding die je vaker los en vast draait, houd je liever de volle draad aan.
Een gat dat op gevoel te ruim werd geboord
Bij het inbouwen van een slot in een voordeur werd het gat voor het slotlichaam op de gok geboord, met de maat die iemand ooit had genoemd. Het slotlichaam bleek dertien millimeter dik, terwijl er achttien was geboord. Het slot paste ruim, viel scheef en het hout rondom was zo ver weggenomen dat de stijl er merkbaar zwakker van werd.
Dezelfde discipline geldt bij een doorlopend gat voor M12. Dertien millimeter is strak en houdt de delen op hun plek, 13,5 is de gangbare maat en veertien geeft je stelruimte. Boor je zestien omdat dat toevallig de eerste boor was die paste, dan kan de bout in het gat bewegen, gaat de verbinding werken en trek je hem bij elke controlebeurt opnieuw aan.
De les was simpel: meet eerst op wat er in het gat moet en boor daarna. Dat kost een halve minuut met een schuifmaat. Een gat dat te ruim is geworden krijg je in hout alleen nog terug door er een gedraaide deuvel in te lijmen en na het uitharden opnieuw voor te boren. In staal pers je er een bus in, of je maakt het deel opnieuw.
Veelgemaakte fouten
De boormaat afleiden van het getal 12
Een M12-bout is twaalf millimeter, dus wordt er twaalf millimeter geboord, ook als er een huls van achttien omheen zit of een houtdraad die op negen hoort. Het anker gaat er dan niet in, of de draad pakt niets. Kijk eerst wat er in het gat komt en lees daar de boordiameter van af.
Eén boormaat gebruiken over de hele lengte van een houtdraadbout
De gladde hals achter de kop is bij M12 ruim drie millimeter dikker dan de kern van de houtdraad. Boor je alles op kernmaat, dan wigt die hals het hout open. Gaat alles op twaalf, dan grijpt de draad in niets en draait de bout rond. Het gat krijgt dus twee diameters onder elkaar.
In hardhout de maat van vurenhout aanhouden
Acht millimeter werkt prima in vuren en is in eiken of azobé te krap. Het koppel loopt dan zo hoog op dat de kop eraf scheurt of de draad in het gat uitscheurt, en een afgebroken bout krijg je er praktisch niet meer uit. Ga in hard hout naar negen tot negeneneenhalve millimeter en smeer de draad in.
Voorboren tot vlak onder de buitendiameter van de draad
Dit voelt logisch, want de bout draait er dan licht in. Er blijft alleen een flinterdun randje hout over waar de draad in grijpt, en onder belasting trekt de bevestiging er gewoon uit. De kern tussen de draadgangen is de maat waar je op boort, nooit de top.
Het tapgat voor M12 op tien of op elf millimeter boren
Op tien loopt de tap zwaar, propt de spaan zich op en breekt de tap eerder af. Op elf tapt het aangenaam licht, maar je houdt een ondiepe draad over die bij het aantrekken doldraait. De maat is 10,2 millimeter bij grove draad, en met de hand in taai materiaal mag dat 10,4 tot 10,5 worden.
Het gat niet diep genoeg doorboren
Een gat dat halverwege ophoudt, laat de laatste centimeters draad zich door onaangeboord hout snijden op het moment dat de wrijving al maximaal is. Precies daar breken bouten af. Boor door tot voorbij het einde van de draad, met een centimeter marge voor het boorsel dat achterblijft.
Te dicht bij de rand of te dicht op elkaar boren
De houtdraad drukt de vezels opzij, en zit er weinig hout tussen het gat en de zijkant, dan splijt de balk ondanks een keurig voorgeboord gat. Houd bij M12 ongeveer vijf centimeter tot de rand aan en zet twee bouten verspringend in plaats van achter elkaar in dezelfde vezel.
Met een slagmoersleutel indraaien
Een machine voelt niet dat de weerstand oploopt en draait door tot er iets bezwijkt: de kop eraf of de draad uitgescheurd in het hout. Met een ratel of een steeksleutel voel je het punt waarop je moet stoppen om ruimer voor te boren, en dat scheelt een bout die je er nooit meer uit krijgt.
Veelgestelde vragen
Hoeveel moet je voorboren voor M12?
Dat hangt af van wat je vastzet. Tap je M12-draad in metaal, dan boor je 10,2 millimeter. Voor een bout die er alleen doorheen moet, boor je 13 tot 14 millimeter in staal en 12 millimeter in hout. Het draaddeel van een houtdraadbout M12 vraagt 8 tot 9,5 millimeter, afhankelijk van de houtsoort, met een halsgat van 12 millimeter daarboven. Zit er een plug of een anker omheen, dan volg je dat onderdeel en boor je 14, 16, 18 of 20 millimeter.
Wat is de boormaat als je M12 wilt voorboren en tappen?
10,2 millimeter bij grove draad. Die maat komt uit de nominale diameter min de spoed: twaalf min 1,75 is 10,25, en de boor die daarbij hoort heet 10,2. Tap je met de hand in dik staal of rvs, dan is 10,4 tot 10,5 millimeter verdedigbaar, want dat scheelt flink in het koppel en de draad blijft ruim sterk genoeg. Gebruik snijolie en draai na elke hele slag een halve slag terug om de spaan af te breken.
Welke boor hoort bij M12 fijne draad?
Bij fijne draad verandert de spoed en dus de boor. Voor M12x1,5 boor je 10,5 millimeter, voor M12x1,25 kom je op 10,75 tot 10,8 uit en bij M12x1 boor je 11 millimeter. Kijk eerst welke bout erin moet, want grove en fijne draad zijn op een halve meter afstand niet uit elkaar te houden. Draai bij twijfel de bout even op een stukje draadstang of tel de gangen over tien millimeter.
Moet je bij een houtdraadbout M12 op 8,5 of op 12 millimeter voorboren?
Op allebei, achter elkaar. Boor eerst het volledige gat op de kerndiameter van de houtdraad, ongeveer achtenhalve millimeter en in hardhout een halve tot een hele millimeter ruimer. Boor daarna alleen het bovenste stuk uit op 11,5 tot 12 millimeter, precies zo diep als de gladde hals achter de kop lang is. Zo grijpt de draad over de volle lengte en hoeft de dikkere hals zich nergens doorheen te wringen.
Hoe diep moet je voorboren voor een houtdraadbout M12x140?
Reken terug vanaf de bout. Zit er tien millimeter beslag tussen, dan gaat er honderddertig millimeter het hout in en boor je ongeveer honderdveertig millimeter diep. Die centimeter extra vangt het boorsel op dat onderin achterblijft. Teken de diepte af met schilderstape op de boor of met een dieptaanslag, want vanaf het derde gat ga je gokken en dan staat de laatste bout er net te ver uit.
Wat doe je als een M12-bout zijn kop eraf draait in hardhout?
Het afgebroken stuk krijg je er praktisch niet meer uit, dus dat laat je zitten en je maakt een nieuwe bevestiging ernaast, ruim buiten de scheur die bij het afdraaien is ontstaan. Bij de volgende bouten boor je ruimer voor: negen tot negeneneenhalve millimeter in eiken, azobé of een biels. Smeer de draad in met zuurvrije vaseline en draai in met een ratel, niet met een slagmoersleutel.
Welk gat boor je voor een M12-bout die er alleen doorheen moet?
In staal en plaatmateriaal is 13,5 millimeter de gangbare maat. Wil je de delen strak op hun plek houden, boor dan dertien millimeter, en bij een constructie die je na het monteren nog wilt kunnen stellen ga je naar veertien. In hout boor je twaalf millimeter, precies op de boutmaat, want hout geeft genoeg mee. Boor twee delen die op elkaar komen altijd samen door, geklemd in een lijmtang.
Welke boor hoort bij een keilbout of hulsanker M12?
Meestal achttien of twintig millimeter, want bij dit type zit er een metalen huls om de bout die de boormaat bepaalt. Die maat verschilt per merk en serie, dus lees de verpakking of meet de huls op met een schuifmaat. Een gat dat een of twee millimeter te ruim is, laat het anker rondslippen zonder ooit vast te komen, want de huls kan maar een paar tienden millimeter uitzetten.
Hoe groot moet het gat voor een chemisch anker met M12 draadeind zijn?
Veertien millimeter in massief beton of volle steen, dus de draadmaat plus twee millimeter voor de mortel rondom. Boor ongeveer een centimeter dieper dan het draadeind in het beton komt. Blaas en borstel het gat daarna drie tot vier keer om en om schoon, want mortel op boorstof hecht aan het stof en niet aan het beton. Vul vanaf de bodem en draai het draadeind er draaiend in, zodat er geen luchtbel achterblijft.
Welke plug past bij een houtdraadbout M12 in een muur?
In baksteen en kalkzandsteen is dat meestal een nylon plug van zestien millimeter, waarbij je dus een gat van zestien boort. De plugfabrikant geeft per plug aan welke schroefdiameter erin hoort, en dat verschilt per merk en serie, dus ga daarop af en niet op de bout. In onze tabel met pluggen per muursoort zie je welke combinatie bij jouw wand past en of je er met kloppen in mag boren.
Kun je een schommelhaak met M12-draad zonder voorboren indraaien?
In vuren lukt het soms met veel kracht, maar de kans dat de balk langs de draad splijt of dat de haak afbreekt is groot. Boor voor over de volle lengte van de draad: acht millimeter in vuren en negen tot negeneneenhalve in hardhout. Voor een schommel is een doorgaande M12-bout met een carrosseriering en een moer aan de bovenkant sterker dan een haak die alleen in de vezels grijpt, want die bout klemt het hout samen.
Waarom breekt mijn boor af in een diep gat?
Bijna altijd omdat het boorsel niet weg kan. De spiraal loopt vol, het zaagsel gaat wrijven, de boor loopt heet en klemt vast. Trek de boor bij een gat dieper dan vijf centimeter een paar keer helemaal terug om de spiraal leeg te laten lopen. Boor op lage snelheid en zonder te duwen: bij hardhout doet de snijkant het werk en versnelt duwen alleen het vastlopen. In staal helpt een voorgeboord gat van vijf millimeter, zodat de brede dwarsbeitel van de grote boor niet hoeft te ploegen.
Wanneer je beter een vakman belt
Een gat voorboren en een M12-bout indraaien is werk dat je zelf doet. Er zijn drie situaties waarin je beter stopt en iemand belt.
De eerste is een bevestiging waar een mens aan hangt of onder staat: een schommel, een klimtoestel, een hangmat aan een balk, een zware poort. Zit die last aan een balk of een spant waarvan je de maat en de oplegging niet kent, laat het dan beoordelen. Een bout die keurig is voorgeboord houdt niets tegen als de balk eronder te licht is voor de overspanning.
De tweede is boren in of aan een dragende constructie. Een gat door een stalen ligger, door een betonbalk of door wapening die je bij het boren raakt, verandert de constructie. Dat is werk voor een constructeur en niet iets wat je op gevoel oplost door het gat een stukje te verplaatsen. Datzelfde geldt voor een verbinding in een spant of een muurplaat die het dak draagt.
De derde is werken op hoogte. Een balk in een carport of een schommelframe voorboren terwijl je met twee handen aan een boormachine op een ladder staat, gaat op enig moment mis. Loopt een boor van veertien millimeter vast, dan draait de machine met je mee. Zet een rolsteiger neer of laat het doen. Bij bevestigingen in een gevel boven de begane grond komt daar de weersafhankelijkheid van chemische ankers nog bij.