De kopse kant afwerken zonder dat er vocht in trekt
De kopse kant is het vlak dat ontstaat als je haaks door de nerf zaagt, en dat vlak zuigt water op als een bundel rietjes. Buiten is een randsealer op die kant het verschil tussen een plaat die vijftien jaar meegaat en een plaat die na vijf jaar openstaat. Binnen werk je hem af met kantenband, een opdeklat of drie dunne lagen grondverf. Houd er bij het bevestigen rekening mee dat een schroef in kopshout ongeveer de helft houdt van dezelfde schroef in het zijvlak.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Afkortzaag of cirkelzaag met een scherp hardmetalen blad van 60 tanden of meer
- Schuurblok met korrel 120 en 180
- Afrondfrees of een strookje schuurpapier om de scherpe kant te breken
- Platte kwast van 30 mm en een kleine schuimroller van 10 cm
- Plamuurmes van 4 cm
- Schilderstape
- Boormachine met houtboren en een boorgeleider
- Stofzuiger met borstelmond
Materiaal
- Randsealer voor plaatmateriaal, in het schap ook wel kopse kanten sealer genoemd
- Grondverf, watergedragen of alkyd
- Hoogglans aflak
- Tweecomponenten houtreparatiepasta
- Kantenband met smeltlijm of ABS-band voor binnenwerk
- Houtlijm D3 voor binnen of D4 voor buiten
- Schone doeken en een ontvetter
Wat de kopse kant is en waarom hij zoveel vocht opneemt
De kopse kant is het vlak dat je overhoudt als je een plank, balk of plaat haaks op de lengterichting doorzaagt. Je kijkt daar recht in de open uiteinden van de houtvaten, de buisjes waarmee de boom water omhoog transporteerde. Elke keer dat je iets op maat afkort bij het zagen en boren in hout en plaatmateriaal maak je er twee nieuwe bij.
Die open buisjes werken als rietjes. Water trekt er via capillaire werking in, en dat gaat een stuk sneller dan door het zijvlak van dezelfde plank. Als vuistregel houden we een factor tien tot vijftien aan, al verschilt de verhouding per houtsoort. Vocht komt daardoor bijna altijd via de kop naar binnen en niet door het geverfde oppervlak.
Bij plaatmateriaal speelt hetzelfde, alleen zie je iets anders. In multiplex kijk je tegen de lagen en de lijmnaden aan, en juist daartussen kruipt het water. De plaat zwelt dan vanaf de rand open en de lagen laten los, ook bij plaat die als watervast verlijmd verkocht is. Dat watervaste slaat op de lijm, niet op het hout ertussen.
Mdf en spaanplaat zijn nog gretiger. Het zijn geperste vezels en spanen, en aan de kop ligt die persing open. Een scheut water laat zo'n rand binnen een dag opzwellen, en dat zwellen gaat niet meer terug.
Kopshout en langshout uit elkaar houden
Langshout is het vlak waar de nerf als lange strepen doorloopt. Kopshout herken je aan de jaarringen die je als boogjes of ovalen ziet liggen, en aan de manier waarop water zich gedraagt. Op langshout blijft een druppel even bol staan, op kopshout is hij binnen een paar tellen weggetrokken. Bij verstek zaag je precies tussen die twee in: zo'n snede is voor de helft kops en gedraagt zich ook zo.
| Materiaal | Zo ziet de kopse kant eruit | Wat er misgaat | Wat die kant nodig heeft |
|---|---|---|---|
| Vuren en grenen | Zachte vezel, jaarringen goed zichtbaar | Zuigt snel, verf zakt weg, de rand gaat als eerste rotten | Drie dunne lagen grondverf of een randsealer |
| Meranti en ander hardhout buiten | Dichte, donkere structuur, vaak wat vettig | Fijne scheurtjes over de kop waar verf in losraakt | Kopse kanten wassen met wax of afdichten voor montage |
| Multiplex, watervast verlijmd | Zichtbare lagen met lijmnaden ertussen | Lagen wijken open en de plaat delamineert vanaf de rand | Randsealer, en daar overheen pas het verfsysteem |
| Mdf standaard | Egaal bruin, vezelig en poreus | Zwelt op tot een dikke, ruwe rand die niet terugkomt | Mdf-primer of grondverf in meerdere dunne lagen |
| Vochtwerend mdf met groene kern | Zelfde vezel, groen doorgekleurd | Houdt damp tegen, geen staand water | Alsnog sealen, en niet als buitenplaat gebruiken |
| Spaanplaat en meubelplaat | Grove spanen met open holtes | Kruimelt bij vocht en schroeven verliezen hun grip | Kantenband of een opdeklat, en binnen houden |
| Osb | Grove schilfers, ruwe en pluizige kop | Trekt water op, de rand pluist en zet uit | Sealer plus aflak, of wegwerken achter een profiel |
| Trespa en hpl | Harde egale kern met een donkere lijn | Geen vochtprobleem, wel een scherpe en doffe zaagsnede | Ontbramen, schoonmaken en verder met rust laten |
Wil je weten of een kant echt dicht is, zet er dan een druppel water op. Trekt die binnen tien seconden weg, dan heeft de kant nog een laag nodig. Blijft de druppel bol staan, dan is je sealer of verf op sterkte.
Een kopse snede zagen die niet uitscheurt
Haaks op de nerf zagen betekent dat je de vezels doorsnijdt in plaats van ze te splijten. Aan de kant waar de tanden het hout verlaten, duwen ze de laatste vezels naar buiten en scheurt de rand uit. Dat komt niet doordat je te hard duwt, maar door welke kant boven ligt en hoe scherp je blad is.
Bij een afkortzaag of verstekzaag gaan de tanden van boven naar beneden, dus daar leg je de zichtkant naar boven. Een handcirkelzaag draait de andere kant op en zaagt van onder naar boven: daar gaat de mooie kant naar beneden. Een decoupeerzaag scheurt de bovenkant uit, tenzij je een zaagblad met omgekeerde tanding gebruikt.
Een blad met veel tanden geeft een schonere kop. Voor afkortwerk en plaatmateriaal zit je goed met zestig tanden of meer op een blad van 216 millimeter. Plak de zaaglijn af met schilderstape en zaag door de tape heen, dan houdt die de vezels tegen op het moment dat de tand naar buiten komt. Een offerplankje onder het werkstuk doet hetzelfde aan de onderzijde.
Of een kopse snede geslaagd is, merk je pas als twee delen tegen elkaar komen. Hoe je die hoek uitzet en natrekt staat bij een haakse hoek controleren met de 3-4-5-methode. Zaag je een lijst of een kader, dan werk je met verstek onder 45 graden, en bij plaat met een geperste toplaag gelden weer andere regels voor blad en toerental, zie trespa zagen zonder brandplekken.
Breek na het zagen de scherpe kant. Op een hoek van negentig graden trekt verf zich tijdens het drogen terug, waardoor de laag precies op de rand het dunst wordt. Een afronding van twee millimeter met schuurpapier of een afrondfrees is genoeg om die dunne plek weg te nemen.
Zaag buitenwerk pas op maat als je die dag ook de sealer kunt aanbrengen. Een verse zaagsnede die een week in de regen op de bok ligt, heeft al water opgenomen en droogt van binnenuit veel trager dan je denkt.
Kopse kanten binnen afwerken
Binnen speelt vocht een kleinere rol, dus daar gaat het vooral om hoe glad en hoe strak de kant wordt. Zichtbare kopse kanten kom je bij bijna elke klus met hout en plaatmateriaal in huis tegen: een boekenplank, een keukenfront, een vensterbank van mdf, een aftimmering rond een radiator.
De kop van mdf slurpt verf. Twee lagen grondverf zijn te weinig, want na het tussenschuren is de eerste laag alweer half verdwenen. Drie dunne lagen met korrel 180 ertussen werkt beter. Sneller gaat het door eerst een beetje houtvuller met een plamuurmes in de vezel te drukken en die na uitharden vlak te schuren, zodat je een dichte ondergrond hebt om op te verven.
Kantenband met smeltlijm strijk je op met een droog strijkijzer op de wolstand. Druk de band daarna met een blokje aan terwijl de lijm nog warm is, en snijd de overhang weg met een kantensnijder of een vlak gehouden mes. ABS-band is dikker en stootvaster, maar die zit alleen goed met een lijmpistool of contactlijm.
Bij planken die belast worden is een massief latje van zes tot tien millimeter voor de kop de beste oplossing. Dat verbergt niet alleen de kant, het maakt de plank ook merkbaar stijver. Lijm het met houtlijm en klem het aan tot de lijm hard is.
| Afwerking | Waarvoor | Zo pak je het aan | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Melamine kantenband | Kasten en planken van spaanplaat of mdf | Opstrijken met een droog strijkijzer, aandrukken, overhang wegsnijden | Band iets breder kopen dan de plaat dik is |
| ABS-band van 1 of 2 mm | Randen die stoten opvangen, zoals werkbladen | Met contactlijm of een lijmpistool aanbrengen en bijfrezen | Kost meer voorbereiding, gaat wel jaren langer mee |
| Massief opdeklat | Dragende planken en zichtbare kanten in massief werk | Latje van 6 tot 10 mm lijmen en klemmen, daarna vlak schuren | Houdt de plank stijver, maar kost 1 cm aan maat |
| Houtvuller plus lak | Mdf dat gespoten of gelakt wordt | Vuller in de kop drukken, schuren, daarna gronden en lakken | Vuller dun houden, dikke lagen krimpen en scheuren |
| Drie lagen grondverf | Aftimmerwerk en plinten binnen | Dun aanbrengen, tussendoor schuren met korrel 180 | Twee lagen is echt te weinig op kopshout |
| Hardwax-olie | Blank eiken, planken en meubelbladen | Ruim opbrengen op de kop en het overschot afnemen | De kop wordt donkerder dan het vlakke deel |
| Aluminium U-profiel | Vensterbanken en werkbladen in natte ruimtes | Op maat zagen en over de kant klemmen of lijmen | Alleen als het bij de stijl van de rest past |
Kopse kanten sealen bij buitenwerk
Buiten draait alles om de kop. Een dakkapel, een boeiboord of een schuurdeur gaat niet stuk in het midden van de plaat, maar op de plek waar water van bovenaf langsloopt en aan de onderrand blijft hangen. Elke druppel die daar blijft staan, wordt door de open vezels naar binnen getrokken.
Randsealer is daarvoor gemaakt. In het schap heet het ook wel kopse kanten sealer of kantensealer, en je vindt het bij bouwmarkten als Gamma en Praxis en bij de verfgroothandel, meestal in een blik van een halve of een hele liter. Het is een dun, sterk indringend middel dat de vezels en bij plaatmateriaal ook de lijmnaden dichtzet. De merken wisselen per winkel, dus kijk op de verpakking of het product bedoeld is voor plaatmateriaal buiten en of het overschilderbaar is met het verfsysteem dat jij gebruikt.
Waarom dat beter werkt dan verf, zit in de manier waarop het middel zich gedraagt. Grondverf blijft grotendeels op het oppervlak liggen en zakt op de kop deels in de open vaten weg. Wat je overhoudt is een film met gaatjes erin. Sealer trekt juist in en sluit van binnenuit af, waarna je gewoon je grondverf en aflak eroverheen zet.
Seal voordat je monteert. Een kopse kant die straks tegen een goot, een muur of onder een rij dakpannen zit, is met een kwast niet meer te bereiken zodra de plaat vastzit. Dit is het onderdeel dat bij nieuwbouw en bij schilderbeurten het vaakst wordt overgeslagen, en dat merk je vijf jaar later aan de openstaande lagen.
Heb je geen sealer bij de hand, dan is drie keer gronden op de kop de minimale variant: dun aanbrengen, met de kwast in de kant duwen en steeds wachten tot de laag volledig is weggetrokken voordat de volgende komt. Bij massief hout kom je daarmee een heel eind. Bij multiplex buiten kom je er niet mee weg, omdat de lijmnaden dan gevoelig blijven.
| Middel | Waarvoor | Zo breng je het aan | Erover schilderen |
|---|---|---|---|
| Randsealer voor plaatmateriaal | Multiplex, osb en hardboard buiten | Met kwast of kleine roller, twee keer tot de kant verzadigd is | Ja, na de droogtijd op het blik |
| Watergedragen grondverf | Massief hout, kozijnen en aftimmerwerk buiten | Drie dunne lagen, elke laag in de kant duwen | Ja, dat is ook de bedoeling |
| Alkyd grondverf, licht verdund | Kurkdroog hout dat lang onbehandeld stond | Eerste laag verdund zodat hij intrekt, daarna onverdund | Ja, mits de aflak op hetzelfde systeem past |
| Kopse kanten wax | Onbehandelde vlonderplanken, palen en hardhout | Dik op de verse zaagsnede smeren of de kant erin dopen | Nee, dit is voor werk dat onbehandeld blijft |
| Tweecomponenten houtreparatiepasta | Weggerotte hoeken en gaten in de kant | In dunne lagen vullen en tussentijds vlak schuren | Ja, na schuren gewoon gronden |
| Hoogglans aflak | De afwerklaag over sealer en grondverf | Twee lagen, met een extra streek over de onderrand | Dit is de eindlaag |
| Aluminium of zinken afdekprofiel | Boeiboorden en brede zichtbare plaatranden | Over de kant klemmen of schroeven met ruimte om te drogen | Niet nodig, het profiel is de afwerking |
Werk langs een dakkapel of boeiboord nooit vanaf een ladder als je moet schuren, vullen en schilderen. Een ladder is er om iets te bekijken of één schroef te draaien. Voor werk waarbij je met twee handen bezig bent en zijwaarts opschuift, heb je een rolsteiger of een stelling nodig. De meeste ongelukken bij dit soort klussen gebeuren op het moment dat iemand net even te ver naar opzij reikt.
De kopse kant van een muur afwerken
Ook bij metsel- en gipswerk noemen we het uiteinde van een wand de kopse kant: het smalle vlak aan het eind van een halfhoog muurtje, naast een deuropening of aan het begin van een schuine wand. Dat is meestal het enige stuk waar je de opbouw van de wand kunt zien, dus slordig werk valt er meteen op. Een kopse kant van een muur afwerken draait daarom om één ding: die hoek moet hard worden en recht blijven.
Bij een gipswand zet je op het uiteinde eerst een verticale stijl of een U-profiel, zodat beide platen op iets vasts eindigen. De twee hoeken werk je af met een hoekprofiel van aluminium of kunststof dat je in de plamuurlaag drukt. Zonder profiel is de hoek van een gipsplaat niet harder dan het karton eromheen, en die deukt bij het eerste stofzuigerslag in.
Bij stucwerk gebruik je hetzelfde principe met een hoekbeschermer of een stucstop. Wordt het muurtje betegeld, dan heb je de keuze tussen een tegelprofiel over de hoek of twee tegels op verstek tegen elkaar. Verstek oogt strakker, maar de dunne tegelrand die je dan overhoudt is kwetsbaar op een plek waar mensen langslopen.
Een schuine wand vraagt om een eigen aanpak, want daar loopt de kopse kant onder een hoek weg en sluit hij aan op het dakbeschot. Hoe je die aansluiting netjes dichtzet, staat bij het afwerken van de schuine kant op zolder.
In zo'n kopse kant wil je vaak nog iets vastzetten: een leuning, een blad of een plint. Welke plug daar houdt, hangt volledig af van de opbouw van de wand. Onze plug- en boorkiezer per ondergrond geeft per materiaal de boordiameter en het pluggentype. In gipsblokken en cellenbeton houden gewone nylon pluggen slecht, en aan het einde van een wand zit weinig materiaal om de kracht in te verdelen.
Schroeven en boren in de kopse kant
Een schroef in de kop grijpt tussen de vezels in plaats van er dwars doorheen. De uittrekwaarde ligt daardoor grofweg op de helft van dezelfde schroef in het zijvlak, en bij zachte houtsoorten nog lager. Laat een verbinding die kracht moet opnemen dus nooit alleen op kopse schroeven rusten.
Kopshout splijt ook eerder. Voorboren is hier standaard werk: boor op de kerndiameter van de schroef, ongeveer zeventig procent van de buitenmaat, en neem bij smalle delen liever een halve millimeter ruimer. Voor draadeinden en bouten gelden vaste maten per draadmaat; die vind je bij voorboren voor M8-draad en voor het lichtere werk bij de boormaat voor M6.
Wil je toch echte trekkracht in een kopse kant, verplaats die dan naar langshout. De klassieke oplossing is een deuvel dwars door het deel, waar de schroef of het draadeind in grijpt. Een ingelijmde draadbus werkt ook, net als een inslagmoer die aan de andere kant tegen langshout drukt in plaats van tegen de kop.
Boren in de kop loopt sneller scheef dan je verwacht, omdat de punt de zachte voorjaarsringen volgt. Een boorgeleider of een blokje met een gat erin houdt je op koers. Controleer bij diepe gaten halverwege of je nog haaks staat, want een gat dat na tien centimeter uit de plank komt, is niet meer te corrigeren.
Boor je in plaatmateriaal dat buiten hangt, dan open je de kant opnieuw. Zet zulke gaten voor het schroeven aan de binnenkant dicht met een beetje sealer of lijm, zodat het water niet langs de schroefdraad naar binnen loopt.
Water laten weglopen bij kopse kanten buiten
Een kopse kant die nat wordt en snel opdroogt, gaat jaren mee. Een kopse kant waar water tegenaan spat en waar druppels blijven hangen, gaat kapot, hoe zorgvuldig hij ook geschilderd is. Het detail weegt hier zwaarder dan het merk van de verf.
Schuin de onderrand van een verticaal paneel of een zijwang af, ongeveer vijftien graden, zodat water eraf loopt in plaats van eronder te blijven hangen. Bij dakkapellen zien we die schuinte vaak wel aan het voorpaneel en niet aan de zijwangen, en dan gaan precies die zijkanten als eerste stuk.
Houd de onderkant vrij van de dakbedekking. Een paneel dat op de dakpannen rust, staat na elke bui in het water dat over die pannen loopt en droogt daar nooit goed op. Een centimeter of drie ruimte is genoeg om lucht langs de rand te laten. Bij een uitstekende plaat helpt een waterhol: een groefje van een paar millimeter diep, ongeveer een centimeter van de onderrand, waar het water dat langs de onderkant naar binnen kruipt vanaf valt.
Op de grond geldt precies hetzelfde. De kop van een schuttingpaal of een staander die op tegels of in het zand staat, zuigt vocht omhoog tot ver in het hout. Zet zulke delen op een voetplaat of een klosje en houd ze een paar centimeter van de grond.
Een verholen goot achter een dakkapel oogt strak, maar hij maakt de kopse kanten eronder slecht bereikbaar. Reken erop dat je daar met een spiegeltje moet kijken en met een kwast van twee centimeter moet werken, en dat juist die plek elk jaar controle verdient.
Loop na een regenbui met droog weer eens langs je buitenwerk. De plekken die dan nog donker zijn terwijl de rest al opgedroogd is, zijn de plekken waar water blijft staan. Dat zijn ook de plekken die je als eerste opnieuw moet behandelen.
Aangetaste kopse kanten herstellen
Staan de lagen van een multiplexplaat open of voelt de onderrand sponzig, dan heeft bijschilderen geen zin: je sluit het vocht dan op in het hout. De reparatie begint met weghalen, niet met vullen.
Prik met een schroevendraaier of een oude beitel door alles wat zacht is. Aangetast hout geeft mee als karton en moet er volledig uit, want wat blijft zitten rot door onder je nieuwe verflaag. Reken erop dat het gat groter wordt dan het van buiten leek.
Schuur daarna het kale hout op en breng op de kopse onderkant en op alle kale delen randsealer aan, met een kwast of een kleine roller. Dat gebeurt vóór het vullen en niet erna, omdat het hout achter de reparatie dicht moet zijn. Vul de gaten vervolgens met tweecomponenten houtreparatiepasta, in lagen. Een hoek die uit drie vlakken bestaat, krijg je in één gang nooit in vorm: twee of drie keer vullen met vlak schuren ertussen geeft een rechte kant.
Zet daarna alles in de grondverf, ook het hout dat nog goed was, en lak twee keer af. Een goede hoogglans lak houdt minder vuil vast en laat zich beter schoonmaken dan zijdeglans, en dat scheelt op een dakkapel echt in de levensduur.
Wanneer vervangen verstandiger is dan repareren
Loopt de aantasting over meer dan een halve meter, of laten de lagen los tot diep in de plaat, dan is repareren vooral uitstel. Een nieuwe plaat heeft een groot voordeel: die kun je op de werkbank rondom sealen voordat hij omhoog gaat, inclusief de kanten waar je later met geen kwast meer bij komt. Dat is precies de behandeling die de oude plaat nooit gehad heeft.
Onderhoud dat kopse kanten heel houdt
Verf houdt het alleen vol als hij schoon blijft. Op noordkanten hecht vuil, in dat vuil groeit mos, en mos houdt water tegen de rand vast. Neem het schilderwerk een keer per jaar af met water en een zachte borstel en loop tegelijk de onderranden na op haarscheurtjes. Een scheurtje dat je meteen opschuurt en bijwerkt kost tien minuten; hetzelfde scheurtje na drie winters kost je een reparatie met vulmiddel.
Zo behandel je een kopse kant van plaatmateriaal voor buiten
Deze volgorde doe je op de werkbank, dus voordat de plaat op zijn plek zit.
-
Zaag op maat en breek de randen
Gebruik een scherp blad met veel tanden en plak de zaaglijn af, zodat de vezels niet uitscheuren. Rond de scherpe hoeken daarna af met twee millimeter schuurwerk. Op een scherpe kant trekt verf zich bij het drogen terug en wordt de laag juist daar het dunst.
-
Schuin de onderrand af
Zaag of schaaf de onderkant onder een hoek van ongeveer vijftien graden, zodat water eraf loopt. Doe dit aan alle verticale panelen, ook aan de zijwangen die minder in het zicht zitten. Die worden bij dakkapellen het vaakst overgeslagen en gaan daarom als eerste stuk.
-
Maak de kant stofvrij en beoordeel hem
Zuig de zaagsnede af met een borstelmond en neem hem na met een licht vochtige doek. Op stof hecht niets. Bij deze controle zie je meteen of er lijmnaden openstaan of vezels loszitten, en dat schuur je nu weg in plaats van na het schilderen.
-
Breng de randsealer aan tot de kant verzadigd is
Smeer de sealer royaal op met een kwast of een kleine roller en kijk wat er gebeurt. Trekt hij binnen tien minuten volledig weg, dan zit de kant nog niet dicht en gaat er een tweede laag overheen. Houd de droogtijd van het blik aan voordat je verder gaat.
-
Grond de hele plaat, ook de achterkant
Zet de plaat rondom in de grondverf, inclusief het vlak dat straks tegen de constructie komt. Een plaat die alleen aan de voorkant behandeld is, neemt vocht op via de achterzijde en werkt dan van binnenuit los. Twee lagen op de kopse kanten is hier geen overdaad.
-
Lak twee keer af met een extra streek op de onderrand
Aflak is de laag die water tegenhoudt; grondverf is dat niet en is er alleen om te hechten. Lak daarom ook de stukken die je vanaf de grond niet ziet, zoals het deel onder de dakpannen. Trek over de onderste centimeters een extra streek, want daar staat het water het langst.
-
Monteer met lucht eronder en gesloten schroefgaten
Houd een paar centimeter ruimte tussen de onderrand en het dakvlak of de grond, zodat de kant kan drogen. Boor de schroefgaten voor en zet ze van binnen dicht met sealer of lijm. Schroef je door de plaat in metselwerk, dan geeft de plug- en boorkiezer per ondergrond je de juiste boor en plug.
Plug- en boorkiezer
Kies je muursoort en het gewicht dat eraan moet hangen, en zie welke plug, schroef en boormaat je nodig hebt. Bekijk alle gegevens
| Muursoort | Zo herken je hem | Plug die past | Boor en maat | Wat je eraan kunt hangen |
|---|---|---|---|---|
| Beton | Grijs, keihard, boorstof is grijs en fijn, de boor loopt zwaar | Nylon plug of, bij zwaar werk, een keilbout | Steenboor met hamerfunctie, 6, 8 of 10 mm | Alles, ook een hangend toilet of een boiler, mits de plug diep genoeg zit |
| Kalkzandsteen | Lichtgrijs tot wit, glad breukvlak, boorstof is wit en zanderig | Nylon plug, boren zonder klopstand | Steenboor zonder hamerfunctie, 6 of 8 mm | Keukenkasten, wastafels, radiatoren |
| Baksteen | Rood tot bruin, boorstof is rood, harder dan voeg | Nylon plug, altijd in de steen en niet in de voeg | Steenboor met hamerfunctie, 6 of 8 mm | Zware kasten en wandbeugels, mits je de steen raakt en niet de voeg |
| Gipsplaat | Klinkt hol, boort weg als boter, boorstof is wit poeder | Hollewandplug met vleugels, tuimelplug of gipsplaatanker | Houtboor of steenboor, maat volgens de plug | Schilderij, spiegel en lichte kast tot ongeveer 10 kg per plug |
| Gasbeton | Lichtgrijs, heel licht van gewicht, kruimelt makkelijk | Speciale gasbetonplug of een lange schroef zonder plug | Houtboor, geen hamerfunctie, plug bepaalt de maat | Lichte tot middelzware last, verdeel over meer punten |
| Gipsblok | Wit tot lichtgeel, zacht, boorstof is wit gips | Gipsblokplug of chemisch anker bij zwaar werk | Houtboor zonder klopstand | Middelzware last, geen hangend toilet zonder voorzetframe |
| Holle steen | Klinkt hol, de boor zakt ineens door in de holte | Hollewandplug of chemisch anker met zeefhuls | Steenboor zonder hamerfunctie zodat de wand niet uitbreekt | Middelzwaar, met een chemisch anker ook zwaar |
| Hout | Herkenbaar, boorstof is krullend | Geen plug nodig, houtschroef volstaat | Houtboor, voorboren op ongeveer 70 procent van de schroefkerndiameter | Alles, mits je in het hart van de regel schroeft |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de plaat omhoog gaat
Uit de praktijk
Multiplex rond een dakkapel dat na vijf jaar openstond
Rond een dakkapel van vijf jaar oud zat multiplex dat als watervast verlijmd geleverd was. Bij de eerste schilderbeurt waren de platen slordig behandeld en was de onderrand, waar het water van de zijwang afloopt en druppels blijven hangen, nauwelijks geraakt. Op meerdere plekken stonden de lagen zichtbaar open.
Nog een laag verf zou daar niets aan veranderd hebben. Wat hier werkte: eerst al het zachte hout weghalen, en toen bleek de schade groter dan aan de buitenkant te zien was. Daarna is de hele rand geschuurd en is de kopse onderkant met een kleine roller in de randsealer gezet. De gaten zijn in drie gangen gevuld met tweecomponenten reparatiepasta, telkens met vlak schuren ertussen. Pas toen ging alles in de grondverf en twee keer in de lak. De volgorde is waar het om draait: sealer op kaal hout, en pas daarna vullen.
De zijwang die alleen boven de dakpannen was afgelakt
Bij diezelfde dakkapel viel iets op wat we vaker zien. Boven de dakpannen was de zijwang netjes afgelakt, maar het stuk eronder, dat je vanaf de straat niet ziet, was in de grondverf blijven staan. Grondverf houdt geen water tegen; hij is er om te hechten en om onder een aflak te zitten.
Precies daar begon de aantasting. Er kwam bij dat de onderkant van de zijwang niet was afgeschuind, terwijl het voorpaneel dat wel was, waardoor water op die rand bleef staan in plaats van eraf te lopen. De verholen goot maakte het compleet: die plek is met een ladder amper te bereiken en werd bij elke beurt overgeslagen. Bij het herstel is de onderkant alsnog afgeschuind en is het volledige vlak in twee lagen aflak gezet, ook het deel dat niemand ziet.
Reparatiepasta die in één keer niet in vorm te krijgen was
Op de hoek van een plaat moest een weggerot stuk hersteld worden dat uit drie vlakken bestond: de voorkant, de zijkant en de kopse onderkant. Een klomp pasta erin drukken en gladstrijken lukte niet. De massa zakte weg en de hoek werd rond in plaats van scherp.
In stappen vullen loste het op: een laag pasta, laten uitharden, vlak schuren en opnieuw vullen tot de vorm klopte. Het kan sneller met een malletje van stevig karton dat je aan de binnenkant met plastic bekleedt en tegen de hoek klemt. De pasta drukt zich dan in één keer tegen twee vlakken aan, en door het plastic laat het karton na uitharden gewoon los. Na het schuren was de hoek weer recht en kon er zonder verdere plamuur overheen geschilderd worden.
Veelgemaakte fouten
De kopse kanten pas behandelen als alles gemonteerd is
Een kant die tegen een goot, een muur of onder een rij dakpannen zit, krijg je met geen enkele kwast meer goed geraakt. Wat je daar nu overslaat, kun je later alleen nog herstellen door de plaat los te halen. Sealen en gronden horen dus op de werkbank te gebeuren.
Vertrouwen op het woord watervast verlijmd
Die aanduiding zegt dat de lijm tussen de fineerlagen bestand is tegen vocht. Over het hout zelf zegt hij niets. Een onbehandelde kopse kant van watervast multiplex zuigt water op als elke andere zaagsnede, en de plaat gaat vanaf die rand alsnog open staan.
Alleen grondverf op de kop en geen aflak
Grondverf is poreus en gemaakt om te hechten, niet om water te keren. Op verborgen plekken blijft het daarom vaak bij een laag grond, en juist daar begint de rot. Alles wat buiten hangt heeft twee lagen aflak nodig, ook de vlakken die niemand ziet.
De scherpe hoek van negentig graden laten staan
Verf trekt zich tijdens het drogen van een scherpe rand terug, waardoor de laag daar het dunst is. Dat is precies de plek waar het water langsloopt. Twee millimeter afronden met schuurpapier zorgt ervoor dat de laag over de rand doorloopt in plaats van open te scheuren.
Uitgescheurde vezels wegplamuren in plaats van wegzagen
Een uitgescheurde kopse kant zit vol losse vezels. Vulmiddel eroverheen maakt het glad, maar de vezels eronder blijven los en trekken vocht aan. Zaag zo'n snede opnieuw met een scherp blad en de goede kant boven, dat kost minder tijd dan de reparatie.
Een verbinding laten dragen op schroeven in kopshout
Een schroef in de kop houdt ongeveer de helft van dezelfde schroef in het zijvlak en splijt het hout eerder. Bij een plank in een kast merk je dat niet, bij een traptrede of een steunbalk wel. Werk daar met een deuvel, een draadbus of een beugel die de kracht naar langshout brengt.
Een natte kopse kant dichtsmeren met kit
Kit tussen een plaatrand en het metselwerk lijkt de oplossing tegen inwaaiend water, maar hij sluit vocht op dat er via een andere weg toch in komt. Het hout kan dan niet meer drogen en rot van binnenuit. Laat water liever weglopen dan dat je het probeert buiten te sluiten.
Veelgestelde vragen
Wat is de kopse kant precies?
De kopse kant is het vlak dat ontstaat als je haaks op de lengterichting door hout of plaatmateriaal zaagt. Je kijkt daar in de doorgesneden vaten van het hout, dezelfde buisjes waarmee de boom vocht omhoog bracht. Die open uiteinden nemen water via capillaire werking veel sneller op dan het zijvlak van dezelfde plank, en daarom is dit de kant waar problemen met vocht bijna altijd beginnen.
Wat is het verschil tussen kopshout en langshout?
Langshout is het lange vlak waar de nerf als strepen doorheen loopt, kopshout is de doorgezaagde kant met de jaarringen als boogjes. Het verschil zie je aan de nerf en merk je aan het gedrag: op langshout blijft een waterdruppel even staan, op kopshout trekt hij binnen enkele seconden weg. Lijm en schroeven houden in langshout ook duidelijk beter, omdat ze daar dwars op de vezel grijpen in plaats van ertussen.
Wat is de kopse kanten sealer die je bij Gamma en Praxis vindt?
Dat is een randsealer voor plaatmateriaal: een dun, sterk indringend middel dat de vezels en de lijmnaden aan de zaagsnede afsluit. In het schap staat het onder namen als randsealer, kantensealer of kopse kanten sealer, en de merken verschillen per winkel en per seizoen. Kijk daarom op de verpakking of hij bedoeld is voor buitentoepassing op plaatmateriaal en of hij overschilderbaar is met jouw verfsysteem. De sealer is een voorbehandeling, geen eindlaag, dus er gaan altijd grondverf en aflak overheen.
Is randsealer hetzelfde als grondverf?
Nee, ze doen iets anders. Grondverf blijft grotendeels op het oppervlak liggen en zorgt voor hechting van de aflak. Randsealer is dunner en trekt de vezel in, waar hij van binnenuit dichtzet. Op een kopse kant zakt grondverf deels in de open vaten weg, waardoor je een film met gaatjes overhoudt. Heb je geen sealer, dan is drie keer dun gronden op de kop de minimale variant bij massief hout, maar bij multiplex buiten schiet dat tekort.
Kan ik de kopse kanten nog sealen als de platen al vastzitten?
Voor de bereikbare kanten wel, voor de rest niet. Alles wat tegen een goot, een muur of onder de dakpannen zit, krijg je met een kwast niet meer verzadigd, en half werk geeft daar een vals gevoel van veiligheid. Behandel de kanten die je wel kunt bereiken zo goed mogelijk en houd de plek in de gaten. Moet er toch een plaat af voor een reparatie, doe dan meteen de hele behandeling op de werkbank.
Hoeveel houdt een schroef in de kopse kant?
Reken op ongeveer de helft van dezelfde schroef in het zijvlak, en bij vuren en grenen op nog wat minder. De draad grijpt in de kop tussen de vezels in plaats van er dwars doorheen, waardoor hij bij belasting de vezels uit elkaar drukt. Voor een plank in een kast is dat geen bezwaar. Moet de verbinding echt kracht opnemen, breng die dan naar langshout met een dwarse deuvel, een ingelijmde draadbus of een beugel.
Hoe krijg ik de kopse kant van mdf glad en dicht?
Schuur de kant eerst vlak met korrel 120 en daarna met 180. Druk vervolgens een dunne laag houtvuller met een plamuurmes in de vezel en schuur die na uitharden weer vlak. Zet er daarna drie dunne lagen grondverf of een speciale mdf-primer op, telkens met licht tussenschuren. Twee lagen is echt te weinig, want de eerste laag verdwijnt grotendeels in het materiaal. Op die dichte ondergrond ligt je aflak pas egaal.
Waarom scheurt de kopse kant uit bij het zagen?
Aan de kant waar de zaagtanden het hout verlaten, wordt de laatste vezel naar buiten geduwd in plaats van doorgesneden. Bij een afkortzaag is dat de onderzijde, bij een handcirkelzaag de bovenzijde en bij een decoupeerzaag ook de bovenzijde. Leg de zichtkant dus altijd aan de kant waar de tanden het materiaal in gaan. Een blad met minstens zestig tanden, een strook schilderstape over de zaaglijn en een offerplankje eronder lossen de rest op.
Hoe werk ik de kopse kant van een muur af?
Bij een gipswand zet je op het uiteinde een stijl of U-profiel en werk je beide hoeken af met een hoekprofiel dat je in de plamuur drukt. Bij stucwerk gebruik je een hoekbeschermer of stucstop, en bij tegelwerk kies je tussen een tegelprofiel of twee tegels op verstek. Loopt de wand schuin weg onder het dak, kijk dan bij de aansluiting van een schuine kant op zolder, want daar komt de aftimmering onder een hoek samen.
Moet ik de kopse kant van vlonderplanken en schuttingpalen behandelen?
Ja, en dat is bij dit soort werk de meest zinvolle handeling die je kunt doen. Geïmpregneerd hout is alleen aan de buitenzijde behandeld; zodra je afkort ligt de onbehandelde kern open. Smeer die verse zaagsnede in met kopse kanten wax of een middel voor snijvlakken, ruimer dan je zou denken. Zet palen daarnaast op een voetplaat of een klosje, zodat de onderste kop niet in het water staat dat op de tegels of in het zand blijft.
Kan ik een kopse kant afwerken met kantenband?
Binnen is dat een prima oplossing voor spaanplaat en mdf. Melamineband met smeltlijm strijk je op met een droog strijkijzer, druk je met een blokje aan en snijd je bij met een kantensnijder. Voor randen die stoten opvangen is ABS-band van één of twee millimeter steviger, maar die vraagt om contactlijm of een lijmpistool. Buiten heeft kantenband geen zin: water komt achter de band en dan zit de vochtige kant opgesloten.
Welke boor gebruik ik voor een draadeind in een kopse kant?
Dat hangt af van de draadmaat en van de vraag of het draadeind in hout grijpt of door de plank heen gaat. Bij zwaarder werk in balken en staanders staan de maten op een rij bij voorboren voor M10 en voorboren voor M12. Boor in kopshout altijd met een geleider, want de punt volgt anders de zachte voorjaarsringen en loopt scheef. Controleer bij diepe gaten halverwege of je nog haaks staat.
Wanneer je beter een vakman belt
De kopse kant van een plank afwerken is doe-het-zelfwerk. Er zijn drie situaties waarin je beter belt.
De eerste is werk op hoogte langs een dakkapel, een boeiboord of een gevel waar je met twee handen moet schuren, vullen en schilderen. Dat vraagt om een rolsteiger of een stelling, en heb je die niet, dan is een schildersbedrijf met eigen materieel goedkoper dan een val. Vanaf een ladder doe je hooguit een inspectie.
De tweede is aantasting die verder gaat dan de beplating. Voelt de balk achter de plaat zacht aan, of zit de rot in een muurplaat, een gording of een spantbeen, dan gaat het over de constructie en niet meer over verf. Laat dat beoordelen door een timmerbedrijf of een bouwkundig adviseur voordat je iets weghaalt.
De derde is oude beplating waarvan je de samenstelling niet kent. In gevels en dakkapellen uit de jaren zestig tot begin jaren negentig zit soms asbesthoudend plaatmateriaal. Ga daar niet in zagen, boren of schuren. Laat eerst een monster onderzoeken en laat het verwijderen door een gecertificeerd bedrijf.