Naar de inhoud
Bekijk de rekenhulpen

Specie aanmaken: soorten, verhoudingen en verhardingstijd

13 minuten lezen Beton & metselen Bijgewerkt 12 augustus 2026
diy-gids.nl BETON & CONSTRUCTIE Specie

Specie is zand met cement en water, en de soort bepaalt de verhouding: metselspecie ongeveer 1 deel cement op 4 tot 5 delen zand, betonspecie 1 deel cement op 2 delen zand en 3 delen grind. Water is het onderdeel waar het meestal misgaat, want elke scheut te veel kost sterkte die je later niet terugkrijgt. Specie droogt niet maar verhardt door een reactie met water: na een dag kun je er voorzichtig op, na een week is ongeveer zeventig procent van de sterkte er, en de eindsterkte staat er na vier weken.

13 minuten

Dit heb je nodig

20 minuten per kuip, een halve dag voor een grotere partij Goed zelf te doen, mits je de verhouding aanhoudt 5 tot 10 euro per zak van 25 kilo, losse grondstoffen zijn goedkoper

Gereedschap

  • Speciekuip of metselkuip van minimaal 65 liter
  • Dwangmenger of een boormachine met roergarde vanaf 1000 watt
  • Betonmolen bij meer dan vier zakken op een dag
  • Schep en een emmer met een maatstreep voor het afmeten
  • Troffel en voegspijker
  • Kruiwagen en een platte schop om af te steken
  • Plantenspuit of een tuinslang met sproeikop
  • Handschoenen, een stofmasker en een veiligheidsbril

Materiaal

  • Portlandcement CEM I of CEM II in zakken van 25 kilo
  • Metselzand voor metselwerk, scherp zand voor dekvloeren
  • Grind 4 tot 16 millimeter voor betonspecie
  • Kalk of een kant-en-klare metselmortel met kalk erin
  • Trascement voor metselwerk vlak bij en onder maaiveld
  • Hechtemulsie of primer bij reparaties op oud beton
  • Bouwfolie of dekkleed om vers werk af te dekken
  • Schoon leidingwater

Wat specie is, en waarom cement iets anders is

Specie is de natte massa van zand, een bindmiddel en water die je verwerkt en die daarna hard wordt. Cement is het bindmiddel, geen zelfstandig product. Op een zak staat vaak de omschrijving basismateriaal voor beton, zandcement, metselspecie en voegspecie, en dat betekent letterlijk wat er staat: er moet nog zand of grind bij. Hoe de verschillende mengsels in het grotere geheel passen, lees je in ons overzicht over beton en metselwerk.

Wie zo'n zak puur met water aanmaakt, krijgt cementpap. Die pap krimpt sterk tijdens het verharden, scheurt in een net van haarscheurtjes en laat op een gladde ondergrond binnen een paar maanden alsnog los. Het zand is er niet om goedkoper uit te zijn, het is het skelet dat de krimp opvangt.

Het tweede misverstand zit in het verschil tussen zandcement en beton. Beton bevat naast zand en cement ook grind, en juist die grove korrel maakt het geschikt voor constructies zoals funderingen, poeren en balken. Zandcement heeft geen grind en haalt die sterkte niet. Onder een oude tegelvloer ligt daarom zelden echt beton: dat is meestal een zandcement dekvloer die over de constructievloer heen ligt.

SoortWaar het uit bestaatWaar je het voor gebruiktHoe je het herkent
CementAlleen het bindmiddel, fijn grijs poederNooit puur verwerken, altijd mengen met zand of grindStuift bij het scheppen, voelt bloemachtig fijn
MetselspecieMetselzand en cement, meestal met wat kalkBakstenen, betonblokken, gipsblokken, tuinmurenSmeuïg, blijft als een bergje op de troffel staan
BetonspecieZand, cement en grind van 4 tot 16 millimeterFundering, poer, vloer, betonpaal, bekiste elementenGrove korrels duidelijk zichtbaar in de massa
Zandcement of dekvloerspecieScherp zand en cement, weinig waterDekvloeren, afschot in een douchevloer, vullingenAardvochtig, blijft als een bal in je hand plakken
VoegspecieFijn zand en cement, soms met kleurstofVoegen van metselwerk, voegen tussen tegelsFijn en glad, geen grove korrels voelbaar
RaapspecieZand en cement met kalk, grover afgesteldMuren vlak zetten voordat er stucwerk op komtBlijft in dikke lagen staan, oppervlak blijft korrelig
StelspecieZandcement, halfdroog aangemaaktBanden, kolommen, lateien en putranden stellenKneedbaar, houdt zijn vorm zonder te vloeien
Krimpvrije mortelFabrieksmengsel met een uitzettend bestanddeelOndergieten van staal, ankers en machinevoetenAlleen als kant-en-klare zak, nooit zelf te mengen

Koop cement in zakken van 25 kilo en niet in emmers van vijf, ook voor een kleine klus. Een aangebroken zak blijft in een droge schuur zo'n drie maanden goed. Voel je harde klonten die niet meer met je vingers stukgaan, dan heeft de zak vocht getrokken en bindt hij niet meer op volle sterkte.

De specie verhouding per toepassing

De verhouding tussen cement en zand bepaalt de sterkte. Meer cement geeft een hardere specie, maar ook meer krimp en dus meer kans op scheuren. Daarom is de sterkste verhouding niet automatisch de beste: je kiest de verhouding die bij de belasting hoort.

Delen meet je in volume af, niet in kilo's. Een emmer van tien liter is daar prima voor. Schep de emmer telkens even vol en strijk hem af, dan blijven je mengsels van kuip tot kuip gelijk. Dat is niet uit netheid: kleurverschil in voegen en metselwerk komt bijna altijd doordat de ene kuip natter of cementrijker was dan de vorige.

De getallen hieronder zijn vuistregels die in de praktijk goed uitpakken bij particulier werk. Staat er op een zak fabrieksmortel een andere verhouding of een andere waterhoeveelheid, dan gaat die aanwijzing voor. De fabrikant weet welk zand en welke hulpstoffen erin zitten, jij niet.

Wil je weten hoeveel je van elk onderdeel nodig hebt voor je klus, reken het dan door met de betoncalculator voor kuubs, zakken en kruiwagens. Dat scheelt de klassieke situatie waarin je met een halve fundering en een lege zak cement op zaterdagmiddag voor een gesloten deur staat.

ToepassingVerhouding in delenWelk zandConsistentie
Metselspecie voor bakstenen1 cement : 1 kalk : 6 metselzandMetselzand, fijn en rond van korrelSmeuïg, valt langzaam van de troffel
Metselspecie voor betonblokken en zware blokken1 cement : 4 metselzand, zonder kalkMetselzandStijf, houdt zijn vorm als je er een kuil in duwt
Metselwerk bij en onder maaiveld1 trascement : 4 metselzandMetselzandSmeuïg tot stijf
Betonspecie voor fundering en poer1 cement : 2 betonzand : 3 grindBetonzand plus grind 4 tot 16 millimeterPlastisch, zakt langzaam uit als je de schep optilt
Betonspecie in een mal of bekisting1 cement : 2 betonzand : 3 grind, weinig waterBetonzand plus fijner grind 4 tot 8 millimeterAardvochtig, aanstampen of trillen in de mal
Zandcement dekvloer1 cement : 5 scherp zandScherp zand of gezeefd betonzandAardvochtig, blijft in een bal geknepen zitten
Voegspecie voor metselwerk1 cement : 3 voegzandFijn voegzandHalfdroog, kruimelig maar samenhangend
Raapspecie voor muren vlak zetten1 cement : 1 kalk : 8 metselzandMetselzandPlakkerig genoeg om aan de muur te blijven hangen
Stelspecie voor banden en lateien1 cement : 6 zandMetselzand of brekerzandHalfdroog en kneedbaar

Cement is bijtend. Nat cement is sterk basisch en trekt langzaam door de huid heen. Een halve dag knielen in verse specie met een natte spijkerbroek levert brandwonden op die je pas de volgende dag voelt. Werk met handschoenen, kniebeschermers over een droge broek en spoel spatten meteen af met veel water.

Water is het onderdeel waar het misgaat

Van alle keuzes bij specie heeft water de grootste invloed op het eindresultaat, en het is tegelijk het gemakkelijkst om ernaast te zitten. Water is nodig voor de chemische reactie waarmee cement verhardt, maar alles wat je meer toevoegt dan die reactie gebruikt, verdampt er later weer uit. Op de plek waar dat water zat, blijft een porie achter. Meer water betekent dus letterlijk poreuzer en zwakker beton.

Bij betonspecie is dat het duidelijkst zichtbaar. Beton dat je in een mal of bekisting stort, maak je juist behoorlijk droog aan: net genoeg water om het te kunnen verwerken en aanstampen. Dat voelt tegennatuurlijk, want droge specie is zwaar werk. Het verschil in sterkte en in oppervlaktekwaliteit is groot genoeg om die moeite waard te zijn.

Bij een zak fabrieksmortel staat de waterhoeveelheid erop, bijvoorbeeld ruim drie liter per zak van 25 kilo. Houd die aan als startpunt en niet als eindpunt: vochtig zand uit een buitenbult brengt zelf al water mee, dus dan heb je minder nodig. Voeg het laatste halve liter altijd met een bekertje toe en niet met de emmer.

Blijft de specie ondanks de juiste hoeveelheid water stroef en korrelig, dan zit het meestal in het zand. Grof of hoekig zand geeft een schrale specie. Een schepje kalk of een kant-en-klare mortel met kalk erin maakt het mengsel smeuïg zonder dat je extra water hoeft te gebruiken.

Wat je ziet in de kuipWat er aan de hand isWat je doet
Er staat een laagje water op de specieTe veel water, het cement zakt naar de bodemDroog mengsel bijscheppen in de juiste verhouding, niet alleen zand
De specie glijdt van de troffel afTe nat voor metselwerkEven laten staan en opnieuw doorroeren, of droog bijmengen
Korrelig, valt uit elkaar op de troffelTe droog of te weinig fijn materiaalScheutje water uit een bekertje, of kalk toevoegen
Plakt taai aan de troffel en aan de kuipTe veel cement in verhouding tot het zandZand bijmengen, deze specie krimpt en scheurt anders
Voelt na twintig minuten stugger dan bij het aanmakenDe binding begint, dat is normaalDoorroeren zonder water, verwerken binnen anderhalf uur
Wordt na twee uur bros en kruimeltDe specie is aan het binden en is niet meer bruikbaarWeggooien, water toevoegen herstelt de sterkte niet

Specie aanmaken in de kuip, de menger of de molen

De volgorde waarin je mengt scheelt meer dan de meeste mensen denken. Begin met ongeveer driekwart van het water in de kuip of de molen, voeg dan het zand toe en daarna pas het cement. Cement dat op een droge bodem valt, klit samen tot balletjes met een droge kern die nooit meer meedoen. Die balletjes vind je later terug als zwakke plekken in je voeg.

Voor een enkele kuip volstaat een boormachine met een roergarde, maar wel eentje van rond de duizend watt. Een lichte accuboor loopt vast in stijve specie en gaat er kapot aan. Vanaf een zak of vier op een dag is een betonmolen sneller en veel minder zwaar: hij mengt gelijkmatiger dan wat je met de hand voor elkaar krijgt.

Meng door tot het mengsel egaal van kleur is, en meng daarna nog een minuut extra. Kleurverschil in de kuip betekent dat het cement niet overal zit. Dat kun je aan een verse specie nog zien, aan een uitgeharde muur niet meer, en dan heb je zachte plekken tussen harde.

Maak niet meer aan dan je in anderhalf tot twee uur verwerkt. Bij twintig graden begint de binding na ongeveer een uur voelbaar door te zetten. Bij dertig graden in de volle zon is dat de helft, en dan sta je met een kuip die hard wordt terwijl je nog aan het metselen bent.

Spoel je kuip, troffel en garde direct na elke partij schoon en gooi dat spoelwater in de tuin, niet in het putje. Cementpap zet zich in een afvoer af als een steenharde ring die je er nooit meer uit krijgt. Een kuip met opgedroogde specieresten van gisteren maakt bovendien je nieuwe partij vlekkerig.

Hoe stijf moet de specie zijn voor jouw steen

De steen bepaalt hoe stijf je specie moet zijn, en dat is het punt waarop veel proefstukjes stuklopen. Een baksteen van rond de twee kilo drukt nauwelijks in de specie, dus daar mag het mengsel smeuïg zijn. Een betonblok van twaalf tot twintig kilo zakt door precies diezelfde specie heen en dan houd je een voeg over van een paar millimeter.

De oplossing is niet minder water in dezelfde zak, maar een andere specie. Kalk in het mengsel maakt het smeuïg en houdt het vocht vast, en juist dat smeuïge is bij zware blokken het probleem. Voor betonblokken werk je met metselspecie zonder kalk, stijver aangemaakt. Rustiger mengen helpt niet, want de samenstelling zelf zorgt voor dat wegzakken.

Er zit een grens aan hoe stijf je kunt gaan: de specie moet genoeg water houden om te kunnen verharden. Werk daarom liever met een dikkere legvoeg van vijftien tot twintig millimeter die je bij het aandrukken tot de gewenste twaalf millimeter laat zakken. Het blok komt dan op zijn plek te liggen en daarna raak je hem niet meer aan. Wie een blok gaat verschuiven nadat de specie gepakt heeft, verbreekt de hechting en die komt niet terug.

Hoe je zo'n muur verder opbouwt, met profielen, lagenmaat en het aansluiten op bestaand werk, staat in onze gids over metselen van de fundering tot de laatste laag.

De stenen eerst nat maken

Kurkdroge stenen zuigen het aanmaakwater binnen enkele seconden uit de specie. Het cement heeft dat water nodig om te verharden, dus wat achterblijft is een poederige laag die je later met je vinger weg kunt vegen. Dat is de meest voorkomende reden waarom een eerste proefstukje niet hecht.

Maak poreuze stenen daarom van tevoren nat, bij voorkeur een dag eerder met een tuinslang, en laat het oppervlak daarna weer opdrogen. Je wilt een steen die vanbinnen verzadigd is en vanbuiten mat. Een steen die glimt van het water is te nat: dan drijft de specie en schuift je laag weg. Bij betonblokken en kalkzandsteen kun je volstaan met licht besproeien vlak voor het metselen.

Zelf testen of je specie klopt

Er is een simpele test die je in tien minuten uitsluitsel geeft. Leg een steen in de specie, druk hem aan en til hem na één minuut voorzichtig op. De specie moet dan ongeveer half aan de onderste steen en half aan de bovenste steen blijven zitten. Blijft alles aan één kant, dan is de hechting eenzijdig.

Doe daarna dezelfde proef, maar til na tien minuten de bovenste steen op. Als het goed is blijft de onderste steen eraan hangen. Valt hij eraf en zie je een glad, nat breukvlak, dan was je specie te nat. Zie je een droog, poederig breukvlak, dan was de steen te droog of de specie te schraal.

Hoe lang moet specie drogen

Specie droogt niet, specie verhardt. Dat klinkt als woordenspel maar het bepaalt hoe je met vers werk omgaat. Cement en water gaan een chemische reactie aan waarbij kristallen groeien die het zand aan elkaar knopen. Die reactie heeft water nodig, dus specie die snel uitdroogt wordt niet hard maar blijft zwak en zanderig.

Daarom dek je vers metselwerk en een verse dekvloer af met folie of een dekkleed, zeker bij zon of harde wind. Bij warm weer sproei je de eerste dagen zelfs licht na. Dat voelt verkeerd wanneer je zit te wachten tot je verder kunt, maar het is precies het omgekeerde van drogen dat je wilt bereiken.

De vuistregels voor tijd zijn overzichtelijk. Na ongeveer 24 uur is de specie zover dat je er voorzichtig op kunt en dat je vervolgwerk kunt doen. Na een week zit er ongeveer zeventig procent van de sterkte in. De eindsterkte staat er na 28 dagen, en dat getal komt terug op elke technische fiche. Voor constructief werk zoals een fundering onder een muur of een reeks betonpalen voor een schutting is die volle periode het uitgangspunt.

Drogen speelt wel een rol wanneer er een vloerafwerking op komt. Een zandcement dekvloer moet niet alleen verhard zijn maar ook droog genoeg voordat er laminaat, parket of pvc op gaat. De praktijkregel is ongeveer één centimeter dikte per week, bij normale binnentemperatuur en met ventilatie. Een dekvloer van vijf centimeter heeft dus al gauw vijf weken nodig.

Wat je wilt doenHoe lang wachtenWaarom
Verwerken na het aanmakenBinnen 1,5 tot 2 uurDaarna begint de binding en verlies je sterkte bij het opnieuw roeren
Voegen van vers metselwerkZodra de specie duimvast is, meestal dezelfde dagTe vroeg smeert de voeg uit, te laat hecht de voegspecie niet meer
Vers metselwerk afdekken tegen regenDe eerste 24 tot 48 uurRegen spoelt cement uit de voegen en geeft blijvende kalkslierten
Voorzichtig lopen op een zandcement dekvloer24 tot 48 uurDe toplaag is dan sterk genoeg om niet te verkruimelen
Tegelen op een verse specievloerOngeveer 24 uurDe vloer draagt dan het gewicht van tegels en lijm zonder te vervormen
Bekisting weghalen bij een niet-dragend element2 tot 3 dagenEerder gaan de randen en hoeken mee met de planken
Onderstempeling weghalen bij dragend betonMinimaal 7 dagen, bij twijfel 28De sterkte is dan pas voldoende om de eigen last te dragen
Volle belasting, schutting of muur erop28 dagenDat is het moment waarop de opgegeven sterkte gehaald is
Laminaat of parket op een zandcement dekvloerOngeveer 1 centimeter dikte per weekRestvocht uit de vloer laat een houten vloer opbollen

Verharden gaat door en drogen niet. Beton dat onder water staat wordt gewoon hard, terwijl beton dat in de zon uitdroogt zwak en stoffig blijft. Ga bij vers werk dus nooit met een verwarming of een bouwdroger op de specie staan blazen om het proces te versnellen.

Metselen en storten bij kou en bij hitte

Temperatuur stuurt de snelheid van de verharding. Onder vijf graden komt de reactie bijna tot stilstand, en dan gebeurt er dagenlang vrijwel niets. Zolang het niet vriest is dat geen ramp voor het eindresultaat: de specie wordt uiteindelijk gewoon hard, alleen veel later dan je gewend bent.

Het echte gevaar is bevriezing van verse specie. Het water in de massa zet uit bij vorst en duwt de nog zwakke structuur uit elkaar. Wat je overhoudt is een voeg die na de dooi met je duim weg te vegen is. Na een paar dagen verharding is de specie sterk genoeg om een vorstnacht heel door te komen, maar die eerste dagen zijn kritisch.

Werk je toch in het koude seizoen, dek het verse werk dan af met noppenfolie of een dekkleed, zeker bij koude wind. Gebruik geen zout of antivries in de specie, want dat tast wapening aan en geeft blijvende uitbloei. Metselen bij vorst laat je liever staan tot de volgende week.

Bij hitte kantelt het probleem naar de andere kant. Boven de vijfentwintig graden en in de wind droogt de buitenkant sneller uit dan de binnenkant kan verharden, wat krimpscheuren geeft. Maak dan kleinere partijen aan, werk vroeg op de dag, en houd het verse werk de eerste dagen vochtig met een dekkleed dat je nat sproeit.

Specie op een bestaande ondergrond krijgen

De lastigste toepassing van specie is niet metselen maar repareren. Verse specie hecht slecht op oud, glad en stoffig beton. Een dikke laag in een gat houdt zich nog wel omdat hij ingesloten zit, maar een dunne uitloper die je naar nul uitstrijkt op een gezonde vloer breekt daar juist af. Dat is geen kwestie van beter je best doen: zandcement heeft simpelweg een minimale laagdikte nodig, meestal een centimeter of meer.

Voor het uitvlakken van oneffenheden in een oude dekvloer kies je daarom een reparatiemortel of een egalisatiemiddel dat op nul mag uitlopen. Borstel de ondergrond eerst stofvrij, zuig hem na en breng een hechtprimer aan. Zonder die primer zuigt de oude vloer het water uit je mortel en hecht er niets. Voor plaatselijke reparaties waar niets mag krimpen bestaat er krimpvrije mortel die zijn volume houdt.

Bij gefreesde sleuven in beton of steen ligt het anders, want daar zit de specie wel opgesloten. Metselspecie is daar prima voor en wordt harder dan een gipsproduct. De keerzijde is de verwerking: raapspecie is de ene keer te droog om te blijven plakken en de volgende keer zo nat dat hij naar beneden zakt, en glad krijg je het alleen met veel oefening.

De praktische middenweg is de sleuf tot net onder het muuroppervlak vullen met metselspecie en de laatste millimeters afwerken met gips. Het gipsproduct plakt vergevingsgezind, is binnen een uur na te strijken en laat zich glad afwerken zonder dat de plek onder het behang zichtbaar blijft.

Vul een gefreesde sleuf pas nadat je weet wat erin ligt. Een spijker of schroef die je later in een dichtgesmeerde sleuf slaat, gaat door de buis heen. Meet de positie van elke sleuf in en bewaar die maten, want na het stucwerk zie je er niets meer van.

Voegspecie, stelspecie en specie onder een latei

Naast metselen en storten heeft specie een paar toepassingen waarbij de eisen anders liggen. Voegspecie werkt met fijn zand en wordt halfdroog verwerkt, omdat een natte voeg uitsmeert over de steen en daar niet meer weg te krijgen is. Voeg pas als het metselwerk duimvast is: de voeg moet nog hechten aan de legspecie, maar mag er niet meer in wegzakken.

Bij tegelwerk in natte ruimtes is er een grens aan wat voegspecie kan. In inwendige hoeken, waar twee vlakken tegen elkaar werken, scheurt een harde voeg altijd. Die hoeken kit je met een sanitairkit in plaats van ze te voegen. Er bestaan flexibele voegmiddelen, maar dan doe je het hele vlak daarmee en niet alleen de hoeken.

Stelspecie is halfdroge zandcement en gebruik je om iets op hoogte te leggen: een band, een putrand, een kolom of een stalen latei. Een latei leg je in een bed van specie zodat hij over de volle breedte draagt en niet op twee hoge punten balanceert. Dat speciebed dicht meteen de holte af, wat scheelt in wateroverlast en in tocht langs het kozijn.

Ook onder de eerste laag van een muur is stelspecie het gereedschap waarmee je hoogteverschil wegwerkt. Je legt de eerste steen of het eerste blok in een dikker bed en past de hoogte daarin aan. Bij een gemetselde muur op een fundering of bij het inzetten van een betonpaal voor een schutting begint alles met die eerste laag waterpas te krijgen.

ToepassingConsistentieWaar je op let
Voegen van metselwerkHalfdroog, kruimeligMetselwerk duimvast laten worden, voeg goed aandrukken met de voegspijker
Voegen van tegelsSmeuïg, volgens de verpakkingInwendige hoeken niet voegen maar kitten
Eerste laag stenen of blokken stellenStijf tot halfdroogDikker bed aanhouden, hoogte daarin corrigeren
Stalen latei inleggenHalfdroog, goed aandrukkenVolle oplegging aan beide zijden, holte volledig dichten
Gipsblokken zettenAlleen de onderste laag in specieVerder werken met gipslijm, geen mortel op cementbasis
Afschot in een douchevloerAardvochtig zandcementRond de afvoer voldoende dikte houden, kimband rondom aanbrengen

Betonspecie in een mal of bekisting

Wie zelf tegels, poeren of siermuurtjes giet, komt bij betonspecie uit. Hier gelden andere regels dan bij metselspecie, want het eindresultaat wordt gezien en gedragen. Maak de specie behoorlijk droog aan, met net genoeg water om hem te kunnen verwerken. Overtollig water verdampt later en laat poriën achter die je aan het oppervlak terugziet als putjes.

Verdicht de specie in de mal in plaats van hem uit te laten vloeien. Stampen met een lat, tikken tegen de bekisting of werken met een trilnaald drijft de lucht eruit. Dat verdichten doet meer voor de dichtheid en de sterkte dan een extra scheut water ooit kan doen. Voor een vloer of pad die je in lagen aanstampt in plaats van giet, is stampbeton met de bijbehorende werkwijze het onderwerp waar je verder leest.

Wapening vraagt aandacht bij dun werk. Gewoon betonstaal moet aan alle kanten minstens twee tot drie centimeter dekking hebben, anders roest het en drukt het de betonlaag eraf. Past dat niet in de dikte die je wilt, gebruik dan verzinkt of roestvast staal, of meng vezelversterking door de specie. Een vezelversterkte gietmortel kost meer per zak, maar is voor kleine elementen buiten het minst gedoe.

Kleurstof en waterafstotende toevoegingen kun je meemengen. Zo'n waterdichtmiddel maakt de specie meteen ook wat beter verwerkbaar, wat handig is bij een droog mengsel. Reken bij het bestellen met de gewichten en volumes van beton per kuub, want een mal die weinig lijkt lopen er verrassend veel zakken in.

Zo maak je een kuip metselspecie aan

Deze werkwijze geldt voor een kuip metselspecie, en met andere verhoudingen ook voor beton en zandcement.

  1. Bepaal eerst welke specie je nodig hebt

    Kies aan de hand van de belasting: bakstenen krijgen een smeuïge specie met kalk, zware betonblokken een stijve specie zonder kalk, en werk bij en onder maaiveld trascement. Deze keuze maak je vooraf, want halverwege je muur van soort wisselen geeft zichtbaar kleurverschil in de voegen.

  2. Maak de stenen een dag van tevoren nat

    Sproei poreuze stenen ruim af met een tuinslang en laat ze daarna aan de buitenkant weer opdrogen. Een verzadigde steen trekt het aanmaakwater niet uit je specie, waardoor het cement de tijd krijgt om te verharden. Dit is de stap die het verschil maakt tussen hechting en een poederige laag.

  3. Meet je delen af in volume

    Gebruik één emmer als maat en schep hem telkens even vol en afgestreken. Voor bakstenen houd je één deel cement, één deel kalk en zes delen metselzand aan. Werken op kilo's of op gevoel geeft van kuip tot kuip verschil, en dat zie je terug in kleur en sterkte.

  4. Water eerst, dan zand, dan cement

    Doe ongeveer driekwart van het water in de kuip of de molen voordat het droge materiaal erin gaat. Cement dat op een droge bodem valt, klontert tot balletjes met een droge kern die nooit meer meemengen. Die klonten worden later zwakke plekken in je voeg.

  5. Meng door tot de kleur egaal is

    Meng met een zware boormachine met roergarde of in de betonmolen, en ga daarna nog een minuut door. Voeg het laatste water met een bekertje toe in plaats van met de emmer. Egale kleur betekent dat het cement overal zit, en vlekkerig betekent dat er zachte plekken tussen harde komen.

  6. Test de specie met twee stenen

    Leg een steen in de specie, druk hem aan en til hem na een minuut op: de specie hoort ongeveer half aan beide stenen te blijven zitten. Doe daarna een tweede proef en til na tien minuten op. Blijft de onderste steen hangen, dan klopt je mengsel en kun je aan het echte werk beginnen.

  7. Verwerk binnen anderhalf tot twee uur

    Roer de kuip tussendoor even door zonder water toe te voegen. Wordt de specie stroef en bros, dan is de binding begonnen en gooi je de rest weg. Water bijgieten maakt hem weer smeerbaar, maar de sterkte is dan al verloren en dat zie je pas terug als de muur na een winter gaat rafelen.

  8. Dek het verse werk af

    Leg folie of een dekkleed over vers metselwerk en verse vloeren, tegen regen, zon en wind. Bij warm weer sproei je de eerste dagen licht na. Specie die uitdroogt wordt niet hard, en bij vorst in de eerste dagen na het metselen is de voeg na de dooi weg te vegen.

Betoncalculator

Van kuub naar zakken, kruiwagens en emmers, met de mengverhouding erbij. Open de volledige betoncalculator

Controleer dit voordat je de eerste steen legt

Uit de praktijk

Dit kwamen we tegen

Een dekvloer bijwerken met cement uit een zak

Na het weghalen van een tegelvloer waren met de lijm op tal van plekken stukken van de ondervloer meegekomen. Het reliëf dat overbleef werd aangevuld met zakken van 25 kilo met de omschrijving basismateriaal voor beton, zandcement en metselspecie. In de diepe gaten hield dat zich, maar bij de ondiepe beschadigingen brak alles wat naar nul werd uitgestreken binnen een dag weer los.

Twee dingen speelden er tegelijk. De vloer was geen beton maar een zandcement dekvloer, en die zuigt het water uit een verse laag weg. En zandcement heeft een minimale laagdikte nodig: naar nul uitlopen op een gezonde vloer werkt niet, hoe netjes je ook strijkt.

De aanpak die het wel oploste: de vloer stofvrij borstelen en stofzuigen, een hechtprimer aanbrengen, de diepe gaten dichten met reparatiemortel en de rest van het vlak egaliseren met een egalisatiemiddel dat op nul mag uitlopen. Daarna kon de vochtwerende laag met de ondervloer en het laminaat erop.

Dit kwamen we tegen

Specie op gevoel aangemaakt en de steen viel eraf

Bij het oefenen met wat oude bakstenen uit de tuin ging de eerste poging mis omdat de stenen kurkdroog waren: geen hechting, poeder onder de steen. De tweede poging met een dag vooraf natgemaakte stenen en specie volgens de verhouding op de zak leverde precies wat je wilt zien. Bij de tienminutentest bleef de onderste steen keurig hangen.

Toch voelde die specie wat vloeibaar aan vergeleken met wat je op filmpjes ziet, dus werd de derde partij op gevoel een stuk dikker aangemaakt. Er werd minder geknoeid, het werkte prettiger, en de hechting was weg. De steen liet los bij de tienminutentest.

Wat hier gebeurde: in een stijvere specie zit minder water dan het cement nodig heeft om de volle hechting op te bouwen, zeker in combinatie met stenen die alsnog wat vocht opnemen. Het gevoel dat dikkere specie beter is, klopt alleen bij zware blokken die anders wegzakken. Bij bakstenen is de verhouding op de zak het uitgangspunt en de tienminutentest de scheidsrechter, niet het gevoel bij het smeren.

Dit kwamen we tegen

Betonblokken die dwars door de voeg zakten

Voor een muur van betonblokken werd eerst een proefstukje gemetseld. De specie was aangemaakt precies volgens de zak: 25 kilo mortel met kalk en ruim drie liter water. Het resultaat was een smeuïg mengsel dat prima op de troffel bleef staan, maar de blokken van rond de twaalf kilo zakten er dwars doorheen. Wat overbleef was een voeg van een paar millimeter.

De kalk was hier het probleem. Kalk maakt specie smeuïg en houdt het vocht vast, en dat is precies wat je wilt bij lichte bakstenen. Onder het gewicht van een betonblok blijft er van zo'n mengsel niets staan, en langzamer mengen verandert daar niets aan.

Bij de tweede opzet werd metselspecie zonder kalk gebruikt, stijver aangemaakt, met een legvoeg van bijna twintig millimeter. Het blok werd er in één keer op gelegd, aangedrukt tot de gewenste hoogte en daarna niet meer bewogen. Bij een blok van rond de twintig kilo is nog stijver werken nodig, en dan is verlijmen met blokkenlijm vaak de rustiger weg.

Dit kwamen we tegen

Een gefreesde sleuf die met raapspecie niet glad wilde worden

Na het frezen van leidingsleuven in een binnenmuur werd de sleuf dichtgesmeerd met metselspecie. Dat is inhoudelijk een prima keuze: het wordt harder dan een gipsproduct en het valt in brokken op de grond die je zo opveegt, in plaats van dat je een plakkerige troep krijgt.

De verwerking bleek het struikelblok. De ene kuip was te droog en wilde niet in de sleuf blijven plakken, de volgende was net te nat en zakte er weer uit. Glad strijken lukte niet en het oppervlak bleef korrelig, waardoor de plek onder het behang zichtbaar zou blijven.

De werkwijze die uiteindelijk goed uitpakte, is de tweetrapsaanpak die stukadoors zelf ook gebruiken: de sleuf tot net onder het muurvlak vullen met metselspecie, en de laatste millimeters afwerken met een dun laagje gips. Dat gips hecht vergevingsgezind, laat zich na een uur nog eens vochtig gladstrijken en hoeft daarna niet meer wit gemaakt te worden.

Veelgemaakte fouten

Cement puur aanmaken zonder zand

Een zak cement is een bindmiddel en geen kant-en-klare mortel. Puur aangemaakt krimpt het sterk, scheurt het in een fijn net van haarscheurtjes en laat het op glad beton los. Het zand vangt de krimp op en geeft de massa zijn volume, dus dat hoort er altijd bij.

Een scheut water erbij omdat het lekkerder smeert

Water dat niet nodig is voor de verharding verdampt later en laat een porie achter. Elke extra liter kost dus sterkte en maakt het eindresultaat poreuzer. Wil je een smeuïger mengsel zonder water, voeg dan kalk toe of gebruik een mortel waar al kalk in zit.

Metselen op kurkdroge stenen

Een droge, poreuze steen zuigt het aanmaakwater in seconden uit de specie. Het cement kan dan niet meer verharden en wat achterblijft is een poederlaag die je met je vinger wegveegt. Bevochtig poreuze stenen een dag vooraf en laat het oppervlak weer opdrogen.

Kalkhoudende specie onder zware blokken

Kalk maakt specie smeuïg, en dat is precies verkeerd zodra er een blok van twaalf kilo of meer op komt. Het blok zakt door de voeg heen en er blijft bijna niets tussen. Gebruik hier metselspecie zonder kalk, stijver aangemaakt, met een dikker legbed.

Aangebonden specie opnieuw met water aanlengen

Specie die na twee uur stug wordt, is niet uitgedroogd maar begonnen met binden. Water erbij maakt hem weer smeerbaar, maar breekt de kristallen die al gevormd zijn. Het resultaat oogt normaal en gaat een paar winters mee, en rafelt daarna van de voegen af.

Vers werk laten uitdrogen in zon en wind

Snel droog is bij specie geen goed nieuws. De verharding heeft water nodig, dus een muur die in de volle zon in een dag kurkdroog wordt, blijft zwak en zanderig. Afdekken met folie of een dekkleed en bij hitte licht nasproeien lost dit op.

Vers metselwerk laten bevriezen

Water zet uit als het bevriest en duwt de nog zwakke structuur uit elkaar. Na de dooi veeg je de voeg met je duim weg. Onder vijf graden verhardt de specie al nauwelijks, dus bij aangekondigde nachtvorst is vers werk afdekken het minimum en uitstellen de betere keuze.

Zandcement dun uitstrijken op een oude vloer

Zandcement heeft een minimale laagdikte nodig en breekt af waar je het naar nul uitloopt. Voor het wegwerken van ondiepe beschadigingen neem je reparatiemortel of egalisatiemiddel, op een stofvrije ondergrond met hechtprimer.

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen specie, mortel en beton?

Specie en mortel zijn in de praktijk hetzelfde: een mengsel van zand, cement en water. Beton is een mengsel van zand, cement, water én grind, en die grove korrel maakt het geschikt voor constructies zoals funderingen, poeren en balken. Zandcement zonder grind haalt die sterkte niet en gebruik je voor dekvloeren en vullingen. Een zak met alleen cement erin is geen van beide: dat is het bindmiddel waar je nog zand of grind bij moet mengen.

Wat is de juiste specie verhouding voor metselen?

Voor bakstenen is één deel cement, één deel kalk en zes delen metselzand een beproefde vuistregel. Voor betonblokken en ander zwaar materiaal laat je de kalk weg en werk je met één deel cement op vier delen metselzand, stijver aangemaakt. Voor metselwerk bij en onder maaiveld gebruik je trascement in dezelfde verhouding. Meet de delen af in volume met steeds dezelfde emmer, want een verschil in mengsel per kuip zie je later terug in kleurverschil tussen de voegen. Staat er op een zak fabrieksmortel iets anders, houd dan die opgave aan.

Hoe lang moet specie drogen?

Specie droogt niet maar verhardt door een reactie tussen cement en water, en die reactie gaat gewoon door in een vochtige omgeving. Na ongeveer 24 uur is de specie zover dat je voorzichtig verder kunt werken, na een week zit er zo'n zeventig procent van de sterkte in, en de eindsterkte staat er na 28 dagen. Dek vers werk de eerste dagen af tegen zon, wind en regen. Uitdrogen maakt specie namelijk niet sneller hard maar juist blijvend zwak en zanderig.

Hoeveel water gaat er in een zak specie van 25 kilo?

Bij de meeste kant-en-klare metselmortels ligt dat rond de drie liter per zak van 25 kilo, en de precieze hoeveelheid staat op de verpakking. Neem dat als startpunt en houd het laatste halve liter achter de hand, want vochtig zand en een vochtige kuip brengen zelf al water mee. Voeg dat restje met een bekertje toe en niet met de emmer: het verschil tussen goed en te nat is bij specie maar een paar deciliter breed.

Moet er kalk in de metselspecie?

Dat hangt af van wat je metselt. Kalk maakt de specie smeuïg en houdt het vocht langer vast, waardoor hij prettiger smeert en minder snel uitdroogt tegen een poreuze baksteen. Bij zware betonblokken werkt precies die eigenschap tegen je, want dan zakt het blok door de voeg heen. Voor bakstenen is kalk dus een aanrader, voor betonblokken laat je hem weg. Rustiger mengen verandert daar niets aan, want het zit in de samenstelling.

Kun je gefreesde sleuven dichtmaken met metselspecie?

Dat kan en het wordt bij goede verwerking harder dan een gipsproduct. Het lastige is de verwerking: raapspecie is de ene keer te droog om te blijven plakken en de andere keer zo nat dat hij eruit zakt, en glad strijken vraagt oefening. De werkwijze die het beste uitpakt is de sleuf tot net onder het muurvlak vullen met specie en de laatste millimeters afwerken met een dun laagje gips. Dat gips laat zich makkelijk glad krijgen en blijft daarna onzichtbaar onder verf of behang.

Moet je stenen nat maken voordat je gaat metselen?

Bij poreuze bakstenen wel. Een droge steen zuigt het aanmaakwater in seconden uit de specie, waardoor het cement niet meer kan verharden en er een poederige laag onder de steen achterblijft. Sproei de stenen daarom een dag vooraf ruim af en laat de buitenkant daarna weer opdrogen. Je wilt een steen die vanbinnen verzadigd is en vanbuiten mat aanvoelt. Glimt de steen nog van het water, dan drijft de specie en schuift je laag weg.

Mag je metselen bij vorst?

Onder vijf graden verhardt specie zo traag dat er dagenlang bijna niets gebeurt. Dat is op zichzelf niet schadelijk voor het eindresultaat zolang het niet vriest. Bevriest verse specie wel, dan zet het water uit en duwt het de structuur uit elkaar, en na de dooi veeg je de voeg met je duim weg. Na een paar dagen verharding kan het werk een vorstnacht doorstaan. Dek vers werk af bij koude wind en gebruik geen zout of antivries, want dat tast wapening aan.

Waarom hecht mijn specie niet op de oude betonvloer?

Meestal spelen er twee dingen. De oude vloer is stoffig en glad, en hij zuigt het water uit je verse laag voordat het cement kan verharden. Borstel en zuig de ondergrond daarom eerst schoon en breng een hechtprimer of hechtemulsie aan. Het tweede punt is laagdikte: zandcement heeft minimaal ongeveer een centimeter nodig en breekt af waar je het naar nul uitstrijkt. Voor ondiepe plekken neem je reparatiemortel of egalisatiemiddel dat wel op nul mag uitlopen.

Hoeveel specie heb ik nodig per vierkante meter metselwerk?

Voor halfsteens metselwerk in waalformaat met voegen van twaalf millimeter reken je grofweg op vijfendertig tot veertig liter specie per vierkante meter, wat neerkomt op ongeveer twee zakken kant-en-klare mortel van 25 kilo. Bij betonblokken met dikkere legvoegen ligt dat hoger. Tel er tien procent bij op voor knoeien en voor de restjes onder in de kuip. Voor beton, zand en grind reken je het volume en het aantal kruiwagens door met de rekenhulp voor beton en kuubs.

Hoe lang moet een specievloer in de douche drogen voordat ik kan tegelen?

Een verse zandcement douchevloer kun je na ongeveer 24 uur betegelen. De vloer draagt dan het gewicht van lijm en tegels zonder te vervormen, terwijl de verharding daaronder gewoon doorgaat. Breng rondom de afvoer kimband aan voordat je gaat tegelen, want daar zit de minste dikte en dus de zwakste plek. Klop de dag na het tegelen even op de tegels: zitten ze vast en geven ze geen kant meer op, dan kun je voegen. Een specievloer werkt als een spons, dus een lekkage bij de afvoer meld je pas laat en dan is de schade groot.

Waarom is mijn zelfgegoten betonelement poreus geworden?

Bijna altijd door te veel aanmaakwater. Dat overtollige water verdampt tijdens en na de verharding en laat op elke plek een porie achter, die je aan het oppervlak terugziet als putjes. Betonspecie voor een mal maak je juist droog aan, met net genoeg water om hem te kunnen verwerken. Verdicht de massa vervolgens door te stampen, tegen de bekisting te tikken of een trilnaald te gebruiken. Dat verdichten doet meer voor de dichtheid dan een extra scheut water, hoe veel makkelijker die ook werkt.

Wanneer je beter een vakman belt

Specie aanmaken en verwerken is zelf goed te doen, maar er zijn een paar grenzen waar het van klussen naar constructie omslaat. Loopt er belasting over jouw werk, dan is de vraag niet meer of het mooi wordt maar of het houdt.

Bij een dragende muur, een balk of een latei boven een grotere opening hoort een berekening van de oplegging en de wapening, en die haal je niet uit een vuistregel over verhoudingen. Datzelfde geldt voor een fundering onder een aanbouw en voor keerwanden die grond tegenhouden. Een constructeur rekent dat door en de gemeente vraagt er bij een vergunning ook om.

Bel ook wanneer je een muur koud tegen een bestaande gevel wilt zetten of een sleuf wilt frezen in iets wat mogelijk draagt. Dieper frezen dan is toegestaan verzwakt de muur zonder dat je er iets van ziet, en een muur die zonder ankers of dilatatie tegen een gevel staat, scheurt bij de eerste zetting los. Wat er in en achter zo'n muur zit, staat beschreven in onze pagina's over constructie en draagkracht in huis.

Werk je hoger dan een meter of twee met kuipen specie en zware blokken, huur dan een rolsteiger in plaats van te improviseren met een ladder. Een kuip specie op een trapje is de klassieke manier om van een klus een ziekenhuisbezoek te maken.

Verder lezen over dit onderwerp

diy-gids.nl BETON & CONSTRUCTIE Metselen
Beton & constructie

Metselen

diy-gids.nl BETON & CONSTRUCTIE Sleuvenfrees beton
Beton & constructie

Sleuvenfrees beton