Krimpvrije mortel: kiezen, aanmaken en zonder holtes ondergieten
Krimpvrije mortel is fabrieksmatig samengestelde cementmortel met een expansiecomponent, die het volumeverlies tijdens het verharden compenseert. Je gebruikt hem overal waar de vulling contact moet houden met twee vlakken: onder een stalen voetplaat, rond een draadeind in beton, onder een prefab element of in een sparing die dicht moet. Twee dingen bepalen of het lukt: de exacte hoeveelheid water van de zak, en een mat-vochtige, stofvrije ondergrond. Een scheut extra water maakt het gieten makkelijker en kost je een flink deel van de eindsterkte.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Boormachine of menger met spiraalgarde, toerental tot ongeveer 500 per minuut
- Metselkuip of mortelbak van minstens 40 liter
- Maatbeker of emmer met literstreepjes
- Weegschaal of hele zakken, zodat je niet hoeft te schatten
- Gietbak of trechter met een tuit
- Stuk ketting of een dunne staaldraad om de mortel onder de plaat door te trekken
- Bekistingsplaat, latten, schroeven en kit om de mal dicht te zetten
- Stofzuiger en een blaasbalgje of compressor voor boorgaten
- Ruwe borstel, beitel of naaldhamer om de cementhuid weg te halen
- Plantenspuit en bouwfolie voor het nahouden
Materiaal
- Krimpvrije giet- of ankermortel in zakken van 25 kg
- Schoon leidingwater
- Rond grind 4 tot 8 mm als toeslag bij dikke lagen, alleen als de zak dat toestaat
- Kit of pur om de bekisting waterdicht af te zetten
- Bouwfolie of een jutedoek voor de nabehandeling
Wat krimpvrije mortel is, en wat de naam verzwijgt
Krimpvrije mortel is een kant-en-klare droge mortel van cement, gegradeerd zand en hulpstoffen, waaraan alleen water toegevoegd hoeft te worden. Het verschil met de specie die je zelf aanmaakt van zand en cement zit in die hulpstoffen: een expansiecomponent die de mortel tijdens het verharden iets laat uitzetten, en een vloeimiddel waardoor hij vloeibaar blijft bij weinig water. De rest van de familie vind je in ons overzicht over beton mengen, storten en metselen.
De naam is strikt genomen te mooi. Geen enkele cementgebonden mortel krimpt nul. Wat er gebeurt, is dat de mortel in de eerste uren een klein beetje uitzet en daarna de normale krimp doorloopt, zodat het saldo rond nul uitkomt of licht positief blijft. Vaktaal spreekt daarom liever van krimpgecompenseerde mortel.
Dat kleine verschil bepaalt waar je hem voor inzet. Overal waar de vulling na het verharden nog contact moet maken met twee vlakken tegelijk, is gewone mortel ongeschikt: hij trekt los van het bovenvlak en er blijft een spleet van een halve millimeter over. Onder een stalen voetplaat betekent zo'n spleet dat de last niet meer over het hele oppervlak wordt afgedragen maar via een paar contactpunten.
Waarom gewone mortel krimpt en deze niet
Krimp in mortel komt uit drie hoeken, en ze werken op verschillende momenten. Plastische krimp treedt op in het eerste uur, als het water uit het nog weke oppervlak verdampt sneller dan het van onderaf wordt aangevoerd. Chemische krimp zit in de cementreactie zelf: het reactieproduct neemt minder ruimte in dan cement en water samen. Droogkrimp komt daarna, weken lang, doordat overtollig aanmaakwater het materiaal verlaat.
Aan die laatste heb je zelf de meeste invloed. Water dat niet nodig is voor de cementreactie verdwijnt later en laat poriën achter, en dat is precies het volume dat krimpt. Een mortel met veel water krimpt daardoor meer en wordt zwakker, zonder dat je dat op het moment van gieten ziet.
De expansiecomponent in krimpvrije mortel duwt daar in de eerste uren tegenin, meestal met een reactie die een minieme volumetoename geeft terwijl de mortel nog plastisch is. Die uitzetting kan alleen zijn werk doen als de mortel opgesloten zit tussen twee vlakken of in een gesloten bekisting. Giet je hem in de open lucht op een vloer, dan zet hij gewoon uit in de vrije richting en houd je er niets van over.
De expansie werkt alleen bij voldoende water in het materiaal. Een mortel die in twee dagen kurkdroog waait, stopt met hydrateren en verhardt niet door. Wat je overhoudt is een laag die zandt, scheurtjes trekt en veel minder sterk is dan de zak belooft. Afdekken en nathouden is bij dit soort mortel geen extra zorg maar onderdeel van de verwerking.
Kiezen tussen gietmortel, ankermortel, snelcement en een chemisch anker
In het schap staan vier producten die op elkaar lijken en heel verschillende dingen doen. Gietmortel is vloeibaar en bedoeld voor grotere volumes tussen twee vlakken. Ankermortel is fijner van korrel en bedoeld voor boorgaten en kleine sparingen. Snelcement bindt binnen minuten af en is bedoeld om iets snel op zijn plaats te zetten, niet om last af te dragen. Een chemisch anker is geen mortel maar een tweecomponentenhars in een koker.
De keuze hangt af van de spleetbreedte en van wat er straks aan hangt. Onder de tien millimeter komt een gietmortel met korrel tot vier millimeter niet meer overal, en pak je een fijne ankermortel of een hars. Boven de vijftig à zestig millimeter wordt de laag zo dik dat de warmte van de cementreactie er niet uit kan, en dan schrijft de zak meestal voor dat je toeslag toevoegt.
| Wat je wilt doen | Wat daarbij past | Waar je op moet letten |
|---|---|---|
| Stalen voetplaat van een kolom ondergieten, spleet 15 tot 50 mm | Krimpvrije gietmortel, korrel 0 tot 4 mm, vloeibaar aangemaakt | Van één zijde gieten, giethoogte aanhouden, niet trillen met een naald |
| Spleet van 5 tot 15 mm onder een plaat of een dorpel | Fijne krimpvrije ankermortel of gietmortel met korrel tot 1 mm | Grovere korrel loopt niet door zo'n spleet en laat holtes achter |
| Draadeind of ankerstaaf in een boorgat in beton zetten | Krimpvrije ankermortel, of een chemisch anker bij weinig ruimte | Gat blazen tot het stofvrij is, mortel van onderaf inbrengen |
| Leuningpaal of hekwerkpaal in een uitsparing in beton stellen | Krimpvrije gietmortel, met een houten wig om de paal te stellen | Uitsparing minstens twee keer zo breed als de paal, anders kun je niet vullen |
| Sparing of doorvoergat in een betonwand dichtzetten | Krimpvrije gietmortel, bij dikke lagen met toeslag erbij | Beide zijden bekisten, hoogste punt met een ontluchting |
| Uitgebroken hoek of afgebrokkeld beton herstellen | Krimparme reparatiemortel, aan te brengen met een spaan | Andere consistentie dan gietmortel, blijft staan op een verticaal vlak |
| Schuttingpaal of vlaggenmast snel vastzetten in de grond | Snelcement of gewoon beton, geen krimpvrije mortel | Snelcement bindt binnen minuten, je kunt niets meer bijstellen |
| Machinevoet of pomp stellen en daarna ondergieten | Krimpvrije gietmortel met stelbouten of stelplaatjes | Eerst uitlijnen en pas daarna gieten, nooit andersom |
Weet je niet of de spleet overal even hoog is, meet dan op vier plekken met een spie of een setje voelermaten. De kleinste maat bepaalt welke korrelgrootte je nodig hebt, niet de gemiddelde.
Krimpvrije mortel bij Praxis en Karwei: waar je in het schap op let
Bij Praxis en Karwei staat dit spul vaak niet onder de naam krimpvrije mortel, maar als gietmortel, ankermortel of stelmortel. De zakken zijn meestal 25 kg. Kijk dus niet naar de naam op de voorkant maar naar de achterkant, want daar staat wat het product werkelijk kan.
Drie dingen op de verpakking zeggen genoeg. De korrelgrootte vertelt of hij door jouw spleet loopt. De opgegeven laagdikte per gang vertelt of je in één keer klaar bent of moet opbouwen. En de aanduiding volgens de Europese reeks voor betonreparatie zegt waar hij voor bedoeld is: de code voor verankeringsproducten hoort bij mortel die wapening of ankerstaven in beton vastzet, en een reparatiemortel in de hoogste sterkteklasse is bedoeld voor constructief herstel.
Waar je op moet doorvragen is de druksterkte na 28 dagen en de expansie-eigenschap. Een mortel die alleen "krimparm" heet, hoeft geen expansiecomponent te bevatten. Voor een schutting- of tuintoepassing maakt dat weinig uit, voor een ondergieting die last draagt wel. Staat het niet op de zak, dan staat het in het technisch informatieblad dat de fabrikant online zet.
Reken voor de zekerheid vooraf uit hoeveel je nodig hebt. Een zak van 25 kg levert ongeveer twaalf tot dertien liter verse mortel op. Het volume van de holte reken je uit met lengte maal breedte maal hoogte, en met onze betoncalculator voor volume en aantal zakken zet je kubieke meters snel om naar zakken. Neem daar tien procent bij, want een halve zak tekortkomen midden in een gieting kost je de hele klus.
Water is de knop waar alles aan hangt
Bij deze mortel is de watermarge klein, en dat is met opzet. De fabrikant heeft de korrelopbouw, het vloeimiddel en de expansiecomponent op elkaar afgestemd binnen een bandbreedte die op de zak staat, meestal in liters per zak van 25 kg. De onderkant van die bandbreedte geeft een stijve mortel voor het stellen, de bovenkant een vloeibare mortel voor het gieten. Daarbuiten gaat het mis.
Een halve liter te veel per zak voelt tijdens het gieten als winst, want de mortel loopt makkelijker. Wat je niet ziet: het overtollige water gaat later weg en laat poriën achter, de druksterkte zakt merkbaar en de mortel gaat toch krimpen. Een deel van het zand zakt bovendien uit, waardoor je bovenin een cementrijke, zwakke laag krijgt en onderin een zandnest.
Meet daarom met een maatbeker en niet met een emmer op gevoel. Doe altijd eerst het water in de kuip en dan het poeder, nooit andersom, anders krijg je droge klonten op de bodem die je er niet meer uit mengt. Meng drie minuten met een spiraalgarde op laag toerental, laat het mengsel twee minuten rusten zodat de lucht eruit komt, en meng daarna nog vijftien seconden kort na.
Water bijvoegen na het mengen kan niet meer. Dat is niet een kwestie van iets minder sterkte, het breekt de opbouw die de mortel net gemaakt heeft. Wordt de mortel te stijf voordat je klaar bent, dan is de partij weg en maak je een nieuwe aan.
| Consistentie | Waar je hem voor gebruikt | Water per zak van 25 kg | Wat je ziet als het klopt |
|---|---|---|---|
| Aardvochtig tot stijf | Stellen van platen, opvullen op een horizontaal vlak | Onderkant van de bandbreedte op de zak | Balt samen in je hand, houdt zijn vorm, glimt niet |
| Plastisch | Reparatie, verticaal aanbrengen met een spaan | Midden van de bandbreedte | Blijft op een verticaal vlak staan zonder af te zakken |
| Vloeibaar | Ondergieten van voetplaten, vullen van sparingen | Bovenkant van de bandbreedte | Loopt uit tot een pannenkoek, laat geen rand water achter |
| Te nat | Nergens goed voor, opnieuw aanmaken | Boven de bandbreedte | Waterrandje aan de zijkant, zand dat naar de bodem zakt |
Meng nooit met een betonmolen als je vloeibaar giet. Een vrijvalmenger slaat lucht in en mengt vloeibare mortel slecht, en het spul blijft tegen de trommelwand hangen. Voor deze mortel gebruik je een dwangmenger of een boormachine met spiraalgarde op maximaal ongeveer vijfhonderd toeren.
De ondergrond bepaalt of hij hecht
Krimpvrije mortel hecht alleen aan schoon, ruw en mat-vochtig beton. Op een gladde, ongeschuurde betonvloer zit een cementhuid van een tiende millimeter die zelf nauwelijks samenhang heeft. Die huid laat later los met jouw mortel eraan vast, en dan zit de fout niet in het product.
Haal die huid weg tot je de bovenste korrels van het grind ziet zitten. Dat kan met een naaldhamer, een ruwe schuurschijf op een haakse slijper of met een beitel. Een sleuvenfrees in beton is voor dit werk te grof, die is bedoeld om leidingsleuven te snijden. Zuig daarna alle stof weg, want stof werkt als een scheidingslaag.
Vervolgens komt het voorbevochtigen, en daar zit een valkuil. Droog beton zuigt het aanmaakwater uit de verse mortel, waardoor de hydratatie op het raakvlak stilvalt en je precies daar een zwakke, poederige laag krijgt. Maak het beton daarom een paar uur van tevoren nat, en zorg dat het op het moment van gieten mat-vochtig is: donker van kleur, maar zonder plassen. Staand water verdunt de onderste laag mortel en dat is even schadelijk als een droge ondergrond.
Metselwerk vraagt dezelfde behandeling maar zuigt harder. Bij metselwerk van baksteen of kalkzandsteen begin je het bevochtigen een dag eerder, want een droge steen trekt een vloeibare mortel binnen een minuut stijf.
Ondergieten zonder lucht eronder
De grootste vijand bij ondergieten is niet de mortel maar de lucht die eronder blijft zitten. Een voetplaat die op vier van de acht vierkante decimeter draagt, houdt het jarenlang uit tot er een keer een echte belasting op komt. Je ziet het van buiten niet, want de rand ziet er gevuld uit.
De oplossing is een gietrichting die de lucht een uitweg geeft. Bekist drie zijden dicht en houd één zijde open als gietzijde. Bouw daar een gietbak op die tien tot vijftien centimeter boven het te vullen niveau uitkomt, zodat de kolom mortel zelf de druk levert die het spul onder de plaat door duwt. Giet in één doorgaande stroom en stop niet halverwege, want een onderbreking geeft een naad die niet meer sluit.
Aan de overzijde zie je wanneer het gelukt is: daar komt de mortel eruit met dezelfde consistentie als waarmee je begon. Komt er eerst schuim of dunne pap uit, dan duwt de mortel nog lucht en water voor zich uit en giet je gewoon door. Helpt de zwaartekracht niet genoeg bij een brede plaat, trek dan een stuk ketting van de gietzijde naar de andere kant en weer terug. Dat is een goede manier om de mortel te helpen zonder hem te ontmengen.
Trillen met een naald doe je hier juist niet. Een trilnaald drijft de grovere korrels naar beneden en de expansiewerking deels uit het mengsel, waardoor je bovenin een slappe laag krijgt. Bij een dikke storting in een mal geldt hetzelfde principe als bij stampbeton in lagen verdichten: de manier van verdichten hoort bij het mengsel, en die twee mengsels vragen tegenovergestelde behandeling.
Boor bij een grote voetplaat vooraf een ontluchtingsgat van tien millimeter in het midden van de plaat. Zodra daar mortel uitkomt in plaats van lucht, weet je dat het midden vol zit. Dat is de enige controle die je op de holte onder de plaat hebt.
Draadeinden en palen verankeren in beton
Voor een ankerstaaf in een boorgat gelden andere maten dan voor een chemisch anker, en dat is de fout die het vaakst gemaakt wordt. Een chemisch anker werkt met een gat dat maar twee tot vier millimeter groter is dan de staaf. Krimpvrije mortel heeft ruimte nodig om te lopen en om zijn korrel kwijt te kunnen, dus daar boor je bewust ruimer.
De volgorde is: boren, blazen, borstelen, opnieuw blazen. Boorstof dat in het gat achterblijft, vormt een laag tussen mortel en beton die de hele hechting kost. Maak het gat daarna nat en zuig het overtollige water er met een dun slangetje of een spuitje weer uit. Vul van onderaf, met een trechtertje of een spuit met een slangetje, en trek dat slangetje langzaam omhoog terwijl je vult. Van bovenaf inschenken sluit lucht in.
Zet de staaf er draaiend in in plaats van hem erin te duwen. Draaien verdeelt de mortel rond de schroefdraad, duwen perst hem er aan één kant uit. Stel de staaf daarna waterpas en laat hem met rust, want elke beweging in de eerste uren breekt de hechting die net op gang komt.
| Staaf of paal | Gatdiameter bij mortel | Verankeringsdiepte in beton | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Draadeind M8 | Ongeveer 20 mm | 80 tot 120 mm | Kleine gaten zijn lastig te vullen, hars is hier vaak makkelijker |
| Draadeind M10 | Ongeveer 22 mm | 100 tot 150 mm | Fijne ankermortel gebruiken, korrel tot 1 mm |
| Draadeind M12 | Ongeveer 25 mm | 120 tot 180 mm | Van onderaf vullen, staaf draaiend inbrengen |
| Draadeind M16 | Ongeveer 30 mm | 160 tot 240 mm | Gat blazen tot er geen stof meer uitkomt |
| Wapeningsstaaf 10 tot 12 mm | Diameter plus 15 tot 20 mm | Volgens berekening, doorgaans veel dieper | Constructieve verankering hoort bij een constructeur |
| Massieve leuningpaal 40 mm | Uitsparing 90 tot 110 mm | Minimaal 150 mm, dieper bij een hoge leuning | Paal stellen met houten wiggen, pas daarna volgieten |
| Vierkante hekwerkpaal 60 mm | Uitsparing 120 tot 140 mm | Minimaal 200 mm | Rondom minstens 25 mm mortel, anders barst de rand uit |
Boor niet te dicht bij de rand van een betonelement. Bij minder dan ongeveer vijf keer de gatdiameter tot de rand kan het beton bij belasting een kegel uitbreken, ook als de mortel zelf perfect zit. Bij een balustrade of leuning aan een balkonrand is dat een echte veiligheidskwestie en geen detail.
Uitharden, nahouden en werken bij kou of hitte
Krimpvrije mortel droogt niet, hij verhardt door een reactie met water. Dat onderscheid bepaalt hoe je hem behandelt: je wilt het water juist binnenhouden in plaats van eruit laten. Dek een gietvlak daarom af met folie zodra het oppervlak niet meer glimt, of leg er een vochtige jutedoek op, en houd dat drie dagen vol.
Temperatuur verandert alles aan het tempo. Bij vijf graden loopt de reactie ongeveer half zo snel als bij twintig graden, en onder de vijf graden valt hij vrijwel stil. Verse mortel die bevriest voordat hij ongeveer vijf newton per vierkante millimeter heeft bereikt, is definitief beschadigd: het water zet uit en breekt de structuur van binnenuit. Bij dertig graden gaat het juist te hard en heb je nog maar tien tot vijftien minuten verwerkingstijd.
De sterkte-opbouw volgt daarna een vaste lijn. Na een dag kun je meestal ontkisten, na een week staat er grofweg zeventig procent van de eindsterkte en na vier weken is de mortel op sterkte. Wachten met belasten is geen overdreven voorzichtigheid: de hechting op het raakvlak met het oude beton loopt achter op de sterkte van de mortel zelf.
| Moment na het gieten | Bij 20 graden | Bij 5 tot 10 graden | Wat je dan kunt doen |
|---|---|---|---|
| Verwerkingstijd in de kuip | 20 tot 30 minuten | 40 tot 60 minuten | Alleen gieten, niets meer bijmengen |
| Begin van de verharding | 2 tot 4 uur | 6 tot 10 uur | Afdekken met folie, niet meer aanraken |
| Ontkisten | Na 24 uur | Na 2 tot 3 dagen | Bekisting weg, nahouden blijft doorgaan |
| Licht belastbaar | Na 3 dagen | Na 5 tot 7 dagen | Stelbouten losdraaien, tijdelijke stempels weg |
| Ongeveer 70 procent van de sterkte | Na 7 dagen | Na 2 weken | Normale werkzaamheden eromheen |
| Op eindsterkte | Na 28 dagen | Na 6 weken of langer | Volle constructieve belasting, na goedkeuring |
Giet bij warm weer vroeg in de ochtend en bij koud weer rond het middaguur. Bewaar de zakken en het aanmaakwater in een ruimte van ongeveer twintig graden, want de temperatuur van het mengsel zelf telt zwaarder dan die van de lucht eromheen.
Zo giet je een voetplaat of een sparing onder
Deze volgorde werkt voor een stalen voetplaat, een prefab element en een uitsparing rond een paal, met kleine aanpassingen per situatie.
-
Meet de spleet en kies de korrel
Meet de hoogte van de holte op vier plekken, en houd de kleinste maat aan. Onder de tien millimeter neem je een fijne ankermortel, daarboven een gietmortel met korrel tot vier millimeter. Reken het volume uit en tel er tien procent bij op, zodat je niet halverwege zonder komt te zitten.
-
Maak de ondergrond ruw en stofvrij
Haal de cementhuid van het beton tot je de bovenste grindkorrels ziet, met een naaldhamer of een ruwe schijf. Zuig alles daarna schoon en verwijder olie of vet met een ontvetter. Een ondergrond die vet of stoffig is, geeft een hechting die er wel uitziet maar geen kracht overdraagt.
-
Bekist drie zijden en bouw de gietbak
Zet de bekisting waterdicht af met kit of pur, want vloeibare mortel vindt elke naad. Houd één zijde open als gietzijde en bouw daar een bak of trechter op die tien tot vijftien centimeter boven het te vullen niveau uitkomt. Die hoogte levert de druk die de mortel onder de plaat door duwt.
-
Bevochtig het beton tot het mat-vochtig is
Maak het beton enkele uren van tevoren nat, en herhaal dat kort voor het gieten. Het moet donker van kleur zijn zonder plassen. Bij zuigend metselwerk begin je een dag eerder, want een droge steen trekt de mortel binnen een minuut stijf.
-
Meng met de exacte hoeveelheid water
Doe eerst het afgemeten water in de kuip en voeg dan het poeder toe. Meng drie minuten met een spiraalgarde op laag toerental, laat het twee minuten staan en meng kort na. Maak niet meer aan dan je binnen twintig minuten kunt vergieten.
-
Giet vanaf één zijde in één doorgaande stroom
Blijf gieten tot de mortel er aan de overzijde met dezelfde consistentie uitkomt. Stop niet halverwege om een nieuwe partij aan te maken zonder dat er iemand doorgiet, want een onderbreking geeft een naad. Trek zo nodig een ketting heen en weer onder de plaat, maar gebruik geen trilnaald.
-
Werk de randen af en dek meteen af
Snijd de uitgelopen mortel weg zodra hij zijn glans verliest en werk de rand af met een spaan, met een licht aflopend talud zodat water eraf loopt. Leg er daarna folie of een vochtige doek op en houd dat drie dagen vol. Bij vorst dek je ook nog af met isolatiemateriaal.
-
Ontkist en wacht met belasten
Haal de bekisting na een dag weg bij twintig graden, en na twee tot drie dagen bij koud weer. Draai stelbouten pas los als de mortel licht belastbaar is. Volledige belasting van een constructieve verbinding hoort te wachten tot de mortel op sterkte is, en bij dragend werk hoort dat oordeel bij een constructeur.
Betoncalculator
Van kuub naar zakken, kruiwagens en emmers, met de mengverhouding erbij. Open de volledige betoncalculator
Voordat je begint met gieten
Uit de praktijk
Een voetplaat die aan de randen vol lijkt maar in het midden hol is
Mortel die aan alle vier de zijden netjes uit de spleet komt, zegt niets over het midden. Wordt er vanaf twee of drie zijden tegelijk gegoten, dan sluit de mortel de lucht in het midden op en die kan nergens heen. Wat overblijft is een luchtblaas van soms tientallen vierkante centimeters, precies onder het punt waar de kolom zijn last afdraagt.
Het mechanisme is puur logisch: lucht ontsnapt alleen als er één uitweg overblijft. Vandaar dat je drie zijden bekist en de vierde als gietzijde openhoudt, en dat je een ontluchtingsgat in het midden van een grote plaat boort. Zolang daar lucht uitkomt, is het midden niet vol. Een tweede aanwijzing is de consistentie aan de uitloopzijde: dunne pap of schuim betekent dat er nog lucht en water voor de mortel uit wordt geduwd.
Een mortellaag die na een week zandt en poedert aan de onderkant
Een laag die bovenop hard aanvoelt maar op het raakvlak met het oude beton poederig blijft, wijst bijna altijd op een droge ondergrond. Beton dat niet is voorbevochtigd, zuigt het aanmaakwater uit de onderste millimeters van de verse mortel. Daar stopt de cementreactie zonder ooit begonnen te zijn, en juist die laag moet de kracht overdragen.
Hetzelfde beeld ontstaat aan de bovenzijde bij mortel die niet is afgedekt. Wind versnelt de verdamping sterker dan zon, dus een bewolkte, winderige dag is verraderlijker dan een zonnige, stille dag. Wat helpt is het beton uren van tevoren nat maken tot het mat-vochtig is, plassen weghalen voor het gieten, en meteen na het afwerken afdekken en drie dagen vochtig houden.
Een gietmortel die uitzakt en een waterrandje achterlaat
Zie je in de kuip een dun laagje water bovenop het mengsel staan, of loopt er langs de bekisting grijs water weg, dan zit er te veel water in de mortel. Het zand zakt uit naar de bodem en de cementpap drijft omhoog. Onderin krijg je dan een zandnest zonder bindmiddel en bovenin een slappe, cementrijke laag die later scheurtjes trekt.
Dezelfde ontmenging ontstaat door verkeerd verdichten. Een trilnaald in een expansieve gietmortel drijft de grovere korrel naar beneden en haalt de fijne fractie omhoog, terwijl de mortel juist ontworpen is om zichzelf te ontluchten. Meet het water met een maatbeker, houd de bovenkant van de bandbreedte aan als het echt vloeibaar moet, en help de mortel met een ketting in plaats van met trilling.
Veelgemaakte fouten
Een scheut extra water om het gieten makkelijker te maken
Dit is de fout die de meeste sterkte kost en die je op het moment zelf niet ziet. Overtollig water verlaat de mortel weken later en laat poriën achter, waardoor de druksterkte zakt en de mortel alsnog krimpt. De bandbreedte op de zak is geen richtlijn maar een grens.
Water bijvoegen als de mortel in de kuip stijver wordt
Zodra de cementreactie op gang is, breekt bijgevoegd water de structuur die net gevormd is. De mortel wordt weer smeuïg en verhardt daarna tot iets met een fractie van de bedoelde sterkte. Een partij die te stijf wordt, gooi je weg en maak je opnieuw aan.
Gieten op een droge of juist natte betonvloer
Droog beton zuigt het aanmaakwater uit de onderste laag mortel, staand water verdunt diezelfde laag. Beide geven een zwak raakvlak dat er van bovenaf prima uitziet. De juiste toestand is mat-vochtig: donker van kleur, geen plassen, en het beton uren van tevoren natgemaakt.
Vanaf meerdere zijden tegelijk gieten
De lucht onder de plaat moet ergens naartoe. Wordt er van twee kanten gegoten, dan blijft er een blaas in het midden achter en draagt de plaat alleen op zijn randen. Eén gietzijde, drie dichte zijden en een ontluchtingsgat in het midden voorkomen dat.
Verdichten met een trilnaald
Bij gewoon beton verdicht een trilnaald het mengsel, bij een expansieve gietmortel ontmengt hij het. De grove korrel zakt, de fijne fractie komt boven en de expansiewerking verdwijnt deels. Gietmortel ontlucht zichzelf als je hem de tijd en de ruimte geeft.
Snelcement gebruiken waar last op komt
Snelcement bindt binnen minuten af en is prettig om een paal even vast te zetten, maar de sterkte-opbouw en de krimp zijn heel anders dan bij een giet- of ankermortel. Voor een verbinding die kracht moet overdragen is dat het verkeerde product, hoe verleidelijk de wachttijd ook is.
De laagdikte per gang negeren
Een gietmortel die tot vijftig millimeter per gang mag, in één keer honderd millimeter dik storten geeft warmteontwikkeling in het hart en scheuren aan het oppervlak. Bij dikke lagen staat er meestal op de zak dat je rond grind mag toevoegen, en dat is dan geen zuinigheid maar een technische noodzaak.
Ontkisten en meteen belasten
Ontkisten na een dag betekent niet dat de verbinding klaar is. De hechting op het raakvlak met het oude beton loopt achter op de sterkte van de mortel zelf, en die eindsterkte staat er pas na vier weken. Belast tijdelijk zo licht mogelijk en haal stempels pas weg als de mortel dat draagt.
Veelgestelde vragen
Wat is krimpvrije mortel precies?
Het is een fabrieksmatig samengestelde droge mortel van cement, gegradeerd zand en hulpstoffen, waaraan je alleen water toevoegt. Een expansiecomponent laat het mengsel in de eerste uren licht uitzetten, zodat de normale krimp daarna gecompenseerd wordt en de vulling contact houdt met beide vlakken. Volledig krimpvrij is geen enkele cementmortel, daarom spreekt de bouw liever van krimpgecompenseerde mortel.
Verkopen Praxis en Karwei krimpvrije mortel?
Beide bouwmarkten hebben dit type in het schap, maar meestal onder een andere naam: gietmortel, ankermortel of stelmortel, in zakken van 25 kg. Kijk daarom niet naar de naam op de voorkant maar naar de korrelgrootte, de toegestane laagdikte per gang en de opgegeven druksterkte op de achterkant. Staat er alleen "krimparm" en niets over expansie, dan is het waarschijnlijk een reparatiemortel en geen echte gietmortel. Het technisch informatieblad van de fabrikant geeft altijd meer dan de zak.
Wat is het verschil tussen krimpvrije mortel en een chemisch anker?
Een chemisch anker is een tweecomponentenhars in een koker, die je met een pistool in een boorgat spuit dat maar twee tot vier millimeter groter is dan de staaf. Krimpvrije mortel is cementgebonden, heeft veel meer ruimte nodig en is bedoeld voor grotere volumes. Voor een enkel draadeind in beton is hars sneller en makkelijker. Voor een spleet onder een voetplaat, een sparing of een paal in een uitsparing is mortel het aangewezen product, ook omdat hars in die volumes onbetaalbaar wordt.
Hoeveel water gaat er in een zak van 25 kg?
Dat verschilt per product en staat als bandbreedte in liters op de zak. De onderkant geeft een stijve mortel om te stellen, de bovenkant een vloeibare mortel om te gieten. Meet het af met een maatbeker en niet op gevoel, want een halve liter te veel kost merkbaar sterkte en brengt de krimp terug. Doe altijd eerst het water in de kuip en dan het poeder, anders klont het op de bodem.
Hoe dik mag een laag krimpvrije mortel zijn?
Een gangbare gietmortel gaat van ongeveer tien tot vijftig of zestig millimeter per gang. Dunner dan tien millimeter komt de korrel niet meer overal, en dan neem je een fijne ankermortel met korrel tot een millimeter. Dikker dan de opgegeven maat mag meestal wel, maar dan met toeslag van rond grind erbij volgens het technisch blad. Zonder die toeslag ontstaat er te veel warmte in het hart van de laag en krijg je scheuren aan het oppervlak.
Hoe lang moet krimpvrije mortel uitharden voordat ik kan belasten?
Bij twintig graden kun je meestal na een dag ontkisten, na drie dagen licht belasten en staat er na een week grofweg zeventig procent van de eindsterkte. De volle sterkte is er na vier weken. Bij vijf tot tien graden loopt dat ongeveer twee keer zo langzaam. Houd bij een constructieve verbinding de wachttijd aan die de constructeur of de fabrikant noemt en niet het gevoel dat het hard aanvoelt.
Kan ik krimpvrije mortel gebruiken bij vorst?
Onder de vijf graden valt de cementreactie vrijwel stil en dan verhardt de mortel niet door. Verse mortel die bevriest voordat hij ongeveer vijf newton per vierkante millimeter heeft bereikt, is definitief beschadigd, want het bevriezende water breekt de structuur van binnenuit. Kun je niet wachten, verwarm dan het aanmaakwater en de zakken tot kamertemperatuur, dek de gieting af met isolatiemateriaal en houd de temperatuur enkele dagen boven vijf graden.
Kan ik krimpvrije mortel gebruiken voor een schuttingpaal?
Voor een paal die je in de grond zet is het zonde van het geld en niet nodig, want daar is krimp geen probleem. Beton of snelcement doet het werk, zoals beschreven bij het plaatsen van betonpalen voor een schutting. Krimpvrije mortel is wel het juiste product als je een paal in een bestaande uitsparing in beton moet stellen, bijvoorbeeld op een muurtje of een balkonrand, want daar moet de vulling contact houden met de wanden van de sparing.
Waarom moet ik het beton eerst natmaken?
Droog beton werkt als een spons en trekt het aanmaakwater uit de onderste millimeters van de verse mortel. Daar stopt de cementreactie voordat hij goed op gang is, en dat is precies de laag die de kracht moet overdragen. Maak het beton daarom een paar uur van tevoren nat en zorg dat het bij het gieten mat-vochtig is: donker van kleur, zonder plassen. Staand water is even schadelijk, want dat verdunt de onderste laag mortel.
Kan ik krimpvrije mortel zelf maken van cement en zand?
Niet met hetzelfde resultaat. De expansiecomponent en het vloeimiddel zijn afgestemd op de korrelopbouw, en die verhouding krijg je in een kuip niet nagebouwd. Wat je zelf maakt is gewone specie, waarvan je de verhoudingen vindt bij specie aanmaken met de juiste mengverhouding. Voor een niet-dragende vulling die geen contact hoeft te houden met een bovenvlak is dat prima. Voor een ondergieting die last afdraagt is het dat niet.
Hoeveel zakken heb ik nodig?
Een zak van 25 kg levert ongeveer twaalf tot dertien liter verse mortel. Reken het volume van de holte uit in liters, dus lengte maal breedte maal hoogte in centimeters gedeeld door duizend, en deel dat door twaalf. Tel er tien procent bij voor verlies en oneffenheden. Wil je van kubieke meters naar zakken rekenen, dan doet onze rekenhulp voor betonvolume en zakken dat in één keer. Het gewicht per volume vind je terug bij het soortelijk gewicht van beton en mortel.
Waarom mag ik geen trilnaald gebruiken in gietmortel?
Een gietmortel is zo samengesteld dat hij zichzelf ontlucht terwijl hij loopt. Een trilnaald drijft de grovere korrel naar beneden en de fijne fractie omhoog, en verstoort daarmee ook de expansiewerking. Je houdt dan bovenin een slappe, cementrijke laag over die scheurt. Loopt de mortel niet ver genoeg onder een brede plaat, help hem dan door een stuk ketting heen en weer te trekken.
Wanneer je beter een vakman belt
Het aanmaken en gieten zelf is werk dat je met een beetje zorg goed zelf doet. De grens ligt niet bij de handeling maar bij wat er op de verbinding komt te staan.
Gaat het om een dragende constructie, dan hoort een constructeur te bepalen welke verankeringsdiepte, welke ankerdiameter en welke sterkteklasse nodig zijn. Denk aan een stalen kolom die een verdiepingsvloer draagt, een staalbalk boven een doorbraak of een console aan een gevel. Ook de vraag hoeveel randafstand het beton nodig heeft, hoort daar thuis. De rest van dit soort werk staat beschreven bij constructief werk aan beton, staal en fundering.
Bel ook bij een balustrade, een balkonhek of een leuning waar mensen tegenaan kunnen leunen. Die verbindingen moeten een horizontale belasting aankunnen die in het Bouwbesluit is vastgelegd, en dat vraagt een berekening van het anker én van de betonrand eromheen. Een leuning die eruit trekt, doet dat op het slechtst denkbare moment.
Twijfel je of het beton waarin je verankert wel dik of sterk genoeg is, bijvoorbeeld bij een oude vloer of een prefab element van onbekende samenstelling, laat het dan beoordelen voordat je boort. Dat geldt ook wanneer je vermoedt dat er wapening op de plek van je gat ligt: doorboren van hoofdwapening in een vloer of balk is schade die je niet meer herstelt met mortel. Moet je in zo'n element snijden of frezen voordat je giet, lees dan eerst hoe je een betonpaal of betonnen element bewerkt zonder hem te verzwakken.