Hoogte douchekraan: op welke maat zet je hem
De hartlijn van de aansluitingen van een douchekraan komt in de meeste badkamers op 100 tot 110 cm boven de afgewerkte vloer, met een hart-op-hart afstand van 150 mm. Zit er een bad onder de douche, dan zakt die maat naar ongeveer 15 tot 20 cm boven de badrand. Belangrijker dan de exacte centimeter is dat je meet vanaf de vloer waarop je straks staat, dat je de kraan buiten de straal plaatst en dat de muurplaten waterpas en op de juiste diepte in de wand zitten.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat en een potlood dat op tegels schrijft
- Waterpas van minimaal 40 cm, liefst met magneet
- Kruislijnlaser of een lange rei als je die hebt
- Steeksleutel 30 mm of een waterpomptang met beschermbek
- Inbussleutels voor de borgschroeven van de rozetten
- Boormachine met tegelboor en een stofzuiger
- Kitpistool en een afstrijker
Materiaal
- S-koppelingen 3/4 bij 1/2 inch, passend bij de kraan
- Muurplaten of een montageblok met vaste hart-op-hart maat van 150 mm
- Vlakke pakkingen voor de wartelmoeren
- Teflonband of afdichtpasta voor de draadverbinding
- Sanitairkit zonder schimmelgevoelige vulstoffen
- Pluggen en schroeven voor de glijstang, passend bij de wandopbouw
De maat waar je in de praktijk op uitkomt
Een opbouw douchekraan hangt in de meeste Nederlandse badkamers met de hartlijn van de aansluitingen op 100 tot 110 cm boven de afgewerkte vloer. Die maat komt niet uit een norm maar uit gewoonte: je bedient de kraan staand, met een gestrekte arm naar beneden, zonder te bukken en zonder je schouder op te tillen. Wie dit combineert met de andere maten uit onze pagina's over douche en bad, houdt een badkamer over die voor iedereen prettig werkt.
De marge is ruimer dan mensen denken. Tussen 95 en 120 cm merkt vrijwel niemand iets ongemakkelijks, en pas onder de 90 of boven de 125 cm gaat het storen. Wij houden 105 cm aan als er niets bijzonders speelt, omdat je dan aan beide kanten nog ruimte hebt om af te wijken zonder dat het scheef oogt ten opzichte van de tegelmaat.
Let op wat je precies meet. Fabrikanten geven bij een thermostaatkraan de hartlijn van de wartelmoeren op, en de body van de kraan zit daar een paar centimeter boven. De bedieningsknoppen komen dus hoger uit dan de maat die je op de muur aftekent. Bij een kraan met de temperatuurknop links en de hoeveelheidknop rechts scheelt dat al snel 3 tot 5 cm.
Voor de volledige reeks maten in een badkamer, van wastafel tot toiletrolhouder, staat alles bij elkaar in onze tabel met standaardmaten in huis.
| Onderdeel | Gangbare hoogte | Marge die werkt | Waar je vanaf meet |
|---|---|---|---|
| Opbouw douchekraan, hart aansluitingen | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | De afgewerkte vloer of de bodem van de douchebak |
| Inbouwthermostaat, hart bedieningsknop | 100 tot 120 cm | 95 tot 125 cm | De afgewerkte vloer |
| Badmengkraan met handdouche, hart aansluitingen | 55 tot 65 cm | 15 tot 20 cm boven de badrand | De afgewerkte vloer naast het bad |
| Glijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | minstens 20 cm boven de kruin van de langste gebruiker | De vloer waar je op staat |
| Glijstang, onderste bevestiging | 110 tot 120 cm | 90 tot 130 cm | De vloer waar je op staat |
| Regendouche aan een wandarm, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | De vloer waar je op staat |
| Regendouche in het plafond, onderkant kop | 210 tot 220 cm | afhankelijk van de plafondhoogte | De vloer waar je op staat |
| Losse houder voor de handdouche bij een zitje | 100 tot 120 cm | 90 tot 130 cm | De vloer waar je op staat |
| Douchezitje, bovenkant | 45 tot 50 cm | 42 tot 55 cm | De afgewerkte vloer |
Plak een strook schilderstape op de kale wand en teken daar je maten op. Je kunt eindeloos verschuiven, je ziet de hoogte in één oogopslag en je houdt geen potloodstrepen over die na het tegelen door de voeg schemeren.
Meten vanaf de vloer waar je straks op staat
De meeste maatfouten ontstaan niet bij het rekenen maar bij het nulpunt. Als de leidingen worden gesteld ligt er meestal nog een kale dekvloer, en daar komt nog isolatie, lijm en tegelwerk overheen. Reken op 2 tot 5 cm vloeropbouw en trek dat er meteen af, anders komt je kraan lager uit dan bedoeld.
Bij een douchebak is het verschil groter. Een lage bak van 4 cm die op stelpoten staat kan het stavlak 10 tot 15 cm optillen ten opzichte van de badkamervloer. Meet dan vanaf de bodem van de bak en niet vanaf de vloer eromheen, want je staat op de bak en niet ernaast.
Ligt er een verdiepte, betegelde douchevloer met afschot, dan is het lastiger. Het laagste punt bij de afvoer en het hoogste punt bij de wand schelen vaak 2 cm. Wij nemen dan het gemiddelde bij de wand waar de kraan komt, want dat is de plek waar je werkelijk staat als je de kraan bedient.
Schrijf het nulpunt op. Zet met een laser of een lange rei een streep op precies 100 cm boven de toekomstige afgewerkte vloer over de hele badkamer heen, en teken al je maten daarvandaan af. Die ene lijn houdt de kraan, de hoogte van de wastafel in de badkamer en de accessoires met elkaar in het gelid.
Leg de hoogte vast voordat de tegelzetter komt. Zodra de wandtegels zitten, is verplaatsen van de aansluitingen geen kwestie meer van een uurtje leidingwerk maar van tegels uithakken, opnieuw waterdicht maken en betegelen. Een half uur nadenken vooraf scheelt hier een dag herstelwerk.
Hart-op-hart, inbouwdiepte en waterpas
De hoogte is maar één van de drie maten die moeten kloppen. Een opbouw douchekraan zit vrijwel altijd op een hart-op-hart afstand van 150 mm tussen de twee aansluitingen. De S-koppelingen die je erop draait, geven je speling: door ze te verdraaien kun je de afstand ongeveer 10 mm groter of kleiner maken, en tegelijk verandert de hoogte een paar millimeter mee.
Die speling is nadrukkelijk bedoeld als correctie, niet als redmiddel. Zit je 25 mm mis, dan staan de koppelingen zo scheef gedraaid dat de kraan zichtbaar uit het lood hangt of dat de rozetten niet meer vlak tegen de tegel komen. Stel de muurplaten daarom zo nauwkeurig mogelijk, met een waterpas over beide aansluitingen tegelijk.
De derde maat is de diepte. De voorkant van de muurplaat hoort gelijk te liggen met de afgewerkte tegel of hooguit een paar millimeter erachter. Zit hij te diep, dan reikt de S-koppeling niet ver genoeg naar buiten en trek je de rozet scheef; zit hij te ver naar voren, dan staat de kraan van de wand af en loopt er water achter. Hoe je die plaat op de goede diepte krijgt, staat bij het stellen van de muurplaat van een douchekraan.
Houd ook de kant in de gaten. Warm hoort aan de linkerkant en koud aan de rechterkant, gezien vanaf de gebruiker. Bij een thermostaatkraan is dat geen kwestie van smaak: het thermostatisch element gaat ervan uit dat het warme water links binnenkomt, en verwisseld aangesloten werkt de regeling niet zoals het hoort.
| Maat | Standaard | Correctieruimte | Wat er misgaat bij afwijking |
|---|---|---|---|
| Hoogte hartlijn boven vloer | 100 tot 110 cm | enkele millimeters via de S-koppelingen | Bukken of reiken bij elke douchebeurt |
| Hart-op-hart aansluitingen | 150 mm | ongeveer 10 mm door de koppelingen te verdraaien | Kraan hangt scheef, rozetten sluiten niet aan |
| Voorkant muurplaat ten opzichte van tegel | gelijk tot 3 mm erachter | een paar millimeter met een verlengring | Rozet staat af, water loopt achter de tegel |
| Onderlinge hoogte van de twee aansluitingen | gelijk, waterpas | vrijwel geen | Kraan staat scheef en dat zie je aan de kitrand |
| Aansluitdraad kraan | 3/4 inch wartel op 1/2 inch binnendraad | geen, moet passen | Lekkage bij de wartel of beschadigd draad |
| Afstand kraan tot de douchehoek | minimaal 25 cm uit de hoek | 10 cm bij een krappe cabine | Je krijgt je hand niet meer langs de sleutel bij montage |
Draai de S-koppelingen altijd naar beneden wijzend in en werk vandaar omhoog naar de juiste stand. Ga je terug tegen de draad in om een graadje te corrigeren, dan verlies je de afdichting van je teflon of pasta en begint het lekken bij de eerste drukstoot.
Andere hoogtes bij een bad, een inbouwkraan of een regendouche
Zit er een bad onder de douche, dan gelden andere maten. Een badmengkraan komt met de hartlijn ongeveer 15 tot 20 cm boven de badrand, wat bij een standaard inbouwbad neerkomt op 55 tot 65 cm boven de vloer. Je bedient hem zittend of gebukt, en dat is precies waarom hij zoveel lager hangt dan een douchekraan.
Er is één ding waar je bij een bad op moet letten: de uitloop van de kraan hoort altijd boven de rand van het bad te blijven. Ligt de uitloop onder de waterspiegel, dan kan er bij drukval badwater terug de leiding in worden gezogen. Dat is de reden dat een baduitloop nooit in het bad hangt maar er altijd overheen steekt.
Bij een inbouwthermostaat verschuift de logica. Je zet niet de aansluitingen maar de bedieningsknop op maat, en die komt op 100 tot 120 cm. Een inbouwbody heeft een vaste sparingdiepte, meestal tussen 75 en 110 mm gemeten vanaf de afgewerkte wand, dus je moet weten hoe dik de wandopbouw wordt voordat je begint te hakken.
Een regendouche vraagt vooral plafondhoogte. De onderkant van de kop wil je op 205 tot 215 cm, en met een badkamerplafond van 240 cm past dat prima. Op zolder onder een schuin dak past het vaak niet en is een grote handdouche aan een glijstang de betere keuze. Datzelfde speelt in een gesloten cabine, want ook bij een stoomcabine bepaalt de hoogte van de cabine wat er nog boven je hoofd past.
Kraan en glijstang op elkaar afstemmen
De glijstang hoort niet recht boven de kraan te zitten, want dan hangt de doucheslang voor de knoppen. Zet de stang 20 tot 30 cm naast de kraan, aan de kant waar je instapt. De onderste bevestiging komt dan op ongeveer dezelfde hoogte als de kraan, en de bovenste op 180 tot 200 cm.
Kies de lengte van de slang op de hoogte van de stang. Een slang van 150 cm is genoeg bij een stang die op 190 cm eindigt; hangt de houder hoger of wil iemand zittend douchen, dan werkt 175 of 200 cm prettiger. Een te lange slang die in de douchebak ligt te weken, wordt binnen een jaar bruin aan de binnenkant.
De hoogte afstemmen op wie er doucht
De standaardmaat gaat uit van een volwassene van gemiddelde lengte. Woon je met iemand van twee meter, dan is een glijstang die op 190 cm eindigt te laag: de douchekop hangt dan op ooghoogte in plaats van boven de kruin. De vuistregel die wij aanhouden is minstens 20 cm boven de kruin van de langste gebruiker voor de bovenkant van de stang.
Voor kinderen verandert de kraanhoogte juist niet. Een lagere kraan lijkt vriendelijk, maar hij is er vooral om te voorkomen dat een kind aan de warmwaterknop draait. Een thermostaatkraan met een begrenzing op 38 graden en een borgknop lost dat beter op dan een kraan op kindhoogte, en over vijf jaar staat de kraan niet ineens te laag.
Bij een badkamer die geschikt moet zijn voor iemand die zit, verschuift alles naar beneden. De bedieningsknop komt dan op 90 tot 100 cm, zodat hij vanaf een douchezitje op 45 tot 50 cm te bedienen is zonder te reiken. Zet de kraan bovendien aan de instapzijde, binnen armlengte van het zitje, en niet in de hoek achter de straal.
Denk daarbij aan de rest van de ruimte in dezelfde beweging. Wie de kraan verlaagt voor zittend gebruik, wil meestal ook de hoogte van de toiletpot en de wastafel meenemen, want een badkamer die op één punt is aangepast en verder niet, werkt in de praktijk maar half.
| Situatie | Hoogte kraan of knop | Bovenkant glijstang | Waar je op let |
|---|---|---|---|
| Gemiddeld huishouden, opbouwkraan | 100 tot 110 cm | 190 cm | Kraan buiten de straal, aan de instapzijde |
| Iemand van 1,95 m of langer in huis | 110 cm | 200 tot 210 cm | Slang van 175 cm en een hogere wandarm |
| Gezin met jonge kinderen | 100 tot 110 cm | 180 tot 190 cm | Begrenzing op 38 graden, geen lagere kraan |
| Zittend douchen op een klapzitje | 90 tot 100 cm | extra houder op 100 tot 120 cm | Bedienbaar zonder op te staan of te draaien |
| Bad met handdouche | 55 tot 65 cm | 150 tot 170 cm langs de badwand | Uitloop blijft boven de badrand |
| Zolderbadkamer met schuin dak | 100 cm | wat de dakhelling toelaat | Regendouche vervalt, kies een grote handdouche |
| Douchebak op stelpoten | 100 tot 110 cm boven de bakbodem | vanaf de bakbodem meten | De bak tilt je stavlak 10 tot 15 cm op |
Waar de kraan in de breedte komt te zitten
Hoogte en plaats hangen samen. Een kraan recht onder de douchekop betekent dat je in de koude straal moet stappen om hem aan te zetten en om de temperatuur bij te draaien. Zet hem daarom aan de zijkant, buiten het bereik van de straal en binnen handbereik van de instap.
Houd minimaal 25 cm aan tussen het hart van de kraan en de hoek van de douche. Dat is geen esthetische keuze maar een praktische: je moet er met een steeksleutel van 30 mm bij kunnen om de wartelmoeren aan te draaien, en in een krappe hoek krijg je die sleutel niet rond. Bij een smalle cabine kom je met 10 cm ook nog wel weg, maar dan werk je met een verstelbare sleutel en veel geduld.
Let ook op de tegelindeling. Een aansluiting precies op een voeg lijkt netjes, maar boren op een voeg loopt vaak mis omdat de boor wegloopt en de tegelrand afbreekt. Zit de aansluiting midden in een hele tegel, dan boor je rustig en blijft de doorvoer waterdicht.
Kijk ook naar wat er onderlangs gebeurt. Een kraan die te dicht bij de instap zit, staat in de weg van een draaiende deur of van de strip onder aan de douchedeur als die naar buiten opent. Ga in gedachten één keer de hele beweging na: instappen, kraan aan, deur dicht, kraan bijstellen.
Hoogte, waterdruk en warm water
Hoe hoger de kraan en de douchekop zitten, hoe minder druk er overblijft. Als vuistregel kost elke meter hoogteverschil ongeveer 0,1 bar. Van de watermeter in de meterkast tot een regendouche op de eerste verdieping is dat al snel 0,5 bar, en dat merk je aan de straal.
In Nederland ligt de netdruk aan de watermeter meestal tussen de 2 en 4 bar, dus in een normale woning is dat geen probleem. Het wordt wel een probleem bij een eigen bron, een tank of een woning waar het water uit een reservoir op het dak komt. Een thermostaatkraan wil vrijwel altijd minstens 1 bar zien om te kunnen regelen, en daaronder schakelt hij niet mooi meer bij.
Ook de leidingdiameter telt mee. Een halve inch leiding over een lange afstand geeft zoveel weerstand dat er bij twee tappunten tegelijk vrijwel niets overblijft. Wie een regendouche wil, legt de aanvoer liever ruimer aan en kijkt naar het debiet dat de kop vraagt, niet alleen naar de druk.
Bij warm water uit een boiler speelt de hoogte anders. Een boiler onder druk levert dezelfde druk als het net, maar de aanvoerleiding van boiler naar douche is vaak langer dan die van de koudwaterleiding. Dat verschil in weerstand maakt een thermostaatkraan zenuwachtig. Meer over het uitzoeken van dit soort mankementen staat in ons overzicht over sanitair en loodgieterswerk.
Een thermostaatkraan onder de minimale werkdruk is niet alleen vervelend, hij is onvoorspelbaar. Valt de koudwaterdruk weg terwijl je doucht, dan kan de regeling dat bij te lage druk niet snel genoeg opvangen. Controleer daarom de druk voordat je een dure thermostaatkraan koopt voor een huis met een eigen watervoorziening.
Wat een verkeerde hoogte later kost
Een kraan die een paar centimeter te laag hangt, is hinderlijk maar niet schadelijk. Vervelender is wat er gebeurt op de plek waar de kraan de wand raakt, want daar zit de zwakke plek van elke doucheruimte.
Achter de rozetten van de kraan zit een gat in de tegel en daarachter de kale wandopbouw. Is die doorvoer niet goed afgedicht, dan loopt douchewater langs de koppeling naar binnen. Dat gaat traag en je ziet er maandenlang niets van, tot er aan de andere kant van de muur een vlek verschijnt op precies de hoogte van de kraan.
Kit daarom de overgang tussen de rozet en de tegel af met een dun randje sanitairkit, en doe dat pas als de kraan definitief vastzit. Kitten voordat je de kraan uitlijnt betekent dat je het randje bij het laatste draaitje weer stuk trekt.
Ga je een bestaande kraan vervangen op dezelfde hoogte, dan is dat het moment om de doorvoer meteen na te lopen. Hoe je dat aanpakt zonder de tegels te slopen, lees je bij het vervangen van een douchekraan. Kom je erachter dat de leiding zelf lekt, dan is er meer aan de hand dan een kitrandje.
Een vlek op de hoogte van de kraan
Verschijnt er binnen of buiten een vochtvlek die steeds op dezelfde hoogte begint, dan is dat een sterke aanwijzing. Water zakt naar beneden, dus het hoogste punt van de vlek ligt ongeveer op de plek waar het naar binnen komt. Valt dat punt samen met de hartlijn van de douchekraan, dan zoek je daar en niet bij de vloer.
Twee oorzaken komen dan in aanmerking: een lekkende koppeling in de aanvoerleiding achter de tegel, of douchewater dat langs de rozetten naar binnen loopt. Het verschil merk je aan de tijd. Een lekkende leiding blijft nat, ook als er dagenlang niet gedoucht wordt. Water langs de rozetten droogt op zodra de douche een week ongebruikt blijft.
Zo zet je de hoogte van een douchekraan uit
Deze volgorde werkt voor een nieuwe badkamer en met een kleine aanpassing ook als je een bestaande aansluiting verplaatst.
-
Bepaal eerst je nulpunt
Tel de vloeropbouw op bij de kale dekvloer: isolatie, lijm en tegel samen meestal 2 tot 5 cm. Komt er een douchebak, meet dan vanaf de bodem van de bak. Zet met een laser of een lange rei een doorlopende lijn op 100 cm boven dat nulpunt over de hele badkamer.
-
Kies de hoogte samen met de gebruikers
Laat de langste en de kortste bewoner even tegen de wand staan en hun hand op de gekozen hoogte leggen. Dat kost twee minuten en levert vaker een correctie op dan je denkt. Wijkt de wens af van de standaard, leg de gekozen maat dan schriftelijk vast voor de installateur of de tegelzetter.
-
Stel de muurplaten waterpas en op diepte
Zet de twee aansluitingen op 150 mm hart-op-hart en leg de waterpas over beide tegelijk. Stel de diepte zo af dat de voorkant van de plaat straks gelijk ligt met de afgewerkte tegel, dus reken de tegeldikte plus de lijmlaag mee. Warm links, koud rechts, gezien vanaf de gebruiker.
-
Controleer voordat er getegeld wordt
Zet de leidingen op druk en laat ze een nacht staan voordat de tegels erop gaan. Meet daarna nog één keer de hoogte, de hart-op-hart afstand en het waterpas zijn. Dit is het laatste moment waarop corrigeren nog een kwestie van minuten is.
-
Draai de S-koppelingen op stand
Wikkel teflonband met de draadrichting mee of gebruik afdichtpasta, en draai de koppelingen in tot ze allebei dezelfde stand hebben. Werk altijd van onder naar boven en draai nooit terug om een graadje te corrigeren, want dan lekt de afdichting. Schuif de rozetten er daarna pas overheen.
-
Hang de kraan op en lijn hem uit
Draai de wartelmoeren met de hand aan tot de kraan hangt en controleer met een waterpas of hij recht staat. Trek de moeren daarna aan met een steeksleutel van 30 mm en gebruik altijd de bijgeleverde vlakke pakkingen. Aandraaien met een tang zonder beschermbek beschadigt de verchroomde moer.
-
Zet de glijstang op maat en kit af
Boor de gaten voor de glijstang midden in een tegel en niet op een voeg, met een tegelboor op lage toeren. Kit als laatste de overgang tussen de rozetten en de tegel af met een dun randje sanitairkit. Doe dat pas als de kraan definitief hangt, anders trek je het randje bij de laatste correctie weer stuk.
Maatvoering
De gangbare hoogtes en maten voor sanitair, elektra, keuken en trap, met de marge die in de praktijk werkt. Bekijk alle gegevens
| Ruimte of vakgebied | Onderdeel | Gangbare maat | Marge die in de praktijk werkt | Waar je op moet letten |
|---|---|---|---|---|
| Sanitair | Wastafel, bovenkant | 85 cm boven de vloer | 80 tot 90 cm | Meet vanaf de afgewerkte vloer. Bij een opzetkom reken je vanaf de bovenkant van de kom, dus zakt het meubel naar ongeveer 70 cm. |
| Sanitair | Wastafelkraan, uitloop | 25 tot 30 cm boven de wastafelrand | wat past bij de kom | Te hoog geeft spatten, te laag krijg je je handen er niet onder. |
| Sanitair | Fonteintje in het toilet | 80 tot 85 cm | 75 tot 90 cm | Vaak iets lager dan een wastafel omdat de ruimte krap is. |
| Sanitair | Toiletpot, bovenkant zitting | 40 tot 43 cm | 38 tot 48 cm | Een verhoogd toilet zit op 46 tot 48 cm en zit voor veel mensen prettiger. |
| Sanitair | Hangend toilet, onderkant pot | 40 cm boven de vloer | 38 tot 45 cm | De hoogte bepaal je bij het stellen van het inbouwreservoir, daarna ligt hij vast. |
| Sanitair | Toiletrolhouder | 70 cm hoog, 25 cm voor de pot | 60 tot 80 cm | Te ver naar achteren betekent draaien terwijl je zit. |
| Sanitair | Douchekraan, thermostaat | 100 tot 110 cm | 95 tot 120 cm | Je wilt hem kunnen bedienen zonder in de straal te staan. |
| Sanitair | Doucheglijstang, bovenkant | 180 tot 200 cm | afhankelijk van de lengste gebruiker | Reken op minstens 20 cm boven de kruin. |
| Sanitair | Regendouche, onderkant kop | 205 tot 215 cm | 200 tot 220 cm | Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd. |
| Sanitair | Handdoekradiator, onderkant | 20 tot 30 cm boven de vloer | 15 tot 40 cm | Laag genoeg voor luchtcirculatie, hoog genoeg om onder te dweilen. |
| Sanitair | Afvoer wastafel, muurdoorvoer | 50 tot 55 cm | 45 tot 60 cm | Onder de sifon door, en houd rekening met de kastindeling. |
| Elektra | Stopcontact in een woonruimte | 30 cm hart boven de vloer | 25 tot 40 cm | Bij nieuwbouw vaak 30 cm, bij renovatie kom je van alles tegen. |
| Elektra | Stopcontact boven een aanrechtblad | 115 tot 125 cm | 10 tot 20 cm boven het blad | Uit de spatzone van de kraan blijven. |
| Elektra | Lichtschakelaar | 105 cm hart boven de vloer | 90 tot 120 cm | Gelijk houden met de deurklink geeft een rustig beeld. |
| Elektra | Deurklink | 100 cm hart boven de vloer | 95 tot 105 cm | Ook de referentiehoogte waar schakelaars zich naar voegen. |
| Elektra | Meterkast, groepenkast | 150 tot 180 cm | bereikbaar zonder trapje | De hoofdschakelaar moet zonder klimmen te bedienen zijn. |
| Elektra | Wandcontactdoos buiten | minimaal 30 cm boven maaiveld | hoger bij kans op opspattend water | Spatwaterdicht uitvoeren en op een aardlekschakelaar aansluiten. |
| Elektra | Bedrade deurbel, drukknop | 110 tot 130 cm | 100 tot 140 cm | Ook bereikbaar voor kinderen en vanuit een rolstoel. |
| Elektra | Wandlamp naast een spiegel | 160 tot 170 cm | op ooghoogte van de gebruiker | Licht van opzij geeft minder schaduw dan licht van boven. |
| Elektra | Televisieaansluiting | 40 cm of op de hoogte van het scherm | afhankelijk van de opstelling | Bij een hangend scherm wil je de doos achter het scherm. |
| Keuken | Werkblad, bovenkant | 90 tot 95 cm | 85 tot 100 cm | Vuistregel: elleboog min 10 tot 15 cm. Lange mensen willen echt hoger. |
| Keuken | Bovenkasten, onderkant | 50 tot 60 cm boven het blad | 45 tot 65 cm | Te laag en je kunt niet met een pan onder de kast werken. |
| Keuken | Afzuigkap boven een elektrische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Onder de 55 cm wordt de kap te warm en vet hij snel dicht. |
| Keuken | Afzuigkap boven een gaspit | 65 cm | 65 tot 75 cm | Bij gas altijd hoger dan bij inductie in verband met de vlam. |
| Keuken | Plint onder de keukenkasten | 10 tot 15 cm | standaard 15 cm | Terugliggend zodat je met je tenen bij het blad kunt staan. |
| Keuken | Inbouwoven op ooghoogte | onderkant op 85 tot 90 cm | naar de gebruiker | Scheelt bukken met een hete plaat in je handen. |
| Trap | Trapleuning | 90 cm boven de voorkant van de trede | 85 tot 100 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede, niet vanaf de vloer. |
| Trap | Leuning langs een bordes | 100 cm | 90 tot 110 cm | Bij een bordes gelden strengere eisen dan langs de schuine trap. |
| Trap | Optrede, hoogte per trede | 18 tot 20 cm | maximaal 21 cm binnen een woning | Alle treden even hoog, ook de eerste en de laatste. |
| Trap | Aantrede, diepte van de trede | 22 tot 24 cm | minimaal 22 cm | Vuistregel: 2 keer de optrede plus de aantrede is 60 tot 64 cm. |
| Trap | Vrije doorloophoogte boven de trap | 230 cm | minimaal 210 cm | Meet loodrecht vanaf de neus van de trede naar het plafond. |
| Trap | Spijlafstand van een balustrade | maximaal 10 cm | kleiner bij kinderen | Zo kan een kinderhoofdje er niet tussen. |
| Deuren | Binnendeur, standaardmaat | 83 bij 201,5 cm | 78 tot 93 cm breed | De dagmaat van het kozijn is groter dan het deurblad. |
| Deuren | Voordeur, standaardmaat | 88 bij 201,5 cm | 83 tot 100 cm breed | Breder is prettig bij verhuizen en bij een rollator. |
| Deuren | Speling onder een binnendeur | 1 tot 1,5 cm | 2 cm bij mechanische ventilatie | De kier is de luchttoevoer naar de afzuiging, dus dicht hem niet. |
| Deuren | Speling rondom in het kozijn | 3 mm | 2 tot 4 mm | Te weinig speling en de deur klemt zodra het hout werkt. |
| Deuren | Scharnieren, afstand tot de hoek | 20 cm van boven en onder | 15 tot 25 cm | Bij een zware deur een derde scharnier in het midden. |
| Ventilatie | Ventilatierooster in een raam | boven in het kozijn | op de bovenregel | Warme lucht komt boven binnen en zakt langs het glas, dat tocht minder. |
| Ventilatie | Afzuigpunt in een badkamer | hoog in de ruimte | 20 tot 30 cm onder het plafond | Vocht stijgt, dus laag afzuigen werkt niet. |
| Ventilatie | Muurrooster kruipruimte | net boven het maaiveld | minimaal 15 cm | Anders slaat regenwater naar binnen en loopt het rooster dicht. |
| Ventilatie | Dakdoorvoer, afstand tot de nok | minimaal 50 cm | afhankelijk van het type | Te dicht bij de nok geeft terugslag bij wind. |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Voordat de tegels erop gaan
Uit de praktijk
Een vochtvlek in de buitengevel op precies de hoogte van de douchekraan
In een woning verscheen aan de buitenkant een donkere vlek in het metselwerk. De vlek werd niet zichtbaar groter als er meer of minder gedoucht werd, en dat maakte het lastig om de oorzaak te vinden. Wat opviel was de hoogte: de bovenrand van de vlek zat op ongeveer 105 cm, en dat was aan de binnenkant precies de hartlijn van de douchekraan.
Twee dingen konden dit veroorzaken. Een lekkende koppeling in de aanvoerleiding achter de tegel, of douchewater dat langs de doorvoeren achter de afdekrozetten naar binnen liep omdat de tegels daar nooit netjes waren afgedicht. Beide geven vocht op dezelfde hoogte, want water zakt vanaf het intredepunt naar beneden.
De aanpak die het uitsluitsel gaf: de kraan demonteren, de koppelingen opnieuw aanbrengen met verse afdichting, de kraan terughangen en daarna de overgang tussen de rozetten en de tegels afkitten. Daarmee waren beide oorzaken in één handeling afgedekt. Wie zoiets aanpakt, moet de vlek daarna wel een paar weken de tijd geven om uit te drogen voordat je kunt zeggen of het geholpen heeft.
Een douchekraan die niet wilde regelen door te weinig druk
Bij een woning zonder aansluiting op een waterleidingnet werd het water opgepompt naar een vat van ongeveer 750 liter op het platte dak, op zo'n 10 meter hoogte. Op papier levert dat ongeveer 1 bar aan de voet van het gebouw. In de badkamer kwam er zo weinig uit de douchekraan dat de kraan van de gootsteen ook nauwelijks liep en het bad niet vol te krijgen was.
De rekensom laat zien waarom. Van die ene bar gaat het hoogteverschil naar de badkamer eraf, ongeveer 0,1 bar per meter, en daar komt de weerstand van een leiding van een halve inch bovenop. Wat er dan overblijft is te weinig voor een thermostaatkraan, die meestal minimaal 1 bar nodig heeft om de temperatuur stabiel te houden.
Een hoger vat helpt hier nauwelijks, want je wint per meter maar 0,1 bar. Wat wel werkt is een drukverhogingspomp achter het vat, in combinatie met een ruimere hoofdleiding naar de badkamer. En zolang de druk laag blijft, is een gewone mengkraan een verstandiger keuze dan een thermostaatkraan die onder zijn werkgebied blijft hangen.
Aansluitingen die 20 mm te diep in de wand waren gezet
Bij een verbouwing waren de muurplaten gesteld op de kale wand, zonder de tegeldikte mee te rekenen. Na het tegelen zaten de aansluitingen ongeveer 20 mm te diep. De hoogte klopte, de hart-op-hart maat klopte, maar de S-koppelingen kwamen te kort naar buiten en de rozetten stonden schuin tegen de tegel aan.
De verleiding is dan om de koppelingen verder uit te draaien tot ze wel ver genoeg steken. Dat is precies wat je niet wilt, want dan pakt het draad nog maar over een paar slagen en gaat de verbinding onder druk lekken. Draadverbindingen moeten over hun volle lengte pakken.
De oplossing was een set verlengringen met binnendraad, die in de muurplaat gaan en het aansluitpunt een centimeter naar voren brengen. Daarna paste de S-koppeling weer met volledige draadinzet en sloot de rozet vlak aan. Het kostte een paar euro per stuk en een uur werk, tegenover tegels uithakken als alternatief.
Veelgemaakte fouten
Meten vanaf de kale dekvloer
Als de leidingen worden gesteld ligt de afwerkvloer er meestal nog niet. Reken je de 2 tot 5 cm vloeropbouw niet mee, dan komt de kraan net zoveel lager uit dan bedoeld. Bij een douchebak op stelpoten loopt dat verschil op tot 15 cm en dan is het geen detail meer.
De kraan recht onder de douchekop zetten
Het lijkt logisch en symmetrisch, maar het betekent dat je elke ochtend in de koude straal stapt om de kraan aan te zetten. Zet de kraan aan de instapzijde, buiten het bereik van de straal, zodat je hem kunt bedienen terwijl je er nog droog naast staat.
Warm en koud verwisseld aansluiten
Warm hoort links, koud hoort rechts, gezien vanaf de gebruiker. Bij een thermostaatkraan is dat geen gewoonte maar een aansluitvoorschrift: het element gaat ervan uit dat het warme water aan de linkerkant binnenkomt. Verwisseld aangesloten geeft de temperatuurknop een andere temperatuur dan hij aangeeft en regelt de kraan niet zoals bedoeld.
De S-koppelingen te ver uitdraaien om diepte te winnen
Zit de aansluiting te diep in de wand, dan is verder uitdraaien de snelste oplossing en tegelijk de slechtste. Het draad pakt dan over te weinig slagen en de verbinding gaat onder druk lekken, achter de tegel waar je het niet ziet. Gebruik een verlengring met binnendraad in plaats daarvan.
Terugdraaien na het inschroeven
Draai je een koppeling een slagje te ver in en corrigeer je door terug te draaien, dan is de afdichting van teflon of pasta verbroken. Van buitenaf zie je niets, en de eerste weken lekt het vaak nog niet. Draai er liever helemaal uit, breng verse afdichting aan en draai opnieuw in.
De doorvoer achter de rozet niet afdichten
Een rozet is een afdekking, geen afdichting. Zit er geen kitrandje tussen de rozet en de tegel, dan loopt douchewater langs de koppeling de wandopbouw in. Dat gaat traag en onopvallend, tot er aan de andere kant van de muur een vlek verschijnt op precies de hoogte van de kraan.
Boren op een voeg voor de glijstang
Een gat precies in de voeg oogt netjes en is technisch de slechtste plek. De boor loopt weg in de zachtere voegspecie en de tegelrand breekt uit, waardoor het gat niet meer waterdicht af te dichten is. Boor midden in een hele tegel, met een tegelboor op lage toeren.
Een regendouche kiezen zonder de plafondhoogte te controleren
De onderkant van de kop wil op 205 tot 215 cm hangen. In een badkamer met een verlaagd plafond van 220 cm of onder een schuin dak past dat niet, en dan hangt de kop op nekhoogte. Meet eerst, kies daarna, en wijk anders uit naar een grote handdouche aan een glijstang.
Veelgestelde vragen
Wat is de standaard hoogte van een douchekraan?
De hartlijn van de aansluitingen komt in de meeste badkamers op 100 tot 110 cm boven de afgewerkte vloer, en 105 cm is een veilige middenmaat. Dat is geen voorgeschreven maat maar een gewoonte die goed werkt: je bedient de kraan staand met een licht gestrekte arm. Tussen 95 en 120 cm zal vrijwel niemand het als ongemakkelijk ervaren. De body van de kraan met de knoppen zit daar nog een paar centimeter boven, dus reken daar bij het aftekenen op.
Meet je de hoogte van de douchekraan vanaf de vloer of vanaf de douchebak?
Vanaf de vloer waarop je straks staat. Ligt er een betegelde douchevloer, dan is dat de afgewerkte tegel. Komt er een douchebak, dan meet je vanaf de bodem van die bak, want daar sta je op. Een bak op stelpoten kan je stavlak 10 tot 15 cm optillen, en als je dat vergeet hangt de kraan straks te laag. Vergeet bij een betegelde vloer ook de vloeropbouw niet: isolatie, lijm en tegel bij elkaar zijn meestal 2 tot 5 cm.
Hoe hoog moet een badkraan met handdouche hangen?
Een badmengkraan zit veel lager dan een douchekraan, met de hartlijn ongeveer 15 tot 20 cm boven de badrand. Bij een standaard inbouwbad kom je daarmee op 55 tot 65 cm boven de vloer uit. Je bedient hem meestal gebukt of zittend, en dat verklaart het verschil. De uitloop moet altijd boven de rand van het bad blijven, zodat er bij een drukval geen badwater terug de leiding in kan worden gezogen. Meer over het bad zelf en de afvoer staat bij de badstop en het afsluiten van het bad.
Wat is de hart-op-hart afstand van een douchekraan?
Vrijwel alle opbouw bad- en douchekranen zijn gemaakt voor 150 mm hart-op-hart tussen de twee aansluitingen. De S-koppelingen die je op de kraan draait, geven je ongeveer 10 mm speling naar beide kanten omdat ze excentrisch zijn. Verdraai je ze om die afstand te corrigeren, dan verandert de hoogte een paar millimeter mee. Zit je meer dan 10 mm mis, dan hangt de kraan zichtbaar scheef en sluiten de rozetten niet meer vlak aan tegen de tegel.
Hoe hoog hangt de glijstang boven de douchekraan?
De bovenkant van de glijstang komt op 180 tot 200 cm, met als vuistregel minstens 20 cm boven de kruin van de langste gebruiker. De onderste bevestiging zit ongeveer op kraanhoogte. Zet de stang niet recht boven de kraan maar 20 tot 30 cm ernaast, aan de instapzijde, anders hangt de doucheslang voor de bedieningsknoppen. Kies de slanglengte daarbij passend: 150 cm is genoeg bij een stang tot 190 cm, en 175 cm werkt beter als er ook zittend gedoucht wordt.
Op welke hoogte komt een inbouwthermostaat?
Bij een inbouwkraan zet je niet de aansluitingen maar de bedieningsknop op maat, en die komt op 100 tot 120 cm boven de afgewerkte vloer. Belangrijker dan de hoogte is de inbouwdiepte: elke body heeft een bereik waarbinnen de afgewerkte wand moet vallen, meestal ergens tussen 75 en 110 mm. Je moet dus weten hoe dik de wandopbouw met tegels en lijm wordt voordat je gaat hakken. Zit de body te diep, dan reikt de as van de knop er niet uit.
Hoe hoog moet een regendouche hangen?
De onderkant van de douchekop wil je op 205 tot 215 cm boven de vloer waar je op staat. Onder de 200 cm stoot een lange gebruiker zijn hoofd, boven de 220 cm wordt de straal koud en waaierig voordat hij aankomt. Bij een plafonddouche kom je op 210 tot 220 cm uit. Meet dus eerst je plafondhoogte, want in een badkamer met een verlaagd plafond van 220 cm past dit niet meer en is een grote handdouche aan een glijstang de betere oplossing.
Kan ik de hoogte van een douchekraan nog aanpassen als de tegels al zitten?
Binnen een paar millimeter wel, door de S-koppelingen te verdraaien. Verder gaat het niet: de aansluitpunten zitten vast in de wand achter het tegelwerk. Wil je echt hoger of lager, dan moeten er tegels uit, moet de leiding worden verlegd en moet de doorvoer opnieuw waterdicht worden gemaakt. Wat soms uitkomst biedt is een kraan met een andere body kiezen, want er zit verschil van enkele centimeters tussen modellen in de afstand van de aansluiting tot de bedieningsknop.
Waarom zit er een vochtvlek op precies de hoogte van mijn douchekraan?
Omdat water naar beneden zakt, ligt het hoogste punt van een vlek ongeveer op de plek waar het naar binnen komt. Valt dat samen met de hartlijn van de kraan, dan zoek je daar. Meestal is het een van twee dingen: een lekkende koppeling in de aanvoer achter de tegel, of douchewater dat langs de doorvoeren achter de rozetten naar binnen loopt omdat daar nooit is afgekit. Het verschil zie je aan de tijd. Een lekkende leiding blijft nat, ook als er een week niet gedoucht wordt.
Heeft de hoogte van de kraan invloed op de waterdruk?
Ja, maar minder dan mensen denken. Elke meter hoogteverschil kost ongeveer 0,1 bar, dus tussen een kraan op 100 cm en een regendouchekop op 210 cm zit ongeveer 0,1 bar verschil. In een woning met een normale netdruk van 2 tot 4 bar merk je daar niets van. Het gaat pas tellen bij een eigen bron of een tank, waar de totale druk laag is. Een thermostaatkraan wil meestal minimaal 1 bar zien om de temperatuur stabiel te houden.
Welke hoogte kies je in een badkamer voor iemand die zittend doucht?
Zet de bedieningsknop op 90 tot 100 cm, zodat hij vanaf een zitje op 45 tot 50 cm te bedienen is zonder te reiken of te draaien. Plaats de kraan aan de instapzijde, binnen armlengte van het zitje, en hang een extra handdouchehouder op 100 tot 120 cm naast de glijstang. Neem in dezelfde beweging de rest van de ruimte mee, bijvoorbeeld de hoogte van de wastafel, want een badkamer die op één punt is aangepast werkt in de praktijk maar half.
Geldt voor een douchekraan dezelfde logica als voor andere hoogtes in huis?
Voor een deel wel. Net als bij de hoogte van een stopcontact gaat het om een gewoontemaat die is ontstaan uit gebruiksgemak, niet uit een voorschrift, en die je gerust aanpast aan de bewoners. Het verschil is dat je bij een douchekraan ook met water, druk en afdichting te maken hebt. Een stopcontact tien centimeter verkeerd is hinderlijk, een douchekraan met een slecht afgedichte doorvoer geeft schade in de wand.
Wanneer je beter een vakman belt
Het uitzetten van de hoogte en het monteren van een opbouwkraan op bestaande aansluitingen kun je prima zelf. Er zijn vier situaties waarin het verstandiger is om iemand te bellen.
De eerste is een inbouwkraan die in een dragende wand moet. Een sparing van 10 cm diep in dragend metselwerk of beton is geen kwestie van even hakken, want je verzwakt de wand en je weet niet wat erin zit. Laat dat beoordelen voordat de beitel erin gaat.
De tweede is warm water dat van een gastoestel komt. Aan een geiser of aan de gasleiding werk je niet zelf, ongeacht hoe eenvoudig de aansluiting eruitziet. Dat is werk voor een installateur met de juiste papieren.
De derde is een aanhoudende vochtvlek in de wand of aan de gevel. Als afkitten en het opnieuw aanbrengen van de koppelingen het probleem niet oplossen, zit het lek dieper in de leiding en is lekdetectie de snelste route. Blijven gokken en tegels uithakken kost meer dan een meting.
De vierde is elektra in de badkamer. Verlichting, een spiegelverwarming of een wandcontactdoos vlak bij de douche valt onder zone-eisen die per afstand tot het tappunt verschillen. Laat dat door iemand met verstand van zaken bepalen in plaats van te schatten waar de zone ophoudt.