Hoogte afzuigkap: op welke afstand boven de kookplaat hij hoort
Een afzuigkap hangt op 60 centimeter boven een inductie- of keramische kookplaat en op 65 centimeter boven gas, gemeten vanaf het kookoppervlak tot de onderkant van de kap. Het getal in de montagehandleiding van jouw kap gaat altijd voor op deze vuistregel, zeker bij gas. Meet vanaf de bovenkant van het glas of van de pandragers en niet vanaf het werkblad, want dat scheelt bij gas al snel vijf centimeter. Past de schouw niet tussen kap en plafond, dan timmer je er een koof omheen.
Dit heb je nodig
Gereedschap
- Rolmaat en een lange waterpas van minstens 60 cm
- Potlood en een rechte lat om af te tekenen
- Boormachine met steenboren, en een klopboor voor beton
- Kruiskopschroevendraaier en een ringsteeksleutelset
- Gatzaag of decoupeerzaag voor de doorvoer
- Kruislijnlaser of een lange rei, handig bij een eilandkap
- Stofzuiger en afplaktape voor het boorstof
Materiaal
- Montagerail of ophangbeugel die bij de kap geleverd is
- Pluggen en schroeven die bij de ondergrond passen, 8 mm in beton
- Kanaal van 150 mm rond of 220 bij 90 mm vlakkanaal
- Aluminiumtape en een paar slangklemmen
- Verlengschouw als accessoire bij een hoog plafond
- Hout of metalstud, gipsplaat en hoekprofielen voor een koof
De hoogte die je boven de kookplaat aanhoudt
De maat waar vrijwel elke keukenbouwer mee werkt is 60 centimeter boven een inductie- of keramische kookplaat en 65 centimeter boven gas. Dat is de afstand tussen het kookoppervlak en de onderkant van de kap, dus de rand waar de vetfilters zitten. Welk type kap je hebt en hoe die verder in elkaar zit, staat in ons overzicht over de afzuigkap en het kanaal erachter.
Die 65 centimeter bij gas is geen smaakkwestie. Een gasvlam stuurt de hitte veel geconcentreerder omhoog dan een pan op inductie, en fabrikanten schrijven bij gas daarom een grotere minimumafstand voor. Staat er in de montagehandleiding van jouw kap een ander getal, dan is dat getal leidend en niet de vuistregel uit de winkel.
Naar boven toe heb je speelruimte. Tussen 55 en 75 centimeter hangt in de praktijk vrijwel elke kap, en binnen dat bereik kies je op basis van je lengte, de bovenkasten en de zichtlijn. Onder de 55 centimeter wil je niet komen: de kap wordt daar warm, de filters vervetten zichtbaar sneller en boven gas krijg je de vlam te dicht bij het filter.
| Kooktoestel | Wat wij aanhouden | Gangbaar bereik | Waarom dat zo is |
|---|---|---|---|
| Inductiekookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Weinig stralingswarmte, dus de kap mag laag hangen en vangt dan het meeste |
| Keramische kookplaat | 60 cm | 55 tot 70 cm | Meer nawarmte dan inductie, maar dezelfde afstand voldoet |
| Gaskookplaat | 65 cm | 65 tot 75 cm | De vlam geeft geconcentreerde hitte, lager dan 65 cm schroeit het filter |
| Gaskookplaat met wokbrander | 70 cm | 65 tot 75 cm | Een wokbrander levert een veelvoud aan warmte per pit |
| Schuine glaskap boven inductie | 50 cm bij de onderrand | 45 tot 60 cm | Het schuine scherm staat verder van de pan dan de onderrand doet vermoeden |
| Eilandkap boven inductie | 65 cm | 60 tot 75 cm | Hij hangt vrij in de ruimte, je kijkt er dagelijks onderdoor |
| Eilandkap boven gas | 70 cm | 65 tot 80 cm | Zonder muur erachter waait de pluim sneller weg, dus vangst en zichtlijn wegen mee |
| Recirculatiekap | Dezelfde maat als bij afvoer | 55 tot 75 cm | De hoogte volgt uit het kooktoestel, niet uit de manier van afvoeren |
Bij gas is de minimumafstand een fabrieksvoorschrift, geen advies. Hang je een kap boven een gaskookplaat lager dan de handleiding toestaat, dan komt de vlam bij een lege of scheve pan dicht bij het vetfilter. Vet in dat filter is brandbaar. Houd bij gas 65 centimeter aan en meet vanaf de bovenkant van de pandragers.
Meten doe je vanaf de kookplaat, niet vanaf het werkblad
De meeste missers ontstaan bij het aftekenen, niet bij het boren. Het werkblad is niet je nulpunt: een inbouwkookplaat ligt met zijn glas ongeveer een centimeter boven het blad, een opbouwplaat twee tot drie centimeter, en bij gas ligt het echte kookoppervlak op de pandragers, vier tot vijf centimeter boven het blad. Meet je vanaf het blad, dan hangt je kap bij gas dus vijf centimeter te laag.
Bepaal daarom eerst de bovenkant van het kookoppervlak vanaf de vloer, en tel daar 60 of 65 centimeter bij op. Dat getal is de onderkant van de kap. Teken die lijn met een lange waterpas af over de hele breedte van de wand, want een streepje op één punt zegt niets over een kap van 90 centimeter breed.
Ligt het werkblad er nog niet, reken dan met de hoogte die je gaat maken. Een blad komt meestal op 90 tot 95 centimeter, waarbij de vuistregel elleboog min tien tot vijftien centimeter goed werkt. Dezelfde afweging maak je bij de hoogte van een wastafel of keukenblok. De gangbare maten voor keuken, sanitair en elektra staan bij elkaar in onze tabel met standaardmaten in huis, handig als je de hele keuken in één keer uitzet.
| Punt in de opbouw | Bij inductie | Bij gas | Waar de maat vandaan komt |
|---|---|---|---|
| Bovenkant werkblad | 92 cm | 92 cm | Uitgangspunt in dit rekenvoorbeeld |
| Bovenkant kookoppervlak | 93 cm | 97 cm | Inbouwglas ligt ca. 1 cm hoger, pandragers bij gas 4 tot 5 cm |
| Onderkant afzuigkap | 153 cm | 162 cm | Kookoppervlak plus 60 respectievelijk 65 cm |
| Onderkant bovenkasten | 142 tot 152 cm | 142 tot 152 cm | 50 tot 60 cm boven het blad, los van de kap |
| Bovenkant bovenkasten | 212 tot 222 cm | 212 tot 222 cm | Bij kasten van 70 cm hoog |
| Montagerail van de kap | Meestal 5 tot 15 cm boven de onderkant | Idem | Staat in de boormal van de handleiding |
| Onderkant van de schouw | Sluit aan op de kap | Idem | De schouw dekt het kanaal af tot het plafond |
| Standaard plafondhoogte | 250 tot 260 cm | 250 tot 260 cm | Boven 265 cm is een verlengschouw nodig |
Plak een strook schilderstape op de wand op de hoogte die je berekend hebt en laat die een dag zitten. Sta er een keer bij te koken en kijk of je er comfortabel onder werkt en of je zicht op de achterste pit vrij blijft. Tape verplaatsen kost niets, boorgaten in een tegelwand wel.
De kap, de bovenkasten en het plafond op één lijn krijgen
Op papier hangt de kap gelijk met de onderkant van de bovenkasten, want dat oogt rustig. In werkelijkheid vallen die twee maten zelden samen. Bovenkasten hangen doorgaans 50 tot 60 centimeter boven het blad, terwijl de kap boven een inductieplaat op ongeveer 61 centimeter boven het blad uitkomt en boven gas op zo'n 70 centimeter. Het verschil is vijf tot vijftien centimeter.
Je kunt twee kanten op. Of je hangt de kasten naast de kap iets hoger zodat alles één doorlopende lijn krijgt, of je accepteert dat de kap een stukje hoger zit dan de kasten. Hoger hangende bovenkasten zijn voor kleinere huisgenoten minder prettig, dus dat is een afweging die je met het huishouden maakt en niet alleen met het oog.
Boven de kap zit de schouw, de rechthoekige koker die het kanaal wegwerkt. Die is telescopisch en past standaard bij plafonds tot ongeveer 2,50 tot 2,60 meter. Bij een hoger plafond bestel je een verlengschouw als accessoire van hetzelfde merk en type. Bij een laag plafond of een verlaagd plafondvlak red je het vaak niet met inschuiven en moet je de schouw inkorten of een koof maken. Net als bij de hoogte van een trapleuning zit je hier vast aan een maat die het product bepaalt en niet jouw voorkeur.
Een koof timmeren als de schouw niet tot het plafond komt
Gaat het kanaal vlak onder het plafond de muur uit, of blijft er een gat van vijftien centimeter open tussen schouw en plafond, dan is een koof de nette oplossing. Dat is een kokervormig kastje van regelwerk met plaatmateriaal eromheen, dat over de hele breedte boven de keukenkasten doorloopt. Zo valt het kanaal weg en krijgt de rij bovenkasten een strakke afsluiting.
Maak het frame van vurenhouten regels van 45 bij 70 millimeter of van metalstud, en houd de diepte gelijk aan de bovenkasten, meestal 32 tot 35 centimeter. De hoogte volgt uit de ruimte die overblijft, met een ondergrens: er moet een kanaal van 150 millimeter rond of een vlakkanaal van 220 bij 90 millimeter in passen, plus de flenzen en de bochten. Onder de achttien centimeter wordt dat krap, en een geknepen kanaal kost je meteen afzuigcapaciteit.
Laat je de keuken stuken, dan is meestuken van de koof mooier dan beplaten met geschilderd mdf: de aansluiting op de muur verdwijnt volledig. Gebruik dan gipsplaat van 12,5 millimeter, zet hoekprofielen op alle buitenhoeken en laat de stukadoor er wapeningsgaas overheen leggen op de naden. Beplaat de koof pas als het kanaal erin ligt, en werk een inspectieluikje in bij de doorvoer.
Maak nooit een koof volledig dicht rond een aansluiting die je later nog moet kunnen bereiken. De koppeling tussen kap en kanaal, een terugslagklep en een eventuele muurdoorvoer wil je kunnen controleren zonder de stuclaag open te breken. Een luikje van 30 bij 30 centimeter aan de onderkant is genoeg.
Elk type kap vraagt zijn eigen hoogte
De vuistregel van 60 en 65 centimeter geldt voor een gewone wandschouwkap met een vlakke onderzijde. Zodra de kap een andere vorm heeft, verschuift het meetpunt en daarmee de hoogte. Bij een schuine glaskap staat het scherm onder een hoek, waardoor de onderrand vlak boven de plaat mag hangen terwijl het glas zelf ruim boven je hoofd blijft. Fabrikanten geven daar vaak 45 tot 55 centimeter op, gemeten aan de laagste punt van het glas.
Bij een eilandkap komt de zichtlijn erbij. Hij hangt aan het plafond aan draadeinden of aan een kokerframe, en je kijkt er de hele dag onderdoor naar de rest van de ruimte. Vijf tot tien centimeter hoger dan de standaard is daar gebruikelijk, en dat compenseer je met een kap die aan de brede kant is en een hogere stand.
Onderbouwkappen en inbouwgroepen volgen simpelweg de kast waarin ze zitten. Die kast hang je dus op de hoogte die de kap nodig heeft, en niet gelijk met de rest van de rij. Bij een plateau-afzuiging in het werkblad vervalt de vraag helemaal, want daar zuigt de unit horizontaal weg naast de pan.
| Type kap | Waar je de hoogte aan meet | Wat er anders is |
|---|---|---|
| Wandschouwkap | Onderkant van het vetfilterframe | De standaard van 60 of 65 cm, met een schouw tot het plafond |
| Schuine glaskap | Laagste punt van het schuine scherm | Mag lager hangen, vaak 45 tot 55 cm, en je stoot je hoofd minder snel |
| Eilandkap | Onderkant van de kap | Vijf tot tien centimeter hoger vanwege zicht en vrije luchtstroom rondom |
| Onderbouwkap in een kast | Onderkant van de kast | De kast bepaalt de hoogte, dus die hangt lager dan de rest van de rij |
| Inbouwgroep in een koof | Onderkant van de koof | Koofhoogte en kanaalruimte bepalen samen wat er mogelijk is |
| Vlakscherm-uittrekkap | Onderkant van de kast met het schuifpaneel | Uitgeschoven vangt hij breder, dus hij mag aan de hoge kant hangen |
| Plafondunit | Het plafond zelf | Alleen zinvol bij een plafond onder de 2,70 m, anders zakt de vangst weg |
| Plateau-afzuiging in het blad | Niet van toepassing | Zuigt horizontaal weg, hoogte boven de plaat speelt geen rol |
Hoger hangen kost afzuigcapaciteit
Elke centimeter die je hoger gaat hangen, kost vangst. De pluim boven een pan waaiert uit, en op tien centimeter extra afstand is die pluim al merkbaar breder dan de kap. Wat er buiten de rand langs stijgt, komt in je keukenkastjes en tegen je plafond terecht. Dat zie je niet meteen, maar je ruikt het de volgende dag nog.
Wil je toch hoger hangen, compenseer dat dan met twee dingen. Kies een kap die minstens zo breed is als de kookplaat en liefst tien centimeter breder aan elke zijde, zeker boven een eiland. En reken op meer vermogen: als vuistregel nemen wij de inhoud van de keuken maal tien luchtwisselingen per uur, dus een keuken van 4 bij 4 meter met een plafond van 2,60 komt uit op ruwweg 400 kubieke meter per uur bij normaal koken.
Het kanaal telt net zo zwaar mee als de hoogte. Een kap van 150 millimeter die je verjongt naar 125 millimeter verliest een kwart van zijn doorlaat, en elke haakse bocht kost ongeveer evenveel als een paar meter rechte buis. Hou het kanaal kort en ruim, en zet er zo min mogelijk bochten in. Zit er een rooster aan het einde, kijk dan bij het rooster van de afzuigkap hoeveel doorlaat dat werkelijk overlaat.
Wat er boven de kap klaar moet liggen voordat je hem ophangt
Boven de kap komen drie dingen samen: de stroom, het kanaal en de doorvoer naar buiten. Die wil je alle drie op hun plek hebben voordat de tegels erop gaan en zeker voordat de koof dicht wordt gemaakt.
Het stopcontact zet je achter de schouw, ongeveer tien centimeter onder het plafond of net boven de bovenkasten, en niet pal achter de kap zelf waar de motor en het kanaal zitten. Kies de zijde waar de stekker vandaan komt, want een kabel die dwars achter de motor langs moet, past er vaak niet bij. Welke maten er in huis gangbaar zijn, staat bij de hoogte van stopcontacten per ruimte.
Het kanaal sluit je met een slangklem of aluminiumtape luchtdicht aan op de flens van de kap, en je legt het met een lichte helling naar buiten toe. Condens loopt dan naar buiten weg in plaats van terug de motor in. Wat er verder in de lijn zit hangt af van je situatie: een terugslagklep die koude lucht buitenhoudt in de muurdoorvoer, of bij een afvoer over het dak een dakdoorvoer met een goede aansluiting op de dakbedekking.
Laat een afzuigkap nooit uitblazen in een gesloten ruimte boven het plafond, in een spouw of onder een plat dak. Kookvocht slaat daar neer op het koudste vlak en het hout of de isolatie wordt langzaam nat. Gaat het kanaal door een dampremmende folie heen, plak die doorvoer dan luchtdicht af met een manchet en tape.
Als de standaardhoogte in jouw keuken niet werkt
Ben je lang, dan is 60 centimeter boven de plaat soms letterlijk hoofdpijn. Vijf tot tien centimeter hoger hangen mag altijd, zolang je binnen het bereik van de fabrikant blijft. Neem dan wel een kap met randafzuiging of een stand meer vermogen, want anders lever je vangst in zonder er iets voor terug te krijgen.
Bij een schuine kap onder een dakvlak of bij een plafond onder de 2,40 meter loop je snel vast met een schouwkap. Een onderbouwkap in een kast of een vlakscherm-uittrekkap vraagt veel minder hoogte en werkt daar prettiger. Zit er een raam of een vensterbank achter de kookplaat, dan kom je meestal uit bij een plateau-afzuiging in het blad.
Hangt de kap er al en zit hij te laag, dan is verplaatsen een tegenvaller op een tegelwand: je houdt de oude gaten over. Boor de nieuwe gaten in de voeg waar dat kan en vul de oude op met een gekleurde voegvulling. Kun je de kap niet verplaatsen maar recirculeert hij wel, dan valt er nog winst te halen uit een schoon of ander filter, bijvoorbeeld met een plasmafilter in plaats van koolstofpatronen. Meer van dit soort ophang- en aansluitwerk vind je bij de andere apparaten die je zelf aansluit en onderhoudt.
Zo bepaal je de hoogte en hang je de kap op
Deze volgorde werkt voor een wandschouwkap en met kleine aanpassingen ook voor een eilandkap.
-
Zoek de minimumafstand op in de handleiding
Pak de montagehandleiding van jouw kap erbij en noteer de minimumafstand voor elektrisch koken en voor gas. Die twee getallen verschillen bijna altijd. Wat de fabrikant opgeeft gaat voor op de vuistregel van 60 en 65 centimeter, want hij weet waar de elektronica en de kunststof delen in zijn kap zitten.
-
Meet de bovenkant van het kookoppervlak
Meet vanaf de vloer tot de bovenkant van het glas van je kookplaat, of tot de bovenkant van de pandragers bij gas. Ligt de kookplaat er nog niet, tel dan bij de geplande werkbladhoogte een centimeter op voor inbouwglas of vier tot vijf centimeter voor gaspitten met pandragers.
-
Teken de onderkant van de kap af over de volle breedte
Tel de gekozen afstand bij het kookoppervlak op en zet die hoogte met een lange waterpas of een kruislijnlaser af op de wand. Teken ook het hart van de kookplaat af, want de kap hangt daar precies boven en niet op het hart van de kast.
-
Controleer de schouw tegen je plafondhoogte
Schuif de schouw uit en houd hem langs de wand vanaf de afgetekende lijn. Komt hij niet tot het plafond, dan heb je een verlengschouw of een koof nodig. Blijft er juist te veel over, kijk dan of de schouw ver genoeg inschuift voordat je aan inkorten denkt.
-
Leg stroom en kanaal aan voordat je iets dichtmaakt
Zet het stopcontact achter de schouw of net boven de bovenkasten, aan de kant waar de stekker vandaan komt. Leg het kanaal met zo min mogelijk bochten naar de muur- of dakdoorvoer en houd een lichte helling naar buiten aan. Ga je een koof beplaten, dan gebeurt dit eerst.
-
Boor de gaten en zet de montagerail waterpas
Boor met de boormal uit de doos en gebruik pluggen die bij de ondergrond passen. In beton en kalkzandsteen voldoet 8 millimeter ruim. Hangt de kap aan een gipswand, gebruik dan geen plastic hollewandpluggen maar schroef door de plaat heen in het houten of stalen regelwerk erachter, of plaats vooraf een extra regel.
-
Hang de kap op en sluit het kanaal aan
Til met twee man, want een schouwkap van 90 centimeter weegt al gauw vijftien kilo en je wilt hem niet aan het kanaal ophangen. Klik of schroef de kap op de rail, stel hem waterpas en zet de flensverbinding vast met een slangklem of aluminiumtape.
-
Test op de hoogste stand voordat je de schouw vastzet
Zet de kap op de zwaarste stand en houd een aansteker of een dampende pan onder de rand. Wordt de damp netjes weggetrokken en hoor je geen fluitend lek bij de koppeling, dan schuif je de schouw uit en zet je hem vast. Controleer meteen of de eindkap buiten opengaat.
Storingzoeker
Kies het merk, vul de code in en zie wat er aan de hand is, wat je zelf kunt doen en wanneer je moet bellen. Bekijk alle gegevens
| Merk | Code | Wat er aan de hand is | Wat je zelf kunt doen | Bellen of niet |
|---|---|---|---|---|
| Intergas | 1 | De ketel wordt te warm, de aanvoertemperatuur loopt te hoog op | Controleer de waterdruk en ontlucht de radiatoren. Te weinig water of lucht in de installatie is de gewone oorzaak. | Blijft hij terugkomen: monteur |
| Intergas | 2 | Storing in de aanvoer- of retoursensor | Reset de ketel een keer. Herhaalt de code zich, dan is de sensor of de bedrading het probleem. | Monteur |
| Intergas | 3 | De maximaalthermostaat heeft ingegrepen | Controleer druk en doorstroming, ontlucht de installatie. | Blijft het: monteur |
| Intergas | 4 | Geen vlamsignaal, de ketel krijgt het vuur niet aan | Kijk of de gaskraan open staat en of andere gastoestellen het doen. Reset daarna een keer. | Doet gas het wel: monteur |
| Intergas | 5 | Slecht of wegvallend vlamsignaal | Reset een keer. Vaak vervuilde ionisatiepen of ontsteking. | Monteur |
| Intergas | 6 | Fout in de vlamdetectie | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 7 | Probleem met de rookgasafvoer of de uitlaatgassensor | Kijk of de afvoer buiten vrij is en niet verstopt zit door een vogelnest of blad. | Monteur, dit raakt de veiligheid |
| Intergas | 8 | Het ventilatortoerental klopt niet | Reset een keer. | Monteur |
| Intergas | 10 tot en met 14 | Sensorfout of storing in de installatie, bijvoorbeeld een defecte stromingsschakelaar, draadbreuk of lucht in de installatie | Controleer de waterdruk en ontlucht grondig, van laag naar hoog. | Blijft het: monteur |
| Nefit | A01 | Geen vlam of vlam valt weg | Controleer of de gaskraan open staat en of de druk goed is, reset daarna een keer. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | C6 | De ventilator draait niet op het juiste toerental | Reset een keer. | Monteur |
| Nefit | D1 | Te weinig waterdruk in de installatie | Bijvullen tot de juiste druk voor jouw bouwhoogte, daarna ontluchten. | Zelf te doen |
| Nefit | EA | Vlam wordt niet waargenomen | Reset een keer. Kijk of andere gastoestellen werken. | Herhaalt zich: monteur |
| Nefit | F0 of F7 | Interne storing in de besturing | Reset een keer, haal eventueel kort de stroom eraf. | Monteur |
| Remeha | Reset knop | Vergrendelde storing | Houd de resetknop ingedrukt tot het display reageert. Noteer eerst de code voordat je reset. | Afhankelijk van de code |
| Remeha | E00 | Aanvoersensor defect of niet aangesloten | Reset een keer. | Monteur |
| Remeha | E01 | Te weinig waterdruk of geen doorstroming | Bijvullen en ontluchten. | Zelf te doen |
| Remeha | E04 | Geen vlam bij het opstarten | Gaskraan controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.22 | Te weinig water in de ketel, droogkookbeveiliging | Bijvullen tot de juiste druk en ontluchten. | Zelf te doen |
| Vaillant | F.28 | Ontsteking mislukt bij het opstarten | Gastoevoer controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Vaillant | F.75 | Drukverschil niet herkend, vaak de pomp of het expansievat | Controleer of de druk sterk schommelt bij het opstarten. | Monteur, meestal het expansievat |
| AWB | Vlamstoring | Geen ontsteking | Gaskraan open, druk controleren, een keer resetten. | Herhaalt zich: monteur |
| Bosch vaatwasser | E15 | Water in de lekbak onderin, de vlotterbeveiliging staat aan | Kantel het apparaat voorzichtig naar achteren zodat het water uit de bak loopt, zet hem terug en start opnieuw. Zoek daarna waar het water vandaan kwam. | Blijft het terugkomen: monteur |
| Bosch vaatwasser | E24 of E25 | Water loopt niet weg, afvoer verstopt | Maak het zeef en de pompfilter schoon, controleer de afvoerslang op een knik en de sifonaansluiting op een dop die er nog in zit. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E22 | Filters verstopt | Zeven eruit en schoonmaken. | Zelf te doen |
| Bosch vaatwasser | E09 | Verwarmingselement defect, water wordt niet warm | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Siemens vaatwasser | E15 | Water in de lekbak, vlotterbeveiliging actief | Zelfde aanpak als bij Bosch: voorzichtig kantelen, water eruit, terugzetten en opnieuw starten. | Blijft het: monteur |
| Siemens vaatwasser | E24 | Afvoer geblokkeerd | Zeven en pompfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| Siemens vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de startknop ongeveer drie tot vijf seconden ingedrukt tot het programma terugspringt, of haal de stekker er een minuut uit. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i20 of 20 | Afvoerprobleem, water loopt niet weg | Filters en pomp schoonmaken, afvoer controleren. | Zelf te doen |
| AEG vaatwasser | i30 of 30 | Water in de bodembak, lekkage gedetecteerd | Kantelen om het water eruit te laten en de oorzaak zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG vaatwasser | Resetten | Programma vastgelopen | Houd de programmaknop en de startknop samen enkele seconden ingedrukt. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F11 | Water loopt niet weg | Filters en afvoerpomp schoonmaken. | Zelf te doen |
| Miele vaatwasser | F70 | Vlotter of niveaubeveiliging | Controleer op lekkage onderin. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E18 of F18 | Water loopt niet weg | Pluizenzeef vooronder schoonmaken en de afvoerslang controleren. | Zelf te doen |
| Bosch wasmachine | F21 | Motorstoring, trommel draait niet | Niets zelf te doen. | Monteur |
| Bosch wasmachine | E23 | Water in de lekbak | Machine kantelen om het water eruit te laten, daarna de lekkage zoeken. | Blijft het: monteur |
| AEG wasmachine | E20 | Afvoerprobleem | Pluizenfilter schoonmaken, afvoerslang op knik controleren. | Zelf te doen |
| AEG wasmachine | E40 | Deur niet goed dicht | Deur opnieuw sluiten, controleer of er was tussen zit. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 1 keer | Reservoir warmt op of komt uit een stroomonderbreking | Wacht ongeveer tien minuten tot hij op temperatuur is. | Zelf te doen |
| Quooker | Knippert 2 keer | Reservoir bereikt de temperatuur niet | Haal de stekker er een minuut uit en zet hem terug. Blijft het knipperen, dan is er meestal een onderdeel defect. | Blijft het: monteur |
| Quooker | Knippert 3 keer | Storing in de temperatuursensor | Een keer stroomloos maken. | Monteur |
| Quooker | Geen kokend water, wel gewoon water | Reservoir uit of niet op temperatuur | Controleer of de stekker in het stopcontact zit en of de groep niet is uitgevallen. | Zelf te doen |
Niets gevonden. Probeer een kortere zoekterm.
Controleer dit voordat je gaat boren
Uit de praktijk
Een schouw die niet tot het plafond kwam en niet te verstellen was
Boven een rij keukenkasten bleef er tussen de bovenkant van de schouw en het plafond een strook van ruim tien centimeter open staan. De schouw van deze kap was volledig uitgeschoven en verder verstellen ging niet, want telescoopschouwen hebben een vaste maximale lengte. Inkorten hielp hier niets, dat lost alleen het omgekeerde probleem op.
Een rand of dakje losjes om de schouw heen bouwen bleek onwerkbaar: je moet er dan strak omheen timmeren zonder het roestvast staal te beschadigen, en elke naad blijft zichtbaar. Wat wel werkte was een doorlopende koof over de hele rij kasten, met een uitsparing waar de schouw doorheen steekt. Het frame kwam van vurenhouten regels, de diepte werd gelijk aan de bovenkasten, en met een gipsplaat en een hoekprofiel verdween het gat volledig. De kap zelf bleef hangen waar hij hing.
Een koof meestuken terwijl de kap er nog niet was
In een keuken die volledig gestuukt zou worden, moest de koof mee in het stucwerk zodat hij zou wegvallen tegen de muur. Het probleem: de stukadoor kwam voor de keukenmonteur, en op het leidingschema van de keukenleverancier stonden alleen de aansluitpunten en niet de hoogte van de kap of het hart van de doorvoer.
Wat hier de knoop doorhakte was de hoogte niet raden maar terugrekenen. Werkblad op 92 centimeter, inbouwkookplaat een centimeter daarboven, 60 centimeter erbij voor inductie: onderkant kap op 153 centimeter. Daaruit volgde de vrije ruimte tot het plafond en dus de koofhoogte, die op twintig centimeter uitkwam zodat een vlakkanaal van 220 bij 90 millimeter er ruim in paste. De doorvoer kwam op het hart van de kookplaat te liggen. In plaats van een strak passend gat werd er een ruime uitsparing gemaakt met een luikje eronder, zodat de monteur het kanaal later nog kon koppelen.
Nat dakbeschot boven de keuken zonder lekkage van buiten
Bij een plat dak waarvan de dakbedekking drie jaar eerder vernieuwd was, bleek het dakbeschot boven de keuken verrot. Er stond water op de dampremmende folie en de glaswol was nat, terwijl er van buitenaf niets lekte. Het dak was van buiten naar binnen opgebouwd uit bitumen, plaatmateriaal, glaswol met folie, een tweede folie en gipsplaten.
Twee dingen bleken hier samen te komen, en allebei hadden ze met kookvocht te maken. De vier inbouwspots in het keukenplafond waren niet luchtdicht op de folie aangesloten, en de aansluiting van de afzuigkap op de doorvoer zat niet dicht. Dat de buis buiten flink uitblies, zei niets: een deel van de vochtige lucht ontsnapte er onderweg langs en kwam in het dakpakket terecht, waar het op het koude beschot condenseerde. Wat hier hoorde te gebeuren was de kanaalverbinding volledig sluitend maken met een slangklem en aluminiumtape, de doorvoer door de folie afplakken met een manchet, en de spots vervangen door luchtdichte exemplaren.
Veelgemaakte fouten
Meten vanaf het werkblad in plaats van vanaf de kookplaat
Het blad is niet je nulpunt. Bij inductie scheelt dat een centimeter en dat merk je nauwelijks, maar bij gas liggen de pandragers vier tot vijf centimeter boven het blad. Wie vanaf het blad meet hangt de kap dus onder de voorgeschreven minimumafstand, met een filter dicht boven de vlam.
De kap gelijk hangen met de bovenkasten zonder verder te rekenen
Een doorlopende lijn oogt rustig, en dus wordt de kap op de onderkant van de kasten gehangen. Die kasten hangen vaak op vijftig centimeter boven het blad, en dan zit de kap tien tot twintig centimeter te laag. Reken eerst de hoogte uit en pas daarna de kasten aan, niet andersom.
Bij gas de maat van inductie aanhouden
De 60 centimeter die overal genoemd wordt, gaat over elektrisch koken. Boven gas hoort minstens 65 centimeter, en boven een wokbrander vaak 70. Een lager hangende kap wordt warm aan de onderzijde, het vetfilter vervuilt sneller en vet in een filter vlak boven een open vlam is een risico dat je niet neemt.
De koof dichtmaken voordat het kanaal erin ligt
Een koof die al gestuukt is, gaat alleen nog open met een breekbeitel. Leg eerst het kanaal, controleer of de bochten passen en of de doorvoer op het hart van de kookplaat uitkomt, en beplaat pas daarna. Werk bij de aansluiting een luikje in zodat je er later bij kunt.
Het kanaal verjongen van 150 naar 125 millimeter
Een verloopstuk in de kast omdat de bestaande doorvoer kleiner is, lijkt een detail. Je verliest er ongeveer een kwart van de doorlaat mee, en dat merk je aan geluid en aan damp die langs de rand ontsnapt. Vergroot liever de doorvoer dan dat je het kanaal knijpt.
De kap in gipsplaat hangen met plastic hollewandpluggen
Een schouwkap van 90 centimeter weegt met schouw en al vijftien kilo of meer, en hij hangt op een korte arm van de wand af. Plastic pluggen in een enkele gipsplaat trekken op termijn uit. Schroef in het regelwerk erachter, of zet er vooraf een extra houten regel tussen.
Het stopcontact pal achter de kap zetten
Achter de kap zit de motor en de aansluiting van het kanaal, en daar is nauwelijks diepte over. De stekker past er niet bij of drukt de kap van de muur af. Zet de doos achter de schouw of net boven de bovenkasten, aan de zijde waar het snoer uit de kap komt.
De afzuigkap laten uitblazen in het plafond of de spouw
Het is verleidelijk als de buitengevel ver weg is, maar kookvocht slaat neer op het eerste koude vlak dat het tegenkomt. Onder een plat dak of in een spouw wordt daar hout en isolatie langzaam nat, zonder dat je van buiten ooit een lekkage ziet. Voer altijd door naar buiten.
Veelgestelde vragen
Hoe hoog moet een afzuigkap boven een inductiekookplaat hangen?
Zestig centimeter tussen de bovenkant van het glas en de onderkant van de kap is de maat die vrijwel altijd wordt aangehouden. Tussen 55 en 70 centimeter kun je schuiven op basis van je lengte en de bovenkasten. Onder de 55 centimeter wordt de onderzijde van de kap warm en vervuilen de vetfilters merkbaar sneller.
Wat is de juiste hoogte van een afzuigkap boven gas?
Boven een gaskookplaat houd je minstens 65 centimeter aan, gemeten vanaf de bovenkant van de pandragers en niet vanaf het werkblad. Boven een wokbrander gaan de meeste fabrikanten naar 70 centimeter. Deze afstand staat in de montagehandleiding en is een fabrieksvoorschrift, omdat een gasvlam de warmte veel geconcentreerder omhoog stuurt dan een pan op inductie.
Mag een afzuigkap lager dan 55 centimeter hangen?
Bij elektrisch koken staan enkele fabrikanten 50 centimeter toe, maar dan is dat expliciet in de handleiding vermeld. In de praktijk raden wij het af. De kap vangt dan wel meer, maar hij wordt warm, het vetfilter zit dicht boven de pan en je hebt geen ruimte om met een hoge pan of een wokpan te werken. Boven gas is lager dan 65 centimeter sowieso geen optie.
Meet ik de hoogte van de afzuigkap vanaf het werkblad of vanaf de kookplaat?
Altijd vanaf het kookoppervlak. Bij een inbouwkookplaat ligt het glas ongeveer een centimeter boven het blad, bij een opbouwplaat twee tot drie centimeter, en bij gas is het echte kookvlak de bovenkant van de pandragers, vier tot vijf centimeter boven het blad. Meet je vanaf het blad, dan hangt de kap bij gas dus al snel vijf centimeter te laag.
Op welke hoogte hang je een eilandafzuigkap?
Reken op vijf tot tien centimeter meer dan bij een wandkap, dus ongeveer 65 centimeter boven inductie en 70 centimeter boven gas. Een eilandkap hangt vrij in de ruimte en je kijkt er dagelijks onderdoor, dus de zichtlijn telt mee. Neem hem daarom wel ruim: minstens zo breed als de kookplaat en liefst tien centimeter breder aan elke kant, want zonder muur erachter waait de damp gemakkelijker weg.
Mijn plafond is hoger dan de schouw. Wat kan ik doen?
Voor vrijwel elk merk en type bestaat een verlengschouw als los accessoire, bedoeld voor plafonds boven ongeveer 2,60 meter. Bestel die op typenummer van de kap, want de koker moet in breedte en diepte precies aansluiten. Is er geen verlengschouw leverbaar, dan bouw je een koof die over de hele breedte van de bovenkasten doorloopt en waar de schouw in verdwijnt.
Kan ik de schouw van een afzuigkap inkorten?
Technisch kan het, maar het valt in de praktijk tegen. Een schouw van roestvast staal knip of zaag je nooit netjes zonder de coating en de kanten te beschadigen, en de bovenrand is vaak omgezet of voorzien van bevestigingsgaten die je dan kwijt bent. Kijk eerst of de schouw verder inschuift dan je denkt, en overweeg anders een koof waarin de schouw wegvalt.
Hoe hoog maak ik de koof boven de keukenkastjes?
De koofhoogte volgt uit de ruimte die overblijft tussen de bovenkasten en het plafond, maar er is een ondergrens. Er moet een kanaal van 150 millimeter rond of een vlakkanaal van 220 bij 90 millimeter in passen, inclusief flenzen en bochten, dus onder de achttien centimeter wordt het krap. Houd de diepte gelijk aan de bovenkasten, meestal 32 tot 35 centimeter, dan loopt alles in één vlak door.
Waar bepaal ik het gat in de koof als de afzuigkap er nog niet is?
Reken de hoogte terug uit de werkbladhoogte plus de dikte van de kookplaat plus 60 of 65 centimeter, en leg het hart van de doorvoer op het hart van de kookplaat. Maak vervolgens geen strak passend gat maar een ruime uitsparing met een afneembaar luikje eronder. De monteur kan het kanaal dan later koppelen, en een rozet of een strookje stucwerk maakt het achteraf netjes dicht.
Op welke hoogte komt het stopcontact voor de afzuigkap?
Ongeveer tien centimeter onder het plafond achter de schouw, of net boven de bovenkasten in de kast ernaast. Kies de zijde waar het snoer uit de kap komt. Pal achter de kap is geen goede plek, want daar zitten de motor en de kanaalaansluiting en dan drukt de stekker de kap van de wand af.
Verliest een afzuigkap veel zuigkracht als hij hoger hangt?
Ja, en meer dan mensen verwachten. De pluim boven een pan waaiert uit, dus op tien centimeter extra afstand is die pluim al breder dan de kap zelf en ontsnapt er damp langs de rand. Hang je bewust hoger omdat je lang bent, kies dan een bredere kap met randafzuiging en reken op een stand extra vermogen om hetzelfde resultaat te halen.
Moet een recirculatiekap op dezelfde hoogte hangen als een kap met afvoer?
Ja. De hoogte volgt uit het kooktoestel eronder en niet uit de manier waarop de lucht wordt afgevoerd, dus ook hier geldt 60 centimeter boven inductie en 65 boven gas. Bij recirculatie let je daarnaast op de uitblaasopening bovenin de schouw of in de koof: die moet vrij blijven, anders draait de motor tegen een dichte koker aan.
Wanneer je beter een vakman belt
De hoogte bepalen en een kap ophangen doe je met twee man prima zelf. Er zijn wel een paar punten waarop het verstandig is om te stoppen en iemand te bellen.
Het eerste is werk aan de gasleiding. Verschuift de kookplaat mee met de nieuwe indeling, dan hoort het aanpassen of verplaatsen van de gasaansluiting bij een erkende installateur. Dat is geen klus die je erbij doet omdat de kap toch al los hangt.
Het tweede is de doorvoer door een dak. Een nieuwe opening in een plat dak of tussen de pannen door raakt de waterdichting en de dampremmende laag tegelijk, en dat werk gebeurt bovendien op hoogte. Laat dat door een dakdekker doen, zeker als je het dak niet veilig vanaf een steiger kunt bereiken.
Het derde is een keuken waar al vochtschade is opgetreden. Nat dakbeschot, natte isolatie of schimmel op het plafond betekent dat er langere tijd vocht in de constructie heeft gezeten. Het kanaal opnieuw aansluiten lost de oorzaak op, maar de schade zelf moet iemand beoordelen die de opbouw kan openleggen. En moet er een dragende balk of een gording wijken voor het kanaal, dan is dat werk voor een constructeur en niet voor een gatenzaag.